Kwetsbare plekken

In Utrecht is een foto- tentoonstelling over de lelijke plekken in de stad. Niet iedereen blijkt zich aan lelijkheid te storen. `Ook de rafelranden verdienen bescherming, anders is er niets meer te dromen.'

,,Mooi, man'', liet een van de aanwezige architecten zich ontvallen bij de presentatie van de foto's van kwetsbare plekken in Utrecht. Het was al bij de derde foto van de 113 dat de waarschuwing van de inleider was vervlogen.

,,Marco de Rover is in staat om lelijke plekken mooi te fotograferen'', had die gezegd, ,,daar moeten jullie maar doorheen kijken.'' Niet dus.

De bewonderende woorden betroffen een foto van een expeditietunnel onder Hoog Catharijne met slagbomen, een verlaten portiersloge en het valse licht van tl-balken. Kortom: het perfecte decor voor een film noir. Ook de foto's van de rommelige haventerreinen langs het Merwedekanaal slaagden er niet in afkeer te bewerkstelligen, net zo min als die van de verlaten roltrappen en het glanzende marmer in winkelcentrum Hoog Catharijne.

Afblijven, niets meer aan doen, het is precies goed zoals het is, leken de beelden te zeggen. En dat was nu net niet de bedoeling van Architectuurcentrum Aorta, dat samen met het Utrechts Nieuwsblad een oproep deed om plekken in te sturen `waar iets niet klopt, die per toeval zijn ontstaan of waar juist te veel, soms half afgemaakte, plannen over elkaar heen buitelen'. Kortom plekken die `voor verbetering vatbaar' zijn.

Aan de commentaren die de Utrechtse bevolking had ingestuurd lag het niet, die lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: `De meest mensonvriendelijke en woonvijandige wijk' (Lunetten), `Dorre verkeersvlakte' (Westplein), `Het inferno van Utrecht' (busstation), `Doodsaai en onderbenut' (Neude), `Ronduit lelijk en vies' (Vredenburg), `Een schande voor Utrecht' (de half ingestorte fabriek aan de Verlengde Hoogravenseweg), `Onaantrekkelijk, verwaarloosd en fantasieloos' (alle winkelcentra in de buitenwijken). Maar tot spijt van organisator Aorta kwamen de inzenders afgelopen vrijdag bij de presentatie niet opdagen en boze woorden ontbraken dan ook.

De sfeer was welwillend, beschouwend, intellectueel. ,,We moeten niet te veel willen opruimen, ook lelijkheid, rottigheid en rafelranden verdienen bescherming, anders is er niets meer te dromen'', zei iemand. En de inleider, Erik Meulenbelt van het ontwerpbureau Naked Architecture: ,,Het blijkt dat als je even anders kijkt, slechte dingen wel goed kunnen zijn.'' Op de website van zijn bureau zegt hij het zo: ,,Je hebt smaakontwikkeling nodig om culturele meerwaarde te zien op het moment dat die zich voordoet.'' Dat wil overigens niet zeggen dat Meulenbelt niets wil veranderen, verkeersbarrières en ontoegankelijke plekken – ,,de onbegane grond'' – zijn hem doornen in het oog.

Doel van de tentoonstelling was `een bijdrage leveren aan de aandacht voor de vormgeving van het publieke domein'. Maar het is meer een cursus kijken geworden, vooral door de foto's van Jannes Linders, die van Aorta een vrije opdracht kreeg. Linders ging, anders dan Marco de Rover, volstrekt subjectief te werk. ,,Toen ik door de stad reed met de longlist van boze inzendingen, dacht ik steeds: mensen, zeur toch niet zo. Je woont in Utrecht, dan horen dat soort dingen erbij. Bovendien heb ik geen zin om met mijn foto's te bevestigen wat mensen al vinden.''

Zonder te esthetiseren legde hij de stad vast zoals hij haar aantrof. Het Smakkelaarsveld, de beruchte junkenplek in het centrum, leverde een idyllisch beeld van een parkje op, met een klein groepje mensen in de lage zon. ,,De plék is niet kwetsbaar, maar mensen wel. Toen ik stond te fotograferen, kwamen de junks in opstand en werd mijn portemonnee gerold. Maar daarmee blijft het nog wel een mooie plek.''

Vanaf de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal fotografeerde hij recht omlaag, wat een abstracte compositie opleverde van golvend water, een kadewand en oeverbegroeiing. ,,Inzenders klagen over de schaalsprong, maar dat is juist het magnifieke van deze plek, dat je even verlost bent van die uit zijn voegen barstende binnenstad.'' Zelfs het veelvuldig vervloekte busstation leverde een foto van een rauwe schoonheid op: een beeldvullende rode bus, op de achtergrond de grindbetonnen kantoorkolossen van Hoog Catharijne, op de voorgrond een jongetje en een duif op een met kauwgum bespikkeld trottoir.

Op de muur van Aorta staat een citaat van Albrecht Dürer: `Met betrekking tot schoonheid zijn goed en beter niet gemakkelijk te onderscheiden.' Dit adagium blijkt ook voor lelijkheid te gelden.

De tentoonstelling `Kwetsbare plekken' duurt tot en met 31 januari 2004, Achter de Dom 14, Utrecht.

    • Tijs van den Boomen