Duitse burger: leef europact na

Uit een Europees onderzoek blijkt dat de meeste inwoners van eurolanden voor het strikt naleven van het Stabiliteitspact zijn. Ook de meeste Duitsers.

Een meerderheid van de Duitsers blijkt het niet eens te zijn met de eigen regering en vindt dat het Stabiliteitspact voor de euro wel degelijk strikt moet worden nageleefd. Dit blijkt uit een gisteren gepubliceerde zogenoemde Eurobarometer van de Europese Commissie.

Tijdens het onderzoek werden in de twaalf eurolanden ruim 12.000 mensen ondervraagd. De enquête werd uitgevoerd enkele weken voordat de EU-ministers op 25 november besloten dat Duitsland en Frankrijk geen sancties krijgen opgelegd, ondanks hun overschrijding van de 3-procentstekortnorm van het pact.

Een relatieve meerderheid van de Europese burgers (47 procent) vindt dat het Stabiliteitspact voor de euro strikt moet worden toegepast, ook als de economie slecht draait. Maar bijna evenveel Europeanen (42 procent) zijn voor een soepeler toepassing.

In Duitsland (53 procent) en België (53 procent) hechten de meeste burgers aan strikte toepassing van het pact. Daarna volgen Nederland (52 procent) en Luxemburg (51 procent). In Frankrijk houden voor- en tegenstanders elkaar met 48 procent in evenwicht. Van alle ondervraagden denkt 40 procent dat sancties niet op dezelfde manier op alle landen worden toegepast, terwijl evenveel ondervraagden denken dat dit wel het geval is. De overgrote meerderheid van de Europeanen (71 procent) vindt het Stabiliteitspact `goed', omdat het bijdraagt aan de kracht van de euro.

De Europeanen blijken verdeeld over de zegeningen van de euro. Zo is 47 procent `blij' met de euro, terwijl 44 procent `niet blij' is. Luxemburgers, Ieren, Finnen en Belgen zijn het meest positief. Van de Duitsers, die hun harde en geliefde D-mark moesten opgeven, is slechts 30 procent gelukkig met de Europese munt.

Veel Europeanen hebben hun koopgedrag aangepast sinds de invoering van de euromunten en eurobiljetten op 1 januari 2002. Bijna 33 procent van de Europeanen geeft meer uit, omdat ze zich de waarde niet goed realiseren. En 38 procent van de Europeanen zegt minder uit te geven uit vrees dat hun budget uit de hand loopt.

Opvallend is dat niet minder dan 61 procent van de Duitsers zegt minder uit te geven. Van de Nederlanders is dat 33 procent. Ongeveer negen op de tien Europeanen denken dat de prijzen door de euro zijn gestegen, ondanks verzekeringen van de autoriteiten dat het effect op de inflatie klein is geweest.

Nederlanders (39 procent) en Grieken (37 procent) blijken het minst op de hoogte van het feit dat betalen met een bankpas in het buitenland niet meer kost dan in eigen land. Nederlanders rekenen het meest van alle Europeanen bij grotere aankopen nog in de eigen munt: 68 procent. Van alle Europeanen denkt 54 procent nog in de eigen munt.

Nederlanders en Ieren blijken met 42 procent het meeste moeite te hebben met het herkennen van de euromunten. Van alle Europeanen vindt 71 procent het `heel gemakkelijk' cash in euro te betalen, terwijl 28 procent er moeite mee heeft. Van de meeste Nederlanders mogen munten van 1 en 2 eurocent verdwijnen.