`Help kind voor het in de problemen komt'

Buurthuizen en scholen moeten de rol overnemen die vroeger werd vervuld door ouders onderling of door een aardige buurvrouw. Ross-Van Dorp over de versnipperde jeugdzorg. ,,De hulp is geprofessionaliseerd en het is daarom een veel grotere stap om er gebruik van te maken.''

Ze heeft zelf drie kinderen, dus ze weet waar ze het over heeft. Opvoeden kan best lastig zijn. En als de omstandigheden tegenzitten, kan opvoeden zelfs héél lastig zijn. Zelf heeft ze er als staatssecretaris niet zoveel tijd voor, maar haar man is parttime gaan werken en is thuis aanspreekpunt. Bovendien zijn haar kinderen al wat groter (22, 16 en 13 jaar).

Staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat vooral over ándere kinderen. Krijgen die als er problemen zijn adequate hulp? Dat valt nog wel eens tegen, vindt Ross-Van Dorp. De jeugdzorg is nogal versnipperd. Verschillende ministeries houden zich bezig met verschillende aspecten van het jeugdbeleid, maar vaak weten ze van elkaar niet wat ze doen. Die `verkokering' zie je vaak ook weer terug bij de provincies en bij de gemeenten.

Dat moet beter, vindt Ross-Van Dorp. En zij vindt dat niet alleen. Vijf ministeries (Volksgezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken, Binnenlandse Zaken en Justitie) hebben daarom besloten om samen te werken onder de titel `Operatie Jong'. Vandaag is oud-staatssecretaris van Financiën Steven van Eijck (LPF) officieel aangetreden als commissaris Jeugd- en Jongerenbeleid. Hij zal de samenwerking gaan coördineren. Volgens Ross-Van Dorp zou de nadruk op preventief beleid moeten liggen en moeten de gemeenten daarop worden aangesproken. Want als ouders en kinderen uiteindelijk al dan niet vrijwillig aankloppen bij een van de bureaus Jeugdzorg is het eigenlijk al te laat.

Hoe denkt u er vroeg bij te zijn?

,,De lokale overheid heeft hierin een grote rol. Gemeenten moeten zorgen voor kinderopvang, buurthuizen en hangplekken. Scholen en consultatiebureaus moeten problemen of achterstanden zo vroeg mogelijk signaleren. Deze kinderen moeten dicht bij huis geholpen kunnen worden. Daarmee ontstaat ook weer ruimte voor de zwaardere problemen bij de bureaus Jeugdzorg. We hebben nog steeds wachtlijsten en daar willen we zo snel mogelijk vanaf.

,,Ik streef naar een duidelijk aanspreekpunt waar ouders en kinderen terecht kunnen met al hun vragen in elke gemeente. Dat kan in een brede school, een bibliotheek of in een Turks buurthuis. Die plek moet de functie hebben van een aardige buurvrouw, bij wie je altijd even op de koffie kan komen, je verhaal kwijt kan en die ook nog weet wie in de buurt je verder kan helpen.''

Maar is dat niet juist nóg een loket. Er zijn al zoveel plekken waar burgers voor elk soort probleem heen kunnen.

,,Dat is precies het probleem. Er zijn veel plaatsen waar ouders terechtkunnen, maar het is vaak te versnipperd. Mensen vinden het frustrerend om van hot naar her te worden gestuurd. In de wijk moeten ouders op een centrale plek terechtkunnen en daar snel en adequaat kunnen worden doorverwezen. Dat kan echt naar van alles zijn; een lotgenotengroep, een Rutgershuis, een jeugdhonk. Voor een heel druk kind helpt misschien wel een sportclub.''

Wanneer moeten die loketten er zijn?

,,Als het aan mij ligt, zo snel mogelijk. Ik ben met verschillende gemeenten in gesprek over een jeugdloket, om te beginnen in de achterstandswijken. Het is wel belangrijk dat de jeugdplekken aansluiten bij de voorzieningen die er al in de wijk zijn. Ouders hebben vaak alleen maar een zetje nodig. Vroeger kregen de moeders dat bij de poort van de school: Gôh, is jouw kind ook zo lastig? Het mijne ook.''

Tegenwoordig staan ouders niet meer bij de poort, want ze werken allebei. De hulp is geprofessionaliseerd en het is daarom een veel grotere stap om er gebruik van te maken.''

En als er zwaardere hulp nodig is dan een klein zetje?

,,Voor de kinderen met ernstige problemen is het bureau Jeugdzorg de toegang tot de hulpverlening, zoals bijvoorbeeld de RIAGG of een pleeggezin. Als het bureau Jeugdzorg vindt dat er intensieve hulp nodig is, moet die zoveel mogelijk ín het gezin worden gegeven. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen en die verantwoordelijkheid moet hun alleen worden ontnomen als het echt niet anders kan. De hulp moet gericht zijn op hun eigen kracht. Eventuele andere problemen in een gezin, zoals verslaving of schulden, moeten ook aangepakt worden.''

Wat is uw oplossing?

,,Ik ben groot voorstander van een gezinscoach. Eén aanspreekpunt en begeleider voor een gezin met problemen gedurende de periode dat ze hulp krijgen. En als ze geen trek meer hebben in hulp, maar de gezinscoach vindt dat ze dat wel nodig hebben, dan mag wat mij betreft drang overgaan in dwang. De privacy van het gezin is belangrijk, maar als het gaat om kinderen in een crisissituatie, dan gaan die voor.''

Stel een jongetje van zeven komt vaak zonder ontbijt op school en maakt een verwaarloosde indruk? Hoe zou de hulpverlening dan idealiter verlopen?

,,De leraar moet zijn geval bespreken in het zorgteam van de school, waarin ook de schoolarts en het schoolmaatschappelijk werk zitten en waar het bureau Jeugdzorg voor advies beschikbaar is. Het blijkt dan om een gezin te gaan met grote problemen: vader komt vaak in aanraking met de politie, moeder is verslaafd, er zijn grote schulden, het huishouden wordt verwaarloosd en de opvoeding verloopt slecht. Bureau Jeugdzorg gaat bij het gezin op bezoek en motiveert hen tot hulp. Er komt een gezinscoach die alle vormen van hulp – schuldsanering, afkickcentrum, opvoedingsondersteuning – die het gezin nodig heeft, coördineert.''

Waar komen de gezinscoaches vandaan?

,,Niet elke hulpverlener kan een gezinscoach worden. Het vergt specifieke vaardigheden. In elk geval moet de gezinscoach het vertrouwen hebben van het gezin. Ik zou me kunnen voorstellen dat opleidingen voor maatschappelijk werker daarop inspelen. Maar instellingen zouden ook bijscholingcursussen kunnen aanbieden.''

Jeugdloketten, gezinscoaches, dat is geen delta-plan voor de jeugdhulpverlening?

,,Gelukkig niet. In de vier jaar dat ik onderwijswoordvoerder was in de Tweede Kamer heb ik gezien dat bewindslieden graag structuurdiscussies voeren. Maar die mislukken omdat ze de mensen niet mee hebben. Burgers willen graag resultaat zien. Ik ben daarom voor kleine, toepasbare plannen waarbij meteen duidelijk is wat de burger ermee opschiet.''

De grootste klacht van jeugdhulpverleners is de gekmakende bureaucratie. Gaat u daar wat aan doen?

,,De balans tussen de hulp die je biedt en de verantwoording die je daarover aflegt, moet beter worden. We moeten dan niet uit een ongepast wantrouwen dichtregelen.''