Sober Spaans vrouwendrama

Als windduivels, kleine woestijntornado's zo snel wervelen twee danseressen tollend om hun eigen as rond een houten tafeltje en planten exact op hetzelfde moment hun vuist op tafel. Droog ritmisch handgeklap begeleidt deze temperamentvolle dames. Hun woede slaat op slag om in lijdzaamheid als twee mannen hun entree maken. Die slaan er lustig ritmisch strak op los. Meppen in het gezicht. Door het handgeklap heen klinkt nu gekerm en gekrijs.

De openingsscène in Deserto Rosso, de nieuwe voorstelling van Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard, werkt als een mokerslag. Keihard en onontkoombaar. Tegen een decor van een hoerig bloedrood gordijn wordt getoond hoe vrouwen worden mishandeld. De couleur locale is Spaans, door de flamenco-achtige dans, de kleuren rood en zwart, het ritmische palmas uit Steve Reichs Clapping Music. Alleen de titel verwijst naar iets Italiaans.

Hoe dan ook, in deze `rode woestijn' zijn mannen heer en meester. Ze dollen als jolige matrozen met acrobatische en groteske passen over het podium en nemen de vrouwtjes als speeltjes te grazen. Tot slot zijn de rollen toch veranderd en laten de dames zich als stoere powergirls niets meer zeggen.

Het werk van Bronkhorst en Jongewaard gaat vaker over strijd tussen mannen en vrouwen, maar nooit zo expliciet als nu. Dat felle realisme is niet het sterkste aan Deserto Rosso. Dat zijn meer de momenten waarop danseres Sofia Laalej Bernal de banale werkelijkheid ook letterlijk ontstijgt en aan een koord boven de grond zweeft. In deze verstilde, de liefdesextase verbeeldende trapezesolo heeft de man de dienstbare rol van begeleider. Mooier nog is hoe ze later voetje voor voetje balanceert op een smalle plank die Marc van Loon en Matthew Kelly Roman over twee leggers plaatsen en telkens verplaatsen. Als galante ridders staan ze haar op dit smalle pad terzijde; corrigeren behoedzaam haar voet, zorgen voor tegenwicht en vangen haar tot slot op. Op het parcours dreigt ze voortdurend te vallen en hervindt ze haar evenwicht, wat een wonderschone metafoor is voor haar emotioneel wankelmoedige bestaan. Het beeld herinnert daarbij aan Seesaw, dat Koert Stuyf in de jaren zeventig creëerde voor Ellen Edinoff, en kan ook opgevat worden als ode aan dit legendarische duo bij wie Bronkhorst haar carrière begon.

Laalej Bernal heeft net niet de magnetische uitstraling die je voor deze solo zou wensen. Beter komt ze tot haar recht in de zweefsolo en in het snelle en exacte dansen. Dat laatste geldt ook voor Paula Duarte.

Deserto Rosso overtuigt uiteindelijk wel, door de manier waarop dit rauwe onderwerp geheel en al in dans is uitgewerkt en bedwongen is door de uiterst strakke vorm. Vergeleken bij I feel good, hun vorige barokke `pornoversie' van Strawinsky's Sacre du Printemps, is dit werk erg sober. De dans bestaat uit heldere geometrische patronen en repetitieve elementen en wordt begeleid door op herhaling gebaseerde muziek: behalve Reichs Clapping Music ook Electric Guitar Phase en Jacob ter Veldhuis' Toccata.

Messiaens meditatieve Quatuor pour la fin du temps past goed bij de bespiegelende delen. Die logica maakt dit Spaanse vrouwendrama toch meer dan het ongenuanceerde `Blijf van mijn lijf huis'-stuk waar het bij aanvang de schijn van heeft.

Voorstelling: Deserto Rosso. Choreografie: Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard. Gezien: 12/12 De Toneelschuur, Haarlem. Herh. de Brakke Grond, Amsterdam: 7 t/m 10/1 en 14 t/m 17/1. Tournee t/m 2/5.

Inl. 020 693 4551 of www.truus-bronkhorst .com

    • Isabella Lanz