Met 15 bar en op 90 graden

Wat voorafging: een espressoapparaat werd onbruikbaar doordat een rubber ring niet meer leverbaar was. Een rondgang langs onderdelenwinkels en het natrekken van vele tips van lezers (waarvoor dank) leverden helaas niets op.

Er moest dus een nieuwe machine komen, want wie eenmaal aan zo'n pittig caffeïneshot gewend is, hoeft niets anders meer. Geen filterkoffie, en ook geen Senseo-surrogaat – zo'n apparaatje waar het water onder een betrekkelijk lage druk door de koffie wordt geduwd. Een echte espresso is het resultaat van een pittig gebrande, fijngemalen koffie, waar heet water onder hoge druk (15 bar) doorheen wordt geperst.

Maar met welke machine? Je hebt ze in uiteenlopende prijsklassen. Espressomachines kosten zo tussen de 100 en de 600 euro. Dat zit hem niet zozeer in de pompjes – vrijwel alle apparaten leveren tegenwoordig de benodigde 15 bar druk. Het zit hem meer in de manier waarop het water wordt verhit en de kwaliteit van de thermostaat die het water op precies 90 graden moet houden.

De goedkopere modellen (meestal van Duits fabrikaat) hebben een aluminium blokje (`thermoblok') dat elektrisch wordt verhit terwijl er water doorheen wordt gepompt. Het kan heel goed werken, maar er is een nadeel: met aluminium heb je sneller last van kalkafzetting. Wie niet heel secuur en op tijd ontkalkt, zit op een gegeven moment met een dichtgeslibd of lekkend apparaat. In een veel duurdere variant zit een thermoblok waar een koperen leiding is ingegoten – en dan heb je weer veel minder last van kalkafzetting.

De meest Italiaanse espressoapparaten hebben een `boiler'. Een klein tankje waarin een spiraalvormig verwarmingselement het water verhit. Het materiaal van de boiler maakt veel uit in de prijs. Een roestvrijstalen boiler (250 euro voor een compleet apparaat) is weer goedkoper dan een messing boiler (reken maar op 450 euro en meer). Het voordeel van een messing boiler is weer dat je minder last van kalk hebt. Ook de grootte van de boiler maakt nogal wat uit in de prijs. Met een grote boiler kun je meer koffie in één keer zetten, maar de begin-opwarmtijd is weer langer.

Een andere vraag waar de espressokoper meteen een antwoord op moet geven is: servings of losse koffie? Servings zijn een soort theezakjes, maar dan met koffie. Je legt ze net als de koffie in het espressobakje, maar het moet wel een speciaal bakje, en meestal ook een speciale machine zijn. Het voordeel is dat de machine betrekkelijk schoon blijft – na gebruik gooi je het zakje met koffie en al weg. De nadelen zijn ook duidelijk: om te beginnen is het duurder. Een serving met bijvoorbeeld Illy-koffie bevat 6,9 gram koffie en kost ongeveer 26 eurocent. Als je evenveel losse koffie in je bakje doet, ben je bijna 9 eurocent goedkoper uit. Verder is er minder keus in de koffiesoorten en met servings kun je maar één kopje tegelijk maken – terwijl je met losse koffie zo gezellig twee kopjes onder het apparaat kunt zetten. Een apart type is het Nespresso-systeem van Nestlé. Daar zit de koffie in een aluminium capsule, die 27 eurocent kost. De koffie blijft heel vers, maar het is wel doodzonde van al dat aluminium dat je steeds moet weggooien.

Wie een espressoapparaat heeft, moet bedenken dat zo'n ding niet bepaald onderhoudsvrij is. Om te beginnen is daar het ontkalken. De aanwijzingen van de fabrikant moeten stipt worden opgevolgd. Frequentie en het te gebruiken middel zijn van groot belang. Het middel dat voor het ene apparaat geschikt is, kan het andere op den duur slopen. Azijn is meestal niet geschikt – het maakt de kalkaanslag wel los, maar lost het onvoldoende op.

Verder moet de koffieaanslag uit het bakje en de houder voortdurend verwijderd worden. Wie dat niet doet, wordt op den duur gestraft met koffie met een walgelijke bijsmaak.

    • Warna Oosterbaan