Communisten Praag terug van weggeweest

Na een moeilijk decennium zijn de Tsjechische communisten terug in de kiezersgunst. Hervormd zijn ze niet, maar ze zijn wel een ideale protestpartij.

De tijd heeft hier stilgestaan. In het Praagse hoofdkwartier van de Tsjechische communisten is alles van vóór 1989: de symbolen, het meubilair, de klederdracht, de retoriek. Marx en Engels, vereeuwigd in metershoog brons, kijken de bezoeker aan. Vaderlijk maar streng.

Welkom in het hol van de KSCM, de Communistische Partij van Bohemië en Moravië, een partij die tegen alle verwachtingen niet in vergetelheid is geraakt. Die, sterker nog, tegenwoordig de op één na grootste partij van Tsjechië is. In het land van de Praagse Lente en van Václav Havel wordt het communisme enthousiast omarmd. Volgens peilingen krijgt de KSCM tussen de 18 en 24 procent van de stemmen als er nu verkiezingen worden gehouden. Stoffig, die communisten, maar zeer populair.

,,Iedereen dacht dat de communisten zouden uitsterven, aangezien vooral oude mensen op hen stemmen'', zegt politiek analist Jiˇrí Pehe. ,,Maar nu blijken ze ook jonge mensen te kunnen trekken.'' Volgens opiniepeiler Jan Herzmann is vijf procent van de KSCM-aanhang jonger dan dertig, vergeleken met twee procent een paar jaar geleden. Die verjonging gaat op met die van de partijleiding. ,,Binnen de KSCM is nu een generatie actief die de jeugd aanspreekt'', zegt Herzmann.

De KSCM wil een rechtvaardige samenleving, gebaseerd op ,,sociaal eigendom'' en ,,collectivisme'', aldus haar website. ,,Mensen hebben slechte ervaringen met het kapitalisme'', zegt partijwoordvoerder Josef Morávek. ,,Ze zijn teleurgesteld en komen bij ons.'' Maar volgens Pehe en Herzmann is het niet het gedachtengoed dat aanspreekt. De KSCM dient als protestpartij.

Waartegen? Tsjechië doet het niet slecht. De economie loopt redelijk. De lonen zijn gemiddeld hoger dan in de rest van Oost-Europa. En het land wordt op 1 mei volgend jaar lid van de EU. Maar toch is de Tsjech ontevreden.

,,Het uitbrengen van een proteststem in Tsjechië is moeilijk'', zegt Herzmann. De sociaal-democratische regeringspartij CSSD heeft lang een `deal' gehad met de oppositie. Die beloofde niet dwars te zullen liggen in ruil voor politieke posten. Dat sloeg het politieke debat dood. ,,Er is geen extreem-rechtse partij, de Groenen zijn zwak. De communisten blijven over als enig alternatief'', zegt Herzmann. Pehe: ,,De communisten combineren extreem-linkse met extreem-rechtse standpunten. In die zin zijn ze wél veranderd.'' De partij stelt zich zeer nationalistisch op. De xenofobie richt zich vooral op de Sudeten-Duitsers, die erkenning zoeken voor hun verdrijving uit Tsjechië na de oorlog.

Pehe vindt de opmars van de communisten niet heel zorgwekkend. Veel kiezers zijn teleurgesteld, omdat hervormingen worden doorgevoerd. ,,Maar het zijn milde hervormingen. Ik denk dat kiezers bijdraaien als blijkt dat alles niet zo vreselijk uitpakt.'' Het is ook onwaarschijnlijk dat de communisten daadwerkelijk aan de macht komen. Daarvoor hebben ze te weinig politieke vrienden.

Wat Pehe veel zorgwekkender vindt is het gemak waarmee de Tsjechen het verleden lijken te vergeten. ,,Er wordt weer massaal en ongegeneerd naar oude, communistische tv-series gekeken. Artiesten uit die tijd zijn opnieuw goden in de populaire cultuur.'' De bekendste van die zangers, Karel Gott, de `gouden nachtegaal van Praag', was dit jaar zelfs even in de race voor het presidentschap. Gott is ondertekenaar van het anti-Charta, het communistische antwoord op Charta 77.

Series met namen als De leerplichtigen (over pioniers) en Jongens en kerels (over het leger) zijn kijkcijferkanonnen in Tsjechië. ,,Ik kijk ook naar die series'', zegt de 22-jarige Teresa, die in een Praags toeristenwinkeltje werkt. ,,Ze doen me aan vroeger denken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ze niet associeer met de slechte dingen die toen zijn gebeurd.'' Morávek van de KSCM zegt: ,,Ik hou niet van nieuwe tv-series, ik vind ze slecht.''

Herzmann vindt deze ontwikkeling zorgelijk. ,,Het probleem is dat de mensen zich vooral de jaren tachtig herinneren: het regime was toen, behalve voor dissidenten, niet echt hard. Er was geen enkele druk om efficiënt te zijn. Best een goed leven dus, zo op het oog. Het is als militaire dienst: je vergeet de moeilijke momenten en herinnert je de grappen en vrienden.''

Dat collectieve geheugenverlies legt de communisten geen windeieren. De opmars van de KSCM in de peilingen is des te opmerkelijk omdat deze partij in Oost-Europa als enige nooit is veranderd. Communisten elders boden hun excuses aan voor het verleden, deden een nieuw jasje aan, werden respectabele sociaal-democraten, kwamen vaak zelfs aan de macht. Maar niet in Tsjechië. In de jaren negentig werden de communisten gemeden als de pest. Havel, de dissident die president werd, weigerde hen uit te nodigen voor politiek overleg of zelfs recepties. Binnen het parlement vormden ze een getto. Pehe: ,,Het waren onaanraakbaren.''

Maar de verkiezing, eind februari, van de liberaal Václav Klaus tot Havels opvolger vormde een keerpunt. Klaus werd door het parlement aangewezen als president, dankzij de steun van de communisten. En hij vergat ze niet. Klaus nodigde de communisten wél uit voor topoverleg. Die gebeurtenis werd door rockmuzikanten en ex-dissidenten beantwoord met een protestconcert in Praag, onder de leus: praat niet met de communisten! Maar er wordt wel met hen gepraat. Heel veel zelfs.