Inspraakorganen en nukkige financiers

Iedere kunstenaar heeft ze wel: ongerealiseerde projecten. Bij schrijvers liggen die stilletjes in een la (als ze tenminste geen A.F.Th. heten), bij schilders pruttelen ze in een hoekje van het atelier.

Bij kunstenaars die werken in de openbare ruimte daarentegen, gaat het heel anders. Voordat hun werken gerealiseerd worden, moeten ze eerst een langdurig bureaucratisch proces door. Daarbij zien tientallen mensen de maquettes, bekijken de computermodellen, er is over het project geschreven en vergaderd. Wordt het dan alsnog afgeblazen, dan blijft het plan vaak nog in de hoofden van die toeschouwers leven – soms zelfs hardnekkiger dan wanneer het gerealiseerd zou zijn.

Open, het tijdschrift van de SKOR (Stichting Kunst en Openbare Ruimte) wijdt een special aan gestrande projecten. Het niet realiseren spreekt sterk tot de verbeelding. Zo wijst Ole Bouman er in zijn openingscolumn al op dat ,,het lijkt alsof alle grote (architecturale) sleutelprojecten sinds de Verlichting hun faam danken aan hun immateriële bestaan.'' Zijn rijtje voorbeelden is dan ook indrukwekkend: hij noemt onder andere de glazen wolkenkrabber van Mies van der Rohe, de Villa Radieuse van Le Corbusier, Nieuw Babylon van Constant en het Parc de la Vilette van Koolhaas. Juist doordat ze nooit werden gebouwd, blijven ze de gedachten prikkelen.

De vraag is dan of dat ook gaat gebeuren met de diverse recente, Nederlandse voorbeelden van ongerealiseerde kunst die verder in deze Open aan de orde komen. Twee zijn er redelijk bekend. Zo zal bij veel mensen het Children's Pavilion van Dan Graham en Jeff Wall nog bekend in de oren klinken, omdat de kunstenaars internationaal befaamd zijn en er in Rotterdam jaren over is gediscussieerd. Veel leuker was John Körmelings plan (dat de cover siert) om van het Amsterdamse Museumplein (vóór de herinrichting) de `kortste snelweg van Nederland' te maken. Doordat Körmeling er maar meteen een rijstrook of twintig voor uit trok, gaf hij daarmee impliciet een dodelijk commentaar op het toenmalige gebruik van het plein (dat in de praktijk al een soort snelweg wás) en de slappe discussies daarover. Körmelings plan was misschien wat raar, maar het was wel een goed kunstwerk.

Juist dat soort bruuske gestes wordt verder node gemist in dit nummer. Wie Open doorleest, krijgt vooral een pijnlijk beeld van kunst in het poldermodel, waarbij de kunstenaars zichzelf al wat inhouden om commentaar voor te zijn, terwijl hun ontwerpen desondanks door een keur aan commissies, inspraakorganen en nukkige financiers van de weg worden geblazen. Het is om moedeloos van te worden, en dat zijn de meeste auteurs dan ook. Hoe goed en aantrekkelijk sommige plannen er ook uitzien, uit de artikelen spreekt verongelijktheid over het gebrek aan enthousiasme waarmee ze iets te vaak worden ontvangen. Die teleurstelling is begrijpelijk, maar de lezer houdt onwillekeurig het gevoel dat veel van deze werken nu beter af zijn dan in de werkelijkheid op een kale rotonde.

Open: Niet-gerealiseerde Projecten. Nr. 5 2003. Stichting Kunst en Openbare Ruimte 88 blz. Prijs €15,-. Inf. www.skor.nl

    • Hans den Hartog Jager