Verbeterde Robin Hood

De Robin Hood-heffing van GroenLinks en het gelijknamige fonds van minister De Geus vonden geen genade. Twee medewerkers van het Sociaal Cultureel Planbureau presenteren een alternatief: de Robin Hood-bijdrage.

Met al die consternatie over de Robin Hood-heffing van GroenLinks en het Robin Hood-fonds van minister De Geus zouden we haast vergeten dat er in de economische vakliteratuur al meer dan tien jaar een zogenoemde Robin Hood-index bestaat.

Deze meeteenheid werd in 1992 geïntroduceerd door de Britse economen Atkinson en Micklewright. De index geeft aan hoe veel de rijkste helft van de bevolking moet afstaan aan de armste helft om de inkomensverdeling volledig gelijk te trekken. Even gauw uitgerekend op een bierviltje zou dat voor de rijkste helft van Nederland neerkomen op een jaarlijks verlies aan besteedbaar inkomen van circa 17 procent. Kijk, dat is weer eens wat anders dan de voorstellen van de commissie-Tabaksblat, en heel wat meer dan de door GroenLinks bepleite heffing van 500 euro.

Wellicht is het daarom wat te hoog gegrepen en moeten we van een meer realistische berekening uitgaan. Maar wat let ons om onze eigen Robin Hood-index te maken? Wanneer we in plaats van de bovenste helft alleen de bovenste 10 procent van het inkomensgebouw om een bijdrage vragen om de huishoudens onder de armoedegrens daar boven te brengen, hoe hoog zou die bijdrage dan moeten zijn?

Uitgaand van de veel gebruikte lage-inkomensgrens van netto 800 euro per maand (circa 10 procent boven de normbedragen van de bijstand) hadden de armste huishoudens van ons land in bijvoorbeeld 2001 een tekort aan koopkracht van 1,4 miljard euro. Het besteedbaar inkomen van de rijkste 10 procent bedroeg in dat jaar zo'n 39,7 miljard euro, waardoor onze Robin Hood-bijdrage zou uitkomen op 3,4 procent van hun besteedbaar inkomen. Heel wat aanvaardbaarder dan de eerder genoemde 17 procent bij volledige gelijktrekking.

Met enig cijferwerk kan de noodzakelijke Robin Hood-bijdrage van de afgelopen 25 jaar worden vastgesteld. Dan blijkt weer eens hoezeer de geschiedenis zich herhaalt, want de Robin Hood-bijdrage van 2003 is weer terug op het niveau van 25 jaar geleden.

Een troost voor de rijkste 10 procent is nog, dat bij relatief geringe inkomensverschillen de hoogte van de Robin Hood-bijdrage over het algemeen wel zal meevallen. Dat zou heel anders uitpakken in een land als de Verenigde Staten.

Mocht de Robin Hood-bijdrage ooit in Nederland worden ingevoerd, dan is de volgende stap een internationale vergelijking. En dan niet alleen met de VS of onze buurlanden. Wat dacht u van een Robin Hood-index voor het noordelijk en het zuidelijk halfrond? Of is dat soms te veel gevraagd?

    • Evert Pommer
    • Kees M. Paling