Nederland zet zich schrap tegen visquota's

De Europese ministers van Visserij vergaderen over het beperken van visquota. Nederlandse vissers zijn tegen en vinden minister Veerman aan hun zijde.

In de hoek van de Nederlandse visserij vallen dit jaar harde klappen. Op advies van de International Council for the Exploration of the Sea, wil de Europese Commissie de vangstquota voor schol, heek en tarbot met 40 procent verlagen. Het quotum voor tong, een andere platvissoort, moet omlaag met 15 procent.

Dat zijn precies de soorten waar de Nederlandse vissers het van moeten hebben. De naam `Hollandse maatjes' ten spijt, het merendeel van de Nederlandse vissers vist niet op haring, maar op schol. Vanaf vandaag onderhandelen de ministers van Visserij van de Europese Unie over de voorstellen. Minister Veerman (Landbouw, CDA) zegt dat hij met de scherpe quotareductie niet akkoord zal gaan en wordt gesteund door VVD en CDA. Maar Nederland heeft alleen België als medestander.

De afgelopen jaren dachten biologen dat er 250.000 ton schol in de Noordzee zwom, maar volgens hun laatste berekeningen blijkt het 150.000 ton te zijn. Dat is de helft van wat de biologen aanvaardbaar vinden voor een stabiele populatie. Dus moeten de Noordzeevissers eraan geloven. ,,Het bericht kwam als een schok'', zegt G. van Balsfoort, directeur van het Productschap Vis. ,,De scholstand zou volgens de biologen zomaar gehalveerd zijn. En dat terwijl de vissers er niets van merken.'' Hij gelooft niet dat de Commissievoorstellen het zullen halen, maar een korting van 40 procent zou ,,een ramp'' voor de visserij zijn. ,,Vergeet niet dat sinds 1999 de quota voor schol en tong al met 28 procent zijn gedaald. Als het aan de Europese Commissie lag, zou dat 70 procent worden. In vijf jaar tijd! Hoeveel bedrijven kunnen daar nu tegen?''

Niet alleen de vissers voelen de vangstreducties, ook de verwerkende industrie merkt het direct als de quota voor platvissen omlaaggaan. Van Breskens tot Lauwersoog, de elf visafslagen aan de Noordzee draaien voornamelijk op schol en tong. Het grootste deel van de schol wordt vervolgens verwerkt in Urk, het Europese centrum van de platvisserij. Ook bij Neerlandia Urk BV zit de schrik er goed in. A. Romkes, mede-eigenaar van Neerlandia en bestuurslid van de Vereniging van Visgroothandels Urk, verwijt de biologen woordbreuk. ,,Ze hadden beloofd dat de vangstquota weer omhoog zouden gaan als we meewerkten aan de beheersing van de visstand. We hebben volledig meegewerkt: de maaswijdte is vergroot, de vistuigen zijn gekort, het aantal vangstdagen is ingeperkt. Ze houden zich niet aan hun belofte.''

,,Het klinkt misschien een beetje paranoïde, maar soms bekruipt ons het gevoel dat de andere lidstaten het hebben voorzien op de Nederlandse vissers'', zegt J.W. de Wilde, visserijexpert van het Landbouw Economisch Instituut. Sinds de jaren tachtig hebben de Nederlanders bij buitenlandse vissers én natuurorganisaties volgens De Wilde een ,,slechte naam''. Met grote kotters visten ze de zee leeg, en met de vangstquota werd de hand gelicht. ,,Het wantrouwen is nog steeds niet helemaal verdwenen.'' Zelfs van de onpartijdigheid van het visserijinstituut ICES is hij niet zeker. [Vervolg VIS: pagina 19]

VIS

Altijd kritiek op biologen

[Vervolg van pagina 1] Kritiek op de zeebiologen is niets nieuws. Zij zijn in de nooit eindigende discussie over visstanden en bedreigde soorten de natuurlijke tegenstanders van de vissers. Die discussie kan als volgt worden samengevat. `De biologen kennen de zee niet', roepen de vissers. `Ze zitten in hun laboratoria en werken alleen met computermodellen'. `De vissers halen de zeëen leeg', werpen de biologen tegen. `Vele soorten staan op uitsterven, vangstbeperkingen zijn ook in hun belang'.

Ook Eric Jagtman, hoofdonderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (NIVO) in IJmuiden kent de verwijten. Dat zelfs de integriteit van het ICES – waarin ook NIVO-biologen zijn vertegenwoordigd – in twijfel wordt getrokken, is voor hem evenmin nieuws. ,,Verhalen over politiek beïnvloede adviezen staan regelmatig in het blad Visserijnieuws, dat alle vissers lezen. Het is onzin. Om dat te bewijzen, hebben we onze beoordeling voorgelegd aan onderzoekers en vissers uit landen die geen belang hebben bij de uitkomst, zoals de VS en Nieuw-Zeeland. Zij waren het met onze bevindingen eens.''

Dat neemt niet weg dat een vangstreductie van 40 procent hard aankomt bij de vissers. ,,Ik ben me daar terdege van bewust'', zegt Jagtman. ,,Maar wij bekijken de zaak puur vanuit de biologische invalshoek. Het is aan de politici om dat af te wegen tegen sociale en economische belangen.''

Na lange onderhandelingen over de visquota rolt er altijd een compromis uit de bus dat minder ver gaat dan wat de biologen adviseren. Niettemin is er de afgelopen jaren fors gesneden in de vangstrechten van de Europese vissers, ook die van de Nederlandse. De afgelopen jaren zijn de kabeljauwquota in een vrije val terechtgekomen. Mochten de Nederlanders in 1999 nog 14.860 ton vangen, vorig jaar was dat nog maar 2.619 ton. Met de scholquota is het eveneens bergafwaarts gegaan.

De kritiek op de onvoorspelbare uitkomsten van de biologische onderzoeken zwelt steeds verder aan. De sector pleit al jaren voor vangstquota over een periode van meerdere jaren, zodat de visserijsector wat meer rust krijgt. Minister Veerman heeft aangekondigd dat hij daarvoor zal pleiten. Binnen die quota kan dan binnen beperkte marge van 10 à 15 procent worden afgeweken.

Romkes is er een warm voorstander van. Maar voorlopig vertrouwt hij de berekeningen van het ICES niet. ,,Laten de biologen hun werk eerst maar eens overdoen. Je kunt niet een bedrijfstak opknopen aan één rekensom.''

    • Arnoud Veilbrief