Drie jaar na fusie is Dinkelland nog steeds niet één gemeente

Wie lessen wil leren uit herindelingen moet naar het Twentse Dinkelland. Dorpsbelang blijft gaan boven gemeentelijk belang.

Burgemeester Frans Willeme van de Twentse gemeente Dinkelland is tot aan carnaval elke vrijdag, zaterdag of zondag de gast van een van de twaalf plaatselijke carnavalsverenigingen. Als geboren Limburger is dat voor hem geen straf, maar wat minder had ook gemogen. Willeme slaat evenwel geen uitnodiging af uit angst scheve gezichten te veroorzaken. ,,Het is de prijs van de herindeling'', zegt Willeme.

Drie jaar na de fusie van Weerselo, Denekamp en Ootmarsum wordt de gemeente Dinkelland (26.000 inwoners) nog altijd verscheurd door een bloedgroepenstrijd. Bij netelige beslissingen wordt het stemgedrag in de gemeenteraad niet bepaald door het partijstandpunt, maar door de woonplaats van de raadsleden. Eigenbelang gaat boven het algemeen belang, constateert ook Willeme. ,,Veel raadsleden hebben moeite over de eigen schutting heen te kijken, terwijl sommige ex-wethouders die nu in de raad zitten, maar één ding willen – weer wethouder worden.''

In de afgelopen drie jaren hebben de benoeming van Willeme, de aanstelling van een gemeentesecretaris en de bepaling van de gemeentenaam al grote opschudding veroorzaakt. Nu fungeert het plan voor een nieuw gemeentehuis als een splijtzwam. De onenigheid is zo hoog opgelopen dat de CDA-fractie, die de absolute meerderheid in de gemeenteraad heeft, in twee blokken uiteen is gevallen: vijf CDA'ers uit Denekamp en acht CDA'ers uit de omliggende dorpen. ,,Bij hete hangijzers komt de bloedgroepenstrijd bovendrijven'', bekent CDA-fractievoorzitter H. Eertman. Fractievoorzitter L. Stokkelaar van oppositiepartij Demokratisch Dinkelland signaleert ook bij minder belangrijke onderwerpen een kerkdorpenpolitiek. Wanneer Stokkelaar, woonachtig in Denekamp, kritische vragen stelt over een project in Ootmarsum, wordt haar dat niet in dank afgenomen door raadsleden uit het stadje. ,,Het is van de gekke, maar hier zit zoveel argwaan. Als ik Ootmarsum per ongeluk een dorp noem, heb ik al ruzie.''

Dinkelland is op 1 januari 2001 ontstaan, door een samenvoeging van Denekamp en Weerselo en het `historische stadje' Ootmarsum. Wat op papier een logische zet leek – het samengaan van drie min of meer gelijkwaardige plattelandsgemeenten – blijkt in de praktijk een historische vergissing. Vooral politici uit Ootmarsum en Denekamp staan lijnrecht tegenover elkaar. Ootmarsum, dat altijd fel tegen de herindeling is geweest, huldigt het standpunt dat Denekamp de andere twee gemeenten heeft ingelijfd. Denekamp werd aangewezen als bestuurlijk centrum en leverde in de persoon van Willeme ook nog eens de burgemeester.

,,Het was verstandiger geweest om iemand van buiten te benoemen'', constateert Willeme (CDA). Ook hadden de plannenmakers in zijn ogen Oldenzaal ,,een natuurlijk sterke gemeente'' bij de herindeling moeten betrekken. De derde fout die in zijn ogen is gemaakt, is de gebrekkige voorbereiding. Tussen de besluitvorming in de Eerste Kamer en de ingangsdatum zaten slechts een paar maanden. ,,Omdat Denekamp en Ootmarsum hoopten zelfstandig te kunnen blijven, hebben we ons eigenlijk helemaal niet voorbereid.''

De gebrekkige voorbereiding zadelt de nieuwe fusiegemeente op met allerlei extra kosten, vooral op personeels- en huisvestingsvlak. De burgers van Dinkelland merken dat in de portemonnee door de verhoogde onroerendzaakbelasting.

Het is koren op de molen van de tegenstanders van de herindeling, die vooral in Ootmarsum zetelen. ,,De herindeling is funest. Ze beloven je de hemel, maar je krijgt nog niets eens de hel'', zegt de 67-jarige Ootmarsummer Ben Morshuis, kenner van de historie van zijn stad. Dat Ootmarsum na zeven eeuwen zijn zelfstandigheid is kwijtgeraakt, is moeilijk te accepteren.

Het zou wellicht anders zijn gelopen als Ootmarsum de naam was geworden van de nieuwe fusiegemeente. Dat was ook het voornemen, maar uiteindelijk legde deze naam het in een stemming nipt af tegen de neutrale naam Dinkelland. De bedenker van deze naam, een CDA-raadslid uit Denekamp, ontving als `dank' een brievenbus vol met beledigende brieven. Anoniem, maar gepost in Ootmarsum.

Voor raadslid Stokkelaar is er maar één oplossing. Het voltallige college van B en W en alle raadsleden moeten plaatsmaken: ,,Als we echt opnieuw willen beginnen, moet iedereen weg.''

Het idee wordt ondersteund door fractievoorzitter Eertman van het CDA en burgemeester Willeme. Tegelijk is er het besef dat dit niet realistisch is. ,,Het duurt nog zeker een generatie voordat de historische pijn weg is'', zegt Willeme. Hij houdt zich vast aan het feit dat de ambtenaren wel goed samenwerken. ,,Als andere gemeenten willen leren hoe het niet moet, kunnen ze hier terecht'', zegt hij cynisch. ,,Zo erg als bij ons is het namelijk nergens.''

    • Martin Steenbeeke