EU-top in Brussel is helemaal niet mislukt

De Intergouvernementele Conferentie die met een grondwet de basis had moeten leggen voor de toekomstige EU heeft een ander, veel positiever, gevolg gehad: het heeft het einde ingeluid van het Europa gebaseerd op compromissen. De breuk tussen het `karolingische' en het `amerikaanse' Europa is een feit. Frankrijk, Duitsland en België hebben niet toegegeven aan de chantage van Spanje en Polen. De ballast is overboord gegooid en de eenwording kan doorgaan.

Het definitieve oordeel over de Conferentie zal pas over jaren geveld kunnen worden door de historici, maar nu reeds is duidelijk dat de mislukking van de onderhandelingen over de grondwet een mijlpaal is in de geschiedenis van het Oude Continent. Het Europese ideaal is niet verdwenen, maar ferm overeind gebleven, ondanks de aanvallen van Spanje en Polen, die `Europa' niet zien als ideaal, maar als instrument voor de eigen binnenlandse politiek.

De redenen dat de Polen en de Spanjaarden hun voet stijf hebben gehouden zijn namelijk terug te voeren op de economische hulp die ze van Brussel krijgen. Met de stemverhoudingen in de Raad van Ministers, zoals vastgesteld in het Verdrag van Nice, kunnen ze elke besluit over de verdeling van de structuurfondsen blokkeren. Met andere woorden: Madrid en Warschau kunnen verhinderen dat de geldkraan naar hun landen wordt dichtgedraaid. Met het systeem van de `dubbele meerderheid', zoals voorgesteld in de concept-grondwet van Giscard zouden ze die macht verliezen. Vandaar dat ze boel op de klippen hebben laten lopen. Het zakgeld uit Brussel weegt zwaarder voor de Spanjaarden en de Polen dan het `Europese Ideaal'.

Als de lidstaten hadden toegegeven aan de absurde eisen van Aznar en Kwasniewski, om toch maar met een akkoord en een mooie groepsfoto af te sluiten, zou Europa pas werkelijk schipbreuk hebben geleden. De EU zou een exclusieve country club geworden zijn waarin alle landen gelijk zijn, maar waarin Spanje en Polen toch net iets gelijker zijn dan de rest.

Duitsland en Frankrijk hebben de droom van Adenauer, Schumann, Monnet en andere founding fathers van Europa in leven gehouden. Zíj hebben de basis gelegd voor een Europees leger, terwijl andere landen zaten te zanikken over het invoegen van een referentie aan de `christelijke wortels' in de preambule van de grondwet. Zíj hebben zich beijverd voor het oprichten van wat in de toekomst een Europese `Kamer van de Staten', een Senaat, zou moeten worden, terwijl andere landen met cijfers, stemverhoudingen, en commissieleden zaten te goochelen.

Chirac en Schröder hebben hun ogen op de horizon gericht en niet zoals zovelen op het einde van hun eigen politieke mandaat. Over een onbevredigend verdrag, zoals dat van Nice, kon nog wel een compromis gesloten worden, op weg naar beter, maar nu het gaat om een grondwet hebben ze terecht de lat een heel stuk hoger gelegd. En wie niet springen wil, doet niet meer mee. De Europese trein gaat verder, de daadkracht van de landen die haar voortstuwen is nog nooit zo groot geweest als nu.

In de komende maanden is het van groot belang om verder te gaan met de harde kern, en met nieuwe, ambitieuzere projecten te komen. Een heroprichting van Europa, niet van een economische Unie zoals ruim veertig jaar geleden, maar van een politieke Unie, of wat tenminste het potentieel heeft om werkelijk een politieke Unie te worden, met een sterke regering, een sterk parlement en een eigen leger. Alle (toekomstige) leden van de Unie zijn welkom, maar buiten de `harde kern' is niemand onmisbaar. Als landen niet enthousiast worden door het Europese ideaal, dan blijven ze maar achter op de drempel van de geschiedenis, in afwachting van een nationale regering die wel de onvermijdelijke sprong zal durven te wagen.

Oscar ten Houten studeert letteren in Florence en is co-auteur van een alternatieve Europese Grondwet (www.pceu.org).