Van den Hoogenband `tankt' vooral vertrouwen

Pieter van den Hoogenband verlegt nog altijd zijn grenzen. Bij de voor Nederland succesvol verlopen EK kortebaan overtrof de tweevoudig olympisch kampioen opnieuw zichzelf.

Op zoek naar de bevestiging die hij zocht, deed Pieter van den Hoogenband zaterdag een verheugende constatering: hij kan het nog. Hard zwemmen is de tweede natuur van het zondagskind uit Geldrop. Maar was de inmiddels 25-jarige zwemmer nog in staat om zijn grenzen (opnieuw) te verleggen?

Het antwoord op die vraag volgde zaterdag, op dag drie van de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) in Dublin, toen Van den Hoogenband voldeed aan de opdracht die hij zichzelf vooraf had gesteld: hij dook op de 100 meter vrije slag als enige onder de magische grens van 47 seconden. Dat hij daarmee opnieuw een gouden medaille aan zijn onderhand uitpuilende prijzenkast toevoegde, was een bijkomstigheid.

,,Dit is goed nieuws voor de langebaan'', constateerde zijn coach Jacco Verhaeren naderhand. Een dag later, na de gouden race van zijn pupil op de 200 vrij én de 4x50 vrij, nuanceerde hij zijn woorden enigszins. ,,We mogen het belang van dit toernooi niet overschatten, maar zeker ook niet onderschatten. Want het zijn prima prestaties die hoop en houvast bieden, maar geen garanties.''

Zijn pupil uitte zich in soortgelijke bewoordingen. ,,Fijn om een paar maanden voor de Spelen boven mezelf uit te stijgen.'' Van den Hoogenband had dat nodig, na de voor hem teleurstellend verlopen WK langebaan, afgelopen zomer in Barcelona. Daar bleef hij, mede door een kort daarvoor opgelopen virus, steken in goede bedoelingen. Grenzen verleggen? Het kwam er niet van.

En dus doemde onbewust het spookbeeld op van de topsporter die ten onder gaat aan zijn eigen successen. Zoveel grenzen heeft de kopman van de Philips-profploeg al verlegd in zijn imposante carrière dat de kans dreigt dat hij zo langzamerhand stukloopt op de door hem zelf opgeworpen barrières. Het is de angst van iedere topsporter.

Dat doemscenario is niet aan de orde. In Dublin bewees Van den Hoogenband dat er nog voldoende rek zit in zijn prestaties. Ook gisteren, op de slotdag van het vierdaagse en sterk bezette toernooi, overtrof hij zichzelf. Zijn 1.41,89 op de 200 vrij betekende een forse verbetering van zijn eigen Europees record, en kwam akelig dichtbij de mondiale toptijd (1.41,10) van zijn Australische rivaal Ian Thorpe.

Het was vooral vertrouwen `tanken' wat Van den Hoogenband de afgelopen vier dagen deed. Een `keerpuntenwonder' zal hij nooit worden, maar het gemak en de souplesse waarmee de tweevoudig olympisch kampioen `de muur aanviel' in het National Aquatic Centre, duidden eveneens op de zo felbegeerde progressie, die Verhaeren en hij als voorwaarde hebben gesteld voor prolongatie van de twee olympische titels (100 en 200 vrij) in Athene.

Terug was ook de gretigheid. Uit woede over het ternauwernood missen van het wereldrecord VdH bleef 0,07 seconde verwijderd van Aleksandr Popovs magistrale 46,74 uit 1994 sloeg de winnaar zaterdag vernijnig met de vlakke hand op het water. ,,Dat ik, keerpuntenwonder uit Eindhoven, zo dicht bij dat record in de buurt kwam, maar het uiteindelijk net niet haalde, ja, daar baalde ik even van.''

Zoveel eerzucht en ambitie schuilen nog in het tengere, maar ditmaal met opzet drie kilo te zware lichaam dat niemand zich zorgen hoeft te maken. ,,We gaan niet nog een keer over het randje'', sprak Verhaeren in een verwijzing naar het bij nader inzien te zware wedstrijdseizoen 2002-'03. Dat was ook de boodschap die Van den Hoogenband gisteren uitdroeg op de van hem bekende, kwajongsachtige wijze. Zo uitgelaten was de Brabander dat hij zelfs weer tijd had voor het tappen van moppen.

Ook dat was winst. Verdwenen was de tot op het bot gespannen zwemmer, die met zichzelf in de knoop zat en uit arren moede maar een scherm optrok voor de grote, boze buitenwereld. Ook zijn vader, Cees-Rein van den Hoogenband, sprak nu met terugwerkende kracht van ,,een poppenkast die duidelijk niet voor herhaling vatbaar is''. En dus bleef `bodyguard' Aad van Groningen ditmaal thuis en droeg Van den Hoogenband `gewoon' zijn eigen sporttas. Met alle gevolgen van dien. Want waar was de medaille die hij op de 200 vrij had gewonnen? Van den Hoogenband wist het niet.

Het kon zijn stemming niet bederven. Zeker niet nadat de aflossingsploeg (Veens/Kenkhuis/Damen/VdH) op de 4x50 vrij gisteren de olympische potenties voor de 4x100 had getoond met een wereldrecord: 1.25,55. ,,Een stap in de goede richting'', meende de kopman, die gisteren de snelste split-tijd (vliegende start) ooit gezwommen noteerde: 20,73.

Niet alleen door dit resultaat kon bondscoach André Cats terugkijken op ,,een zeer geslaagd toernooi''. Kraaide na de WK in Barcelona achter de schermen nog het oproer, in Dublin bleken alle partijen lering te hebben getrokken uit de afgelopen maanden en stelde Cats tevreden vast dat ,,we er met Marleen Veldhuis (winnares van de 50 vrij, red.) een wereldtopper bij hebben''.

Wie hij niet noemde was Moniek Nijhuis, de debutante die zich ontpopte als een verrassing op de schoolslag. Maar Nijhuis is pas vijftien en allesbehalve volgroeid. Wie garandeert dat de vwo-scholiere over drie of vier jaar, als zij de grenzen van haar fysieke groei heeft bereikt, nog zo soepel in de schouders is? Een lofzang liet Cats, oud-bondscoach van de junioren, dan ook wijselijk achterwege.

    • Mark Hoogstad