Ammoniak

Iemand vertelde mij ooit dat bacteriën en virussen niets anders zijn dan boosaardige demonen die zich gehuld hebben in een materieel jasje. Vannacht, in de schemertoestand van de koorts, heb ik mijzelf inderdaad urenlang te lans en te zwaard verdedigd tegen een leger walgelijke wezentjes. Rond vijf uur in de ochtend besliste ik de strijd in mijn voordeel na het inzetten van het geheim wapen Ibuprofen, 800 mg.

Ik zit te tikken in een ruimte die je serre zou kunnen noemen, frontaal uitzicht op skipistes. De bar van hotel Nevastur is onbemand. Koffie bestel je bij de receptie. Een telefoontje, en een meisje met een staartje verschijnt. Ze weet raad met de verchroomde machine achter de toog. Ik bestel koffie per paar. Toen ik vorige week beloofde de mooie depressie van de Sierra Nevada 1986 `nog eens' te beschrijven, wist ik niet dat een samenloop van omstandigheden – noem het samenvattend `een klus'– me snel terug op het dak van Andalusië zou brengen.

Eerder dan verwacht ben ik in de stemming.

1986, in de tijd dat de sportdepressie nog niet bestond, althans nog niet met die naam erkend werd.

Op het eerste gezicht heeft het tafereel niets ongewoons. Ik lig op een hotelbed met de lakens tot onder de kin opgetrokken. Het rillen, het gevoel dat de kou voorgoed in de botten is gekropen, brandende koortsogen, een troebel brein, kortom alle verschijnselen die lijken op een fikse griep, maar die ook horen bij een aankomst boven 2000 meter, manifesteren zich. Het ongewone zit hem in de scherpe ammoniakgeur die vanonder de lakens kiert: ik lig in bed met het rugnummer nog op. De verwachting is niet dat een douchebeurt snel zal volgen.

Wat er aan de hand is, is dat wat vandaag in de wetenschap beschreven wordt als centrale vermoeidheid. En die mag graag toeslaan in de derde week van een grote ronde. Helemaal als het qua prestatie tegenzit. Inzet van antidepressiva is doeltreffend, maar wisten wij toen veel.

Ik lig op broodjes banaan en kijk naar de opengeklapte koffer. `Uit de koffer leven', heet het zo fraai, maar wat mij betreft zit die koffer vol demonen.

In de Sierra Nevada voltooi ik op grootse wijze de mislukking die drie jaar eerder werd ingezet, nota bene direct volgend op een periode van drie jaar belofte en succes. Voor het raam passeren twee mannen in ski-jacks, ski's op de schouders. Ze lachen. Dat doet de deur dicht. Opeens zit ik ín de koffer. Poppetje gezien kastje dicht, opgeruimd staat netjes.

Dirk komt binnen – Dirk is mijn soigneur, hij komt me halen voor de massage.

,,Hier houdt het op'', zeg ik. ,,Hier houdt alles op.''

Dirk loopt terug naar de deur, draait zich dan om en zegt: ,,Dat roepen ze allemaal om de zoveel tijd. Vijf minuten?''

Vijf minuten later lig ik op tafel. Ik verlaat mijn wereld liefst gemasseerd.

Drie kwartier later heeft Dirk me ervan overtuigd dat genezing in het hart van het kwaad te vinden is. Gewoon doorkoersen.

    • Peter Winnen