Niet lullen, maar poetsen

Zwemster Marleen Veldhuis (24) bevestigde de afgelopen dagen bij de EK kortebaan andermaal de aansluiting met de wereldtop te hebben gevonden. Over de stormachtige opmars van een oud-waterpoloster. ,,D'r zit een goeie, intelligente kop op.''

Het is een inmiddels beroemde anekdote in het Sloterparkbad. Hoe vaak komt het immers voor dat een zwemmer of een zwemster zijn zaakjes tiptop in orde heeft, nog voordat hij of zij één stap in het bad heeft gezet? Zelden of nooit en dus kwam de entree van Marleen Veldhuis bij Topzwemmen Amsterdam (TZA), nu anderhalf jaar geleden, als een aangename verrassing, weet TZA-manager Michiel Bloem. ,,Ze had alles tot in de puntjes geregeld: op eigen kracht een kamer geritseld in Amsterdam, de laatste fase van haar niet kinderachtige studie in de steigers gezet, en ook het vervoer had ze voor elkaar. Wij hoefden praktisch niets te doen, want Marleen had vrijwel alles zelf al gedaan.''

Conclusie? ,,Marleen is een volwassen topsportster, een hele verstandige meid die precies weet wat ze wil en keuzes maakt die in dienst staan van dat doel'', zegt TZA-stichtingsvoorzitter Cees Vervoorn. ,,Met pijn in het hart heeft ze afscheid genomen van het waterpolo. Maar ze wist: als ik hogerop wil als zwemster, dan moet ik het polo achter me laten. In dat licht paste ook haar overstap van De Whee naar TZA. Haar keuzes zijn topsportgericht, en staan in dienst van haar ambities.''

In Dublin bewees Veldhuis de afgelopen dagen de aansluiting met de wereldtop gevonden te hebben, nadat de 24-jarige vrijeslagspecialiste uit Borne ruim een week geleden al indruk had gemaakt bij de US Open. Vrijdag eindigde de onlangs afgestudeerde studente technische bedrijfskunde (specialisatie geneeskunde en management) als tweede op de 100 meter vrije slag, en stond ze aan de basis van het dubbele wereldrecord op de 4x50 vrij. Zaterdag voegde Veldhuis een bronzen medaille toe aan haar verzameling door als slotzwemster van de 4x50-wissel opnieuw een verbluffend snelle split-tijd (met vliegende start) van 23,64 te noteren. Gisteren, op de slotdag van het vierdaagse toernooi, volgde het hoogtepunt: na eerst het belegen record van Marianne Muis op de 200 vrij (1.57,13 uit 1990) uit de boeken te hebben gezwommen (1.57,11), goed voor de zesde plaats, raasde Veldhuis ondanks een bedroevende start naar de gouden medaille op de zo vaak als `loterij' gebrandmerkte 50 vrij.

Nederland is een olympisch medaillekandidate rijker, stelt bondscoach André Cats na afloop vast. Veldhuis zelf zegt even later nog te moeten wennen aan die gedachte. ,,Het doet me allemaal wel wat, want wie had begin dit jaar gedacht dat ik hier vier medailles zou winnen? Maar ik zal niet zo snel veranderen.'' Ze blijft wie ze is, hoopt ze: een nuchtere Twentse die het zwemmen tot medio februari combineert met een deeltijdbaan (vijftien uur per week) in het Anthoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis (,,Ik heb afwisseling nodig'') en, als het even kan, nog competitie zwemt voor haar oude club De Whee.

Hennie Alink, `meesteropleider' van de zwemvereniging uit Goor, weet wel zeker dat de roem zijn ex-pupil niet naar het hoofd zal stijgen. Lachend: ,,In Twente raken we niet zo snel van de kook, en Marleen al helemaal niet. Vergeet niet: Marleen is `al' 24. Dat is jong, maar ze is geen meisje meer. Ze heeft meer levenservaring dan iemand van achttien, en is daardoor beter bestand tegen alle druk en jubel die nu ongetwijfeld op haar afkomen.''

Alink had drie jaar geleden aan één oogopslag voldoende om te weten dat hij een ongeslepen diamant in handen had. ,,Al had ik toen ook niet kunnen vermoeden dat ze in staat zou zijn tot prestaties, die ze hier laat zien'', erkent de 56-jarige trainer op de tribunes in Dublin, waar hij donderdag neerstreek met in zijn kielzog onder anderen vader Paul en moeder Noor Veldhuis. ,,Ze was goed, dat wel, maar nog niet super.''

Veldhuis, toen nog lid van HZC Weusthag uit Hengelo (Overijssel), stapte zelf op Alink af. ,,Met de vraag of ze eens per week met ons mee mocht trainen. In Hengelo lieten de trainingsmogelijkheden te wensen over en Marleen wilde ook wel eens elders in de keuken kijken.'' Niet veel later, in augustus 2001, volgde de definitieve overstap naar de kweekvijver van Alink, die eerder onder meer Hinkelien Schreuder opleidde.

