VS kunnen nu iets rechtzetten in Irak

De ontdekking van een verwarde Saddam Hussein betekent eerder een tactische dan een strategische overwinning, menen Ivo Daalder en James Lindsay.

De gevangenneming van Saddam Hussein gisteren door soldaten van de Amerikaanse 4de infanteriedivisie is een belangrijk wapenfeit. De Irakezen juichen in de straten, de Amerikanen klappen voor hun dappere soldaten en de wereld haalt geruster adem nu de wrede dictator achter slot en grendel zit. Eén ding is zeker: Saddam zal nooit meer het Iraakse volk kunnen tiranniseren of hun buren kunnen bedreigen.

Maar wat betekent de aanhouding van de `Slager van Bagdad' voor de bestendigheid van de Amerikaanse bemoeienis met Irak? Tal van mensen – binnen en buiten de regering-Bush – roemen het nieuws van gisteren als de bezegeling van Amerika's strategische overwinning. We zijn naar Irak gegaan om Saddam Hussein en zijn massavernietigingswapens te pakken. De wapens hebben we nooit gevonden, maar Saddam wel. Van nu af aan zouden we onze bemoeienis met Irak moeten kunnen gaan verminderen.

Binnenlandse politieke overwegingen versterken de verleiding om te geloven dat de gevangenneming van Saddam het begin is van het einde – dat onze missie in Irak nu volbracht is. Naarmate er meer Amerikanen sneuvelde, groeide dit najaar de twijfel over de aanpak van president Bush in Irak. Er werd druk gesproken over manieren om de Amerikaanse troepen uit Irak weg te krijgen. Nu Saddam binnenkort terecht zal staan voor de gruwelen die hij het Iraakse volk tijdens zijn kwarteeuw wanbestuur heeft aangedaan, zullen de politieke adviseurs van Bush de president waarschijnlijk voorhouden dat veel kiezers willen dat hij de overwinning uitroept en de troepen terug naar huis haalt.

Maar het karwei in Irak is nog lang niet af. Zoals president Bush gisteren waarschuwde in zijn toespraak tot het Amerikaanse volk: ,,De gevangenneming van Saddam Hussein betekent niet het eind van het geweld in Irak.'' Sterker, het oproer dat alleen de laatste maand al meer dan honderd Amerikaanse en andere militairen plus talloze Irakezen het leven heeft gekost, zou de komende dagen en weken wel eens heviger kunnen worden. Kort voordat de president het volk toesprak werd met een zelfmoordaanslag een Iraaks politiebureau opgeblazen, waarbij 17 Iraakse politieagenten omkwamen. Er zullen ongetwijfeld nog meer aanslagen komen.

Hier mag niemand van opkijken. De Amerikaanse militaire bevelhebbers in Irak zeggen al maanden dat het oproer niet door Saddam wordt geleid. Zijn gevangenneming zal de oproerlingen misschien tijdelijk wel een psychologische slag toebrengen, maar doet niets af aan hun vermogen om aanvallen te doen op de Amerikaanse en andere buitenlandse strijdkrachten en op de Irakezen die meewerken aan de wederopbouw van Irak. Het doel van de oproerlingen blijft bovendien onveranderd. Irak is lang een maatschappij geweest waarin het recht van de sterkste gold en de oproerlingen streven ernaar de sterksten te zijn in het Irak na Saddam. De enige manier waarop ze dat doel kunnen bereiken, is door de bezetting zo pijnlijk te maken dat de regering-Bush het Iraakse volk in de steek laat en een overhaast vertrek van de Amerikaanse troepen gelast.

Zelfs als het oproer kan worden bedwongen, zal de taak om tot een veilig, vreedzaam en stabiel – laat staan democratisch – Irak te komen het `lange, moeizame geploeter' blijven waar minister Donald Rumsfeld van Defensie in oktober al voor waarschuwde. Het proces van de algehele soevereiniteitsoverdracht aan het Iraakse volk blijft even omstreden als het was voordat Saddam gevangen werd genomen. En geen van de moeilijke vraagstukken inzake de politieke toekomst van Irak – het tijdschema van de verkiezingen en de opstelling van een grondwet, de rol van de islam, de mate waarin de macht gedecentraliseerd moet worden, de aard van de minderheidsrechten, om alleen de heetste hangijzers te noemen – is ook maar íets dichter bij een oplossing gekomen.

De ontdekking van een verwarde Saddam Hussein, weggedoken in zijn mangat, betekent dan ook eerder een tactische dan een strategische overwinning. We moeten nog steeds alles op alles zetten om ons uiteindelijke doel – de opbouw van een beter Irak – te bereiken.

Maar ook al biedt het goede nieuws van gisteren de Verenigde Staten geen gelegenheid zich terug te trekken, het biedt wel de gelegenheid om in Irak iets recht te zetten. Een versnelde overgang van een Amerikaanse bezetting naar een algehele Iraakse soevereiniteit zou nu mogelijk moeten zijn. Een benadering van onderaf, die het Iraakse volk een belangrijke rol laat spelen in de beslissing over hun eigen toekomst, zou moeten leiden tot een soeverein overgangsparlement dat een voorlopige regering kiest en beslist over een representatief proces om een nieuwe grondwet op te stellen.

Even belangrijk is dat de regering-Bush nu nog één laatste kans heeft om de internationale gemeenschap te betrekken bij het overgangsproces. Eén van de hoofdredenen van onze problemen in Irak was het overheersende Amerikaanse gezicht van de bezetting. Meer internationale troepen, meer internationale gelden en meer internationale zeggenschap omtrent de overgang zijn voor een welslagen in Irak noodzakelijk.

We krijgen in het leven zelden een tweede kans om iets recht te zetten, maar dat is nu precies wat de gevangenneming van Saddam Hussein betekent. We moeten de verleiding weerstaan om de overwinning uit te roepen en naar huis te gaan en in plaats daarvan deze gedenkwaardige gelegenheid aangrijpen om in Irak iets recht te zetten – door snel de Amerikaanse bezetting te beëindigen en met behulp van de internationale gemeenschap een stabiel, veilig en representatief Irak op te bouwen.

Ivo Daalder en James Lindsay zijn verbonden aan de Brookings Institution in Washington. Ze zijn auteurs van `Amerika Ontketend: De Bush-Revolutie in de buitenlandse politiek'.