Verschlimmbesserung

Zwembadpas. Zoals bekend zijn niet alle verbeteringen ook werkelijk verbeteringen. De Duitsers hebben daar een fraai woord voor: Verschlimmbesserung: een verbetering die de dingen slechter maakt. Een goed voorbeeld van Verschlimmbesserung is de definitie in de twaalfde druk van de Grote Van Dale van het woord zwembadpas. Zoals velen zullen weten is het woord zwembadpas een vondst van Theo Thijssen. In het zojuist verfilmde boek Kees de jongen (1923) vertelt Thijssen hoe Kees en zijn vriendjes een bepaalde manier van lopen hadden afgekeken van een `voorwerker' bij een gymnastiekvereniging. ,,Als je 's goed opschieten wou'', schrijft Thijssen, ,,moest je voorover gaan lopen, net of je telkens viel, en dan maar met je armen zwaaien, heen en weer.'' De jongens hadden vaak haast als ze naar het zwembad moesten en daarom noemden zij dit loopje de zwembadpas.

In de elfde druk van de Grote Van Dale, uit 1984, luidt de omschrijving van zwembadpas: ,,Een wijze van lopen, iets voorovergebogen en met voor het lichaam langs heen en weer zwaaiende armen (naar Kees de Jongen van Theo Thijssen)''. Dat ,,met voor het lichaam langs'' is een interpretatie, maar verder is het een correcte, accurate definitie. Er was dus geen enkele reden om er iets aan te `verbeteren', maar in 1992, in de twaalfde druk, gebeurde dat toch. Daarin lees je over de zwembadpas: ,,Wijze van lopen die overeenkomst vertoont met de zwemslag bij het borstzwemmen: iets voorovergebogen en met voor het lichaam langs heen en weer zwaaiende armen''.

Al in 1995 wees Jos Paardekooper in het tijdschrift Onze Taal op de onzinnigheid van deze verbetering (,,Wie zwembadpassend gaat borstzwemmen, die kan maar beter een forse duikbril opzetten en voor alle zekerheid de badmeester inseinen'') maar sommige Verschlimmbesserungen leiden een hardnekkig bestaan. En dus werd de `verbeterde' definitie in 1999 gehandhaafd in de dertiende druk van de Grote Van Dale. Ook op de vier edities die er inmiddels zijn verschenen van de digitale Grote Van Dale is de omschrijving van de zwembadpas nooit teruggedraaid, zelfs niet nadat het Theo Thijssen Museum in 2001 een speciale `Dag van de zwembadpas' had georganiseerd. Bij die gelegenheid werd de beroemdste `silly walk' uit de Nederlandse literatuur door enkele Bekende Nederlanders in verschillende varianten gedemonstreerd. Belangrijkste conclusie van bewegingswetenschapper Piet van Weringen van de Vrije Universiteit was indertijd: hoe je de zwembadpas ook uitvoert en hoe je je armen ook laat wapperen, voor of langs je lichaam, de zwembadpas vréét energie en veroorzaakt flinke rugpijn.

Fikkie. Alweer een nieuwe puzzel: waar komt de uitdrukking geef mijn portie maar aan Fikkie vandaan? Het Woordenboek der Nederlandsche Taal schreef in 1919 dat fik en fikkie werden gebruikt als ,,naam waarmede men een hond aanduidt tegenover kleine kinderen''. Als voorbeeld geeft dit wetenschappelijke woordenboek: ,,Kijk eens wat een lief fikkie.'' Een fik was ook een bepaald soort hond: een langharige hond met spitse snuit en spitse oren. Beets had het in 1839 in de Camera Obscura over een fikshond.

De vroegste vindplaats voor de uitdrukking is vooralsnog Polletje Piekhaar uit 1935 van Willem van Iependaal. Van Iependaal schreef: ,,Als het met geweld mot, dan geef-ie mijn portie maar aan de hond, aan Fikkie!'' Andere uitdrukkingen met Fikkie zijn: of je worst lust van Fikkie, hij heeft ze net gebakken (op de vraag: wat zeg je?) en er zijn meer hondjes die Fikkie heten (bij een onterechte beschuldiging).

Die laatste uitdrukking blijkt in allerlei varianten te bestaan. Zo zegt men ook: er zijn meer koeien die Blaar heten, er zijn meer honden die Blom (of Mops) heten en het curieuze er zijn meer joden die Piet heten. De Duitsers zeggen es gibt viele Hunde die Pudel heissen en de Fransen plus d'un âne s'appelle Martin (`er zijn meer ezels die Maarten heten'), maar daarmee is de herkomst van de portie aan Fikkie nog niet gekraakt. Wie weet er meer?

R8eacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders