Nederland wil uitgaven van EU bevriezen

Premier Balkenende heeft met de regeringsleiders van vijf andere landen in een brief de Europese Commissie gewaarschuwd dat de Europese begroting bevroren moet worden.

Romano Prodi, de voorzitter van de Commissie, heeft echter geantwoord ,,dat dit eenvoudig niet mogelijk is''.

Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Oostenrijk en Groot-Brittannië willen dat de uitgaven van de Europese Unie in de periode 2007 tot 2013 niet hoger worden dan 1 procent van het bruto nationaal inkomen (bni). De EU ontvangt jaarlijks 1,24 van het Europese bni, maar geeft tot nu toe minder uit. Vorig jaar gaf de EU 0,98 procent van het bni uit. In 2006 denkt de Commissie een uitgavenniveau van 1,12 procent van het bni te bereiken.

In januari wil de Commissie komen met eerste voorstellen voor de begrotingsperiode 2007-2013. In 2005 moeten onderhandelingen over deze langetermijnbegroting worden afgesloten. Volgens Prodi is het bij een uitgavenplafond van 1 procent van het bni niet mogelijk alle taken uit te voeren die de lidstaten van de Commissie verwachten. ,,Wonderen zijn niet mijn specialiteit'', aldus Prodi.

Volgens de Commissie is het onvermijdelijk dat de EU-uitgaven omhooggaan als gevolg van de uitbreiding met tien in hoofdzaak arme nieuwe lidstaten en de voortdurende toename van taken waartoe de EU-regeringen besluiten.

De brief van de zes regeringsleiders heeft niets te maken met de mislukte Europese top van afgelopen weekeinde over het Europees grondwettelijk verdrag. De betrokken landen hadden de Commissie elk afzonderlijk al eerder gezegd een bevriezing van de EU-begroting te willen en de brief was ook eerder voorbereid.

Onze correspondent in Polen voegt hieraan toe:

In Polen wordt de brief wel in verband gebracht met de mislukte top. Volgens dagblad Gazeta Wyborcza wordt wraak genomen op Polen en Spanje. Een topambtenaar noemt het in de krant ,,een paradox'' om het aantal landen in de Europese Unie uit te breiden zonder meer geld te willen uitgeven. Bepaalde zaken, zoals de veiligheid van de nieuwe oostgrens, kunnen hierdoor in het nauw raken. Volgens minister Cimoszewicz (Buitenlandse Zaken) kan de Europese Unie na de uitbreiding niet functioneren op basis van het principe `voor wat hoort wat'. Hij verwacht dat Duitsland Polens ferme stellingname in de discussie over een nieuwe Europese grondwet niet zal beantwoorden met financiële sancties. ,,Duitsland is onze vriend en het is een misvatting om te zeggen dat het neigt naar emotioneel gedrag.''

EUROPARLEMENT: pagina 4