Terugkeer moeizaam

De ambassades van tenminste acht landen werken niet of slechts moeizaam mee aan de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Het gaat om de ambassades van Azerbeidzjan in Berlijn en die in Nederland van China, Ethiopië, Libanon, Mauritanië, Soedan, Syrië en Servië-Montenegro.

Dat schrijft VluchtelingWerk Nederland vanmorgen in een brief aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). Verdonk zei vorig week in een debat in de Tweede Kamer dat elke uitgeprocedeerde asielzoeker, die terug wil ook terug kan. Regeringen hebben volgens haar de plicht om hun onderdanen weer op te nemen. Maar de oppositiepartijen, en ook D66, hielden de bewindsvrouw voor dat de werkelijkheid weerbarstiger is. Vooral vluchtelingen zonder paspoort krijgen moeilijk of geen reisdocumenten. Een woordvoerder van de internationale Organisatie voor Migratie bevestigde vanmorgen dat het voor het bij de genoemde landen inderdaad moeilijk is om vervangende reispapieren te krijgen bij de genoemde landen. ,,Maar het is niet helemaal onmogelijk'', aldus de woordvoerder. Dat geldt volgens hem wel voor Mauritanië. De oppositiepartijen vinden dat een uitgeprocedeerde asielzoeker die niet aan papieren kan komen, alsnog een verblijfstatus moet krijgen. Verdonk houdt vast aan het ,,buiten-schuld-criterium': pas als objectief kan worden vastgesteld dat terugkeer niet mogelijk is, krijgt een uitgeprocedeerde asielzoeker alsnog een status. De bewijslast ligt bij de vluchteling.