Sociale gelijkheid 2

Roel in 't Veld verwart de effectiviteit van een systeem van herverdeling (van inkomen, zorg, onderwijs) met de morele rechtvaardiging van die herverdeling. Hij schrijft: ,,Het probleem is te bepalen wie nu eigenlijk wel en niet thuishoren in de groep van behoeftigen. Moet de mens die er overal de kantjes heeft afgelopen, heeft geparasiteerd, zijn zelfontplooiing heeft verwaarloosd, hetzelfde worden behandeld als degene die zich kapot heeft gewerkt, maar het allemaal niet heeft gehaald?''

Die rechtvaardigheidsvraag kan simpel beantwoord worden. Niemand is in staat om de problemen en mogelijkheden van een ander ten diepste te doorgronden. Wie zelf uit `een goed nest' komt, d.w.z. van jongs af aan allerlei kansen en voordelen heeft meegekregen in juist die maatschappij waarin hij of zij thans moet functioneren, kan zich de hindernissen die anderen tegenkomen, niet goed voorstellen, laat staan goed beoordelen.

Wat is hard werken, wat is parasiteren? De kunstenaar die met veel lobbywerk subsidie weet los te peuteren voor een flut-project, heeft die nu hard gewerkt, of succesvol geparasiteerd? En de grijze muis die bij talloze bedrijfsreorganisaties altijd weer mag blijven, dankzij de juiste connecties? De illegale immigrant, die zijn leven waagt om hier te komen? De uitkeringstrekker die zijn laatste restje zelfrespect verdedigt tegenover beurtelings zuigende en dreigende `consulenten' die hem in de plantsoenendienst proberen te drukken om hun quotum te halen?

De verdelingsjungle van het leven kan alleen rechtvaardig getemperd worden met behulp van het meest eenvoudige verdelingsprincipe: iedereen verdient evenveel middelen en voorzieningen.

Volledige tenuitvoerlegging van dit eenvoudige verdelingsprincipe is echter niet mogelijk en een poging daartoe zou, alleen al door de aard van het menselijk beestje, tot contra-productieve effecten leiden. Er is daarom sprake van een praktisch probleem: hoe verdeel je de boel zo eerlijk mogelijk zonder dat het een puinhoop wordt?