Antidopingcode voer voor jurist

Advocaat Cor Hellingman verwacht dat juristen massaal in actie zullen komen om de zware sancties in de WADA-code proportioneel te krijgen.

De invoering van de wereldantidopingcode volgend jaar zal juristen veel werk bezorgen, verwacht de Amsterdamse advocaat Cor Hellingman. Er zal vooral over de straffen twee jaar bij een eerste overtreding van het dopingreglement en levenslang bij recidive geprocedeerd moeten worden om ervoor te zorgen dat de straf in verhouding komt te staan tot de overtreding. Hellingman noemt hij een schorsing van twee jaar ,,een fundamentele onrechtvaardigheid en een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel''. Hij zei dat gisteren op het congres Sport & Recht in Soestduinen.

Hellingman hield de antidopingcode, die volgend jaar bij de Olympische Spelen in Athene onder auspiciën van het wereldantidopingbureau WADA wordt ingevoerd, uitgebreid tegen het licht. Hij had er veel op aan te merken. Zo noemde de advocaat, die voetballer Frank de Boer verdedigde in diens nandrolon-zaak, het artikel over de strafmaat ,,een raar tweetrapsmodel'', omdat binnen een hoofdstuk van de WADA-code de sanctie wordt bepaald en tevens wordt aangegeven hoe die ongedaan gemaakt kan worden.

Hellingman: ,,De sanctie op een overtreding wordt verdedigd met een beroep op het strafrechtelijke principe van nulla poena sina culpa. Met andere woorden: bij een straf moet de schuld relevant zijn. Je hebt een omkering van bewijslast; er ligt een onweerlegbaar vermoeden van schuld. Tegen de achtergrond van deze regel kan gebruik worden gemaakt van jurisprudentie in Duitsland, waar men actiever is geweest bij het zoeken van rechtsbescherming bij de rechter.

Dat sporters zwaarder tillen aan de twee jaar schorsing dan aan de levenslange straf, heeft volgens Hellingman te maken met de korte duur van een sportcarrière. De advocaat over de in zijn ogen disproportionele sancties. ,,Een sporter die onzorgvuldig is geweest met voedingssupplementen en een kleine overtreding heeft gemaakt zonder dat het effect heeft gehad op zijn prestatie, krijgt dezelfde straf als iemand die zich keihard en opzettelijk heeft platgespoten en er een gigantisch voordeel van heeft gehad. Dat is toch een eigenaardigheid waarover schijnbaar niemand bij het opstellen van de WADA-code heeft nageacht.''

Minstens zo merkwaardig vindt Hellingman dat het Amerikaanse rechtsbegrip estoppel buiten de code is gelaten, terwijl het sporttribunaal CAS in Lausanne op grond van de WADA-code de enige beroepsinstantie dat beginsel in een uitspraak heeft erkend. Estoppel betekent dat een partij die met een bepaald gedrag bij een andere partij verwachtingen heeft gewekt daar niet op kan terugkomen. Dat begrip werd toepast in de uitspraak van de zaak die de internationale atletiekfederatie IAAF had aangespannen tegen de Amerikaanse atletiekbond USATF. Die had positieve bevonden atleten beschermd en wedstrijden laten lopen. De USATF hoefde van CAS niet de namen vrij te geven, waarmee volgens Hellingman is aangetoond dat de code altijd geconfronteerd zal worden met specifieke regels uit rechtssystemen.

Een ander voorbeeld van estoppel is volgens Hellingman de nandrolon-zaak van de Tsjechische tennisser Uhlirach tegen de tennisorganistie ATP. Hij zou positief zijn bevonden na gebruik van een zouttablet, die de organisatie zelf beschikbaar had gesteld. Hellingman: ,,Als ATP die tabletten zelf verstrekt dan kan die organisatie bij een positieve dopingtest, voortkomende uit het gebruik ervan, geen schorsing opleggen.''

Omdat arbitrage voorgeschreven staat in de WADA-code, doen atleten er volgens Hellingman verstandig aan een overeenkomst te sluiten voor grote toernooien. Overigens heeft WADA daarin al voorzien door internationale sportfederaties modelovereenkomsten aan te bieden. Hellingman: ,,Een overeenkomst is in mijn ogen de enige oplossing voor problemen over de autonomie van de internationale sportfederaties en de relatie tot het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Wetgeving is niet mogelijk; je moet partijen bij elkaar brengen. Het probleem voor een sporter die meedoet aan competities is dat hij het bestaan van een dopingreglement niet kan ontkennen. Daarom zal er ergens een papiertje moeten zijn waarin de beroepsprocedures staan omschreven. In Nederland zijn we primair gehouden aan de reglementen, maar de WADA-code is sterk beïnvloed door het angelsaksische recht, waar voor arbitragezaken, zoals bij CAS, een speciale overeenkomst gewenst is.''

WWW.NRC.NL: dossier doping

    • Henk Stouwdam