Met behulp van de onderwatercamera stelde Alink vast wat hij heimelijk al vermoedde: de armslag van de waterpolo-international deugde niet. ,,Omdat ze al zo lang waterpoloëde, had Marleen een typisch `waterpolo-slagje': lang voor, kort achter. We zijn aan de slag gegaan. Ze pikte mijn aanwijzigingen zo snel op dat ze niet veel later in Emmen al Nederlands sprintkampioene werd.''

Met dank ook aan een voorbeeldig zwempostuur. Veldhuis lijkt `gebouwd' voor het zwemmen: een bovengemiddelde lengte (1 meter 82) en een gestroomlijnd lichaam, met brede schouders, smalle heupen en `droge' spieren. Bovendien ligt de laatbloeister van nature hoog op het water en beschikt ze over een niet te onderschatten `buitenboordmotor', weet Alink. ,,Ze heeft dankzij het waterpolo een zeer krachtige beenslag ontwikkeld, en daarbij ook nog eens ongelooflijk soepele enkels waardoor ze kan overstrekken. Daardoor maakt ze extra `zwiepers', die haar snelheid vanzelfsprekend ten goede komen.''

Maar haar grootste kracht schuilt misschien nog wel in haar bovenkamer. In de gesprekken met de pers kwam de rijzende ster van het Nederlandse zwemmen dan weliswaar schuchter en (te?) bescheiden over, laat niemand denken dat Veldhuis haar hersens niet gebruikt. ,,D'r zit een goeie, intelligente kop op'', zegt Vervoorn. ,,Als Marleen iets in haar hoofd heeft gezet, dan gebeurt dat ook. Ze is het schoolvoorbeeld van een topsporter bij wie alles keurig in evenwicht is, zowel fysiek als mentaal.''

Daar weet Alink alles van. ,,Marleen tilt niet zo zwaar aan het leven. Lukt het vandaag niet, dan morgen maar. Dat heeft ze van thuis meegekregen. Ze is de oudste uit een gezin van zes kinderen, en heeft van jongsaf aan geleerd om niet alleen goed voor zichzelf te zorgen, maar ook goed voor zichzelf op te komen. Dat zie je terug in haar hele houding en opstelling binnen een ploeg. Ze heeft een groot sociaal gevoel. Als zij een goede prestatie heeft neergezet en een ander niet, dan zal ze diegene altijd even proberen op te beuren. Mits diegene er alles aan heeft gedaan. Aan mensen die er de kantjes van aflopen, heeft ze een hekel. Niet lullen, maar poetsen dat is Marleen.''

Ook Fedor Hes loopt weg met ,,de Gretha Smit van het zwemmen'', maar de TZA-coach signaleert ook minpunten als het gaat om de zwemmende evenknie van de schaatsster uit Rouveen. ,,Het is een heerlijk nuchtere en spontane Twentse met een hele vrolijke kijk op de wereld. Het is een genot om met haar te mogen werken, want ze is net als Chantal (collega Groot, red.) een trainingsbeest. Maar ik vind Marleen vaak nog te voorzichtig in haar denken en soms ook nog veel te volgzaam. Marleen zou wat eigenwijzer mogen zijn, wat meer overtuigd van haar eigen mogelijkheden. Mijn motto is onbegrensd denken. Dat doet ze wel, maar ze zou nog wat meer mogen toegeven aan haar sportieve droom.''

Op weg naar Athene ziet Hes dan ook ,,volop ruimte voor verbetering''. Veldhuis' `hakslagje' is dan weliswaar verdwenen, haar techniek is verre van optimaal. Al valt haar dat volgens Hes moeilijk aan te rekenen, omdat Veldhuis pas drie jaar serieus met zwemmen bezig is. ,,Maar feit is dat het starten en het keren veel beter kan, dat haar energietoevoersystemen voor verbetering vatbaar zijn, en dat Marleen zal moeten leren om de signalen van haar lichaam op te pikken. Ze kan bijvoorbeeld niet rustig zwemmen. Wedstrijd of training, ze knalt er altijd in. Dat is leuk, maar het lichaam schreeuwt af en toe om rust. Je moet doseren, zeker tijdens de training.''

Toch houdt Hes in het geval van Veldhuis onverkort vast aan de 200 meter vrije slag. ,,In Nederland geldt: hoe korter de afstand, hoe beter. Ik deel die opvatting niet. Marleen kan zeer goed uit de voeten op `de 200'. Die inhoud heeft ze. Het is bovendien een afstand die haar hoofdnummer, de 100 vrij, ten goede komt. We werken dus aan een beter fundament. Het is een fraai huis, dat zeker, maar hier en daar moet er nog wel wat gesleuteld worden.''