Niet benauwd om het gezag te corrigeren

Bernard Welten (48) wordt de nieuwe hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. En dat is voor niemand een verrassing. Hans van Duijn van de Nederlandse politievakbond: ,,De republiek Amsterdam heeft het weer zo geregisseerd dat er een eigen zoon op het nest komt.''

Een huzarenstukje. Ed van Thijn, oud-burgemeester van Amsterdam, begint er meteen over als hem wordt gevraagd naar Bernard Welten (48), nu korpschef in Groningen, straks in Amsterdam. De Bijlmerramp, 4 oktober 1992. Een Boeing van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al stort neer op een flat in de Bijlmer. Bernard Welten is op dat moment chef van de Amsterdamse centrale recherche en heeft die avond dienst.

,,We waren radeloos'', zegt Ed van Thijn. ,,In de eerste uren na de ramp dachten we dat er 250 doden waren. De lijst van vermisten werd steeds langer.'' Ed van Thijn bezoekt die avond het rampterrein, Bernard Welten schiet hem aan. ,,Burgemeester, hoe kómt u daar nou bij. Jullie zitten er lelijk naast.'' Van Thijn neemt Welten mee naar het beleidscentrum op het stadhuis om zijn verhaal te doen. Van Thijn: ,,Dat deed hij heel parmantig. Maar ook met ingehouden beleefdheid. Hij besefte donders goed dat hij het gezag corrigeerde. Binnen tien minuten had hij uitgelegd dat er veertig appartementen door het vliegtuig waren geraakt en dat er 41 appartementen waren uitgebrand, maar dat die mensen hadden kunnen vluchten. Onze schatting van het aantal doden kón dus niet kloppen, zei hij. En hij had in een oogopslag waargenomen dat sommige namen achttien keer voorkwamen op de vermistenlijst.''

Welten stelde voor vijftig rechercheurs op de opsporing te zetten. Van Thijn, uit zijn hoofd: ,,Hij koppelde 35 bestanden. Van de Wehkampgids tot de hondenbelasting. Binnen 72 uur hadden ze van de 1.588 vermisten er 1.478 persoonlijk opgespoord, tot aan Curaçao aan toe. Bleef over een lijst met 110 vermisten.'' En dat was, zegt Van Thijn, zijn huzarenstukje.

Zeven jaar later, op de avond voor de parlementaire enquête over de Bijlmerramp, ontvangt Ed van Thijn een aantal ambtenaren op zijn kamer. Welten was er ook bij. Van Thijn: ,,Ze vonden het vervelend dat er alleen aandacht was voor wat er niet goed was gegaan na de ramp.''

Voor Bernard Welten was het de tweede parlementaire enquête. De eerste, de IRT-enquête in 1994 en 1995, heeft hem veel meer aangegrepen, zegt zijn jongste zusje Liekje Welten (34), actrice en zangeres. (Hij is de derde uit een gezin van vijf kinderen). ,,Bij de Bijlmer wist hij zeker dat hij alles gedaan had wat hij kon. Van de IRT-affaire was hij erg ontdaan. Het was voor hem moeilijk te verwerken dat zijn naaste collega's niet zo oprecht waren als hij dacht.''

De affaire begint een paar jaar eerder, in 1993. Bernard Welten is net door Eric Nordholt, toen de hoofdcommissaris, chef gemaakt van de Amsterdamse centrale recherche. De dienst bestaat dan nog uit twee onderdelen. En de dienst is een puinhoop.

Zijn tweede man is Johan van Kastel, nu hoofd van de nationale recherche. De derde man is Bart Driessen, oud-vakbondsman en al jarenlang rechercheur. Bart Driessen: ,,Ik kende Bernard nog van toen ik in de ondernemingsraad zat, in de jaren tachtig. Hij was chef automatisering. Het computertijdperk was aangebroken en Bernard moest de Amsterdamse politie dat tijdperk insleuren. Bernard is van `just do it' en ging aan de slag. We kregen klachten van collega's die niet blij waren met zijn voortvarendheid, dus ik ging naar hem toe. Ik zeg: `Rustig aan, tot hier en niet verder. Je zit in de gevarenzone'. Dat vond hij erg brutaal. Hij was niet gediend van tegengas. Toen ik zijn derde man werd, zag ik rimpels op zijn voorhoofd. Maar we hebben het oud zeer uitgepraat. Bernard en Johan van Kastel gingen de kar van 400 rechercheurs trekken. Ik werd erbij gehaald om alles aan de achterkant te repareren. De mannen op de vloer uitleggen wat die twee aan het doen waren.''

Johan van Kastel kende Welten nog van de politieacademie in Apeldoorn. Van de autoritjes tussen de school en Nijmegen – daar woonde Weltens vriendin (nu zijn vrouw). Van de wasbak-speciaal, een behandeling voor leden van concurrerende jaargroepen. ,,Net zolang onderdompelen tot het water uit hun schoenen sopte.''

De Amsterdamse recherche, zegt Van Kastel, leed aan normvadsigheid. ,,Het was nèt over de houdbaarheidsdatum heen.'' Welten, Driessen en Van Kastel moesten de dienst weer in het gareel brengen. Van Kastel: ,,Wij hadden een code: Ode aan ODE: Openheid, duidelijkheid, eerlijkheid.'' De drie musketiers, noemde antroposoof Cees Zwart de drie, toen hij een `energiescan' van de Amsterdamse politie maakte.

En juist in die tijd van `ongebreidelde energie' zal de Amsterdamse recherche en daarmee Welten de hardste klap krijgen. Het interregionaal rechercheteam (IRT) was opgericht, een samenwerkingsverband tussen de korpsen van Amsterdam, Utrecht en Haarlem om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Van Kastel: ,,Het IRT kwam onder het gezag van de Amsterdamse politie en ik moest het team gaan leiden. Ik ontdekte dat er in het IRT dingen gebeurden die Bernard net zo verwerpelijk vond als ik. Justitie en politie voerden tonnen en tonnen verdovende middelen in om zo criminele organisaties te kunnen oprollen. Criminele infiltranten werden schatrijk zonder dat er ooit een verdachte in beeld kwam.''

Van Kastel rapporteert de onwettige opsporingsmethoden op 8 november 1993 aan Welten en de korpsleiding. Er komt een commissie, onder leiding van Wierenga, die een rapport uitbrengt waarin niets heel blijft van het Amsterdamse korps. Zij zouden het IRT hebben opgeblazen, niet wegens de gebruikte opsporingsmethoden, maar omdat ze niet wilden samenwerken met de politiekorpsen uit de andere steden.

Bij de inlichtingendienst komt in het najaar van 1993 een melding binnen: Welten en zijn vervanger zullen om zeep geholpen worden. Welten en zijn gezin (drie kinderen) en Van Kastel en zijn gezin (vier kinderen) moeten onderduiken. ,,Met onze rechercheachtergrond konden we heel goed bedenken waar ze ons zouden gaan zoeken. We hebben zelf onze locatie gekozen.'' Waar? ,,Ergens''. Na een week – `waarin we gek genoeg ook veel lol hadden' – was de dreiging `geneutraliseerd', zoals dat in politietaal heet. Niemand wil het hardop zeggen, maar de dreiging kwam hoogstwaarschijnlijk niet van criminelen, maar van de politie zelf.

Welten is een van de eersten die moet verschijnen voor de enquêtecommissie onder leiding van Maarten van Traa. Welten kiest voor de aanval. Hij zegt: Amsterdam is beschadigd. Dat dient hersteld te worden. ,,Dat is het enige stukje van de band dat ik nog wel eens terugspoel'', zegt Eric Nordholt, destijds hoofdcommissaris. ,,Prachtig. Er ging een schok door de commissie. Amsterdam was onder de grond geschoffeld en ze snapten ineens hoe getergd we waren. Dat er een slapende reus was wakker gemaakt. Welten deed dat flink en dapper.''

Bernard Welten was Nordholts oogappel, zegt oud-burgemeester Ed van Thijn. ,,En dus ook van mij.'' Nordholt: ,,Bernard belde me van de week. Hij zei: ze vinden dat ik op je lijk. Ik zeg: heel goed. We hebben er hard om gelachen.'' Zelf zegt Welten dat hij een bewonderaar is van Jelle Kuiper, de opvolger van Nordholt en de huidige korpschef. Ed van Thijn: ,,Natuurlijk zegt hij dat, Nordholt was buiten Amsterdam niet zo in. Met hem kan hij zich beter niet associëren.''

Nordholt was in de jaren tachtig de bedenker van de wijkteams. De politie moest dichterbij de burger komen, de politieagent meer een welzijnswerker. Welten nam die gedachte over. Han Moraal, oud-hoofdofficier van justitie in Groningen: ,,Welten vindt zeker niet dat de wijkagent een lieve oom is. Maar hij kwam wel met het idee om Groningse veelplegers te laten adopteren door agenten. Een vaste diender die ze in de gaten kon houden.''

Nordholt was ook de korpschef die het uniform herintroduceerde. Voorzitter Hans van Duijn van de Nederlandse politievakbond. ,,Hij dwong collega's om ook in uniform te lopen. Juist in een tijd dat je pas belangrijk was als je het niet droeg.'' Toen Welten korpschef werd in Groningen, hing hij twintig passpiegels op in de politiebureaus. Met daarboven: zo ziet de burger u. Burgemeester Jacques Wallage van Groningen: ,,Goh, heb je vakantie, vraagt Welten aan een diender die in zijn hemd achter het bureau zit. Nee hoor, zegt de diender. Zegt Welten: Dan draag je dus ook geen vakantiekleren.''

Bernard Welten was de gedoodverfde opvolger van Nordholt en Kuiper, zegt Ed van Thijn. En vakbondsman Van Duijn: ,,Amsterdam is een republiek, de politie ook. Ze lusten niemand van buiten. Welten is een man uit de Amsterdamse school. Hij is even in Groningen geparkeerd, maar dat hij terug zou komen is volledig geregisseerd.''

Er zijn mensen die een hekel hebben aan Amsterdam en de Amsterdamse politie. En Bernard Welten, ook al is hij een Brabander, wordt gezien als echte Amsterdammer. Toch zeggen diezelfde mensen over hém alleen maar aardige dingen. Klaas Langendoen, hoofd Criminelen Inlichtingen Dienst ten tijde van de IRT-affaire en vijand van het Amsterdamse korps: ,,Het is een slimme jongen.'' Jan Wiarda, oud-korpschef van Utrecht en Den Haag: ,,Hij is een bekwaam strateeg.'' En Henk Jansen, een kwart eeuw hoofd van de Rotterdamse recherche en lid van de commissie-Wierenga die Amsterdam de schuld gaf van het IRT-drama: ,,Hij heeft grote kwaliteiten.'' En, zegt hij: ,,Ik wil achteraf best erkennen dat hij gelijk heeft gekregen. Dat Amsterdam het goed heeft gezien.'' Maar hij wil Welten ook waarschuwen. ,,Hij moet zich, als hij straks in Amsterdam zit, niet te veel op zijn eigen bastion terugtrekken.'' Amsterdam, zegt Jansen, profileert zich als Londen en Parijs. Zij zijn het middelpunt van het politiebestel, de rest is bijzaak. ,,Maar ze zitten niet op een eiland. Welten moet zich realiseren dat de Amsterdamse politie onderdeel is van een concern. En dat concern heet de Nederlandse politie.''

Amsterdam een gesloten bastion? Flauwekul, zegt Eric Nordholt. ,,Er zitten zes Amsterdammers als korpschef in het land.'' Ed van Thijn. ,,Van alle Nordholt-boys is Bernard de bekendste.''

Amsterdam arrogant? Nordholt: ,,Amsterdam is een andere wereld. Alles gebeurt er, en alles gebeurt er eerder. Als korpschef sta je onder druk van de gebeurtenissen. Je hebt echt geen tijd om buiten de stad te kijken, niet bij collega's en ook niet in Den Haag. Daar gaan ze over het geld en de wapens en dat doen ze niet eens zo geweldig goed. Ik wist nooit wat ik ermee aan moest, ik kwam er ook nooit. Als Bernard verstandig is, gaat hij wél.'' Oud-burgemeester Van Thijn: ,,Groot verschil tussen die twee is dat Nordholt provoceert, Bernard niet. Die gaat heus wel.''

En wat niet-Amsterdammers ook zo irriteert: dat de Amsterdamse politie doet alsof ze het braafste jongetje van de klas is. Welten zelf zal altijd zeggen dat hij bij de preciezen hoort, die alleen opsporen binnen de grenzen van de wet. En niet tot de rekkelijken. Hans van Duijn van de vakbond lacht schamper: ,,Amsterdammers zijn alleen precies als het ze uitkomt.'' Met Bernard valt niets te ritselen, zegt zijn zusje. ,,Hij is straight tot op het bot.'' Maar dat wil niet zeggen dat hij geen creatieve methodes bedenkt, zegt collega en vriend Bart Driessen. ,,Maar hij blijft altijd binnen de wet. Of hij zorgt ervoor dat de wet verandert.'' Neem de operatie Gouden Kalf, begin jaren negentig als Welten, Driessen en Van Kastel de centrale recherche leiden. Driessen: ,,Een collega loopt van het Centraal Station naar het Leidseplein en telt 104 wisselkantoren, waar van alles gebeurt wat niet mag. In het oude regime hadden we alle boeven daar moeten gaan vangen. Bernard denkt: we gaan het probleem erachter oplossen. Het blijkt dat iedereen die een winkel huurde in Amsterdam en er een geldla inzette een bord mocht ophangen met wisselkantoor. Bernard zegt: dat is dus eigenlijk een bank. Zou dat niet onder controle van De Nederlandsche Bank moeten vallen? Hij praten bij De Nederlandsche Bank. Die zeggen: meneer, we hebben geen boodschap aan u. Bernard besloot het toen via de politiek te spelen. De gemeenteraad, de Tweede Kamer, de minister. Binnen een jaar was de wet gewijzigd en vielen alle wisselkantoren onder de controle van De Nederlandsche Bank. En weg waren de wisselkantoren.''

En toen al deed Welten iets wat volgens Jan Naeyé, hoogleraar politierecht aan de Amsterdamse Vrije Universiteit nu een van de modernste thema's is binnen de politie: tegenhouden. Driessen: ,,Wij noemden dat zand in de machine strooien. Weten wie je boeven zijn en ze hinderen.'' Een kaartje met Kerst: `We weten waar je mee bezig bent.' Panden sluiten, opvallend achtervolgen.

Na de Havo wilde Bernard in elk geval niet in de bakkerszaak van onze ouders, zegt zijn zusje Liekje. ,,Al het afbakbrood in de supermarkt is van Welten uit Breda. Iedereen daar weet dat we er een van de bakker zijn. Bernard wilde een eigen leven.'' Hij had drie dingen op zijn lijstje. Straaljagerpiloot, de sportacademie en op de derde plaats de politieacademie. Het heeft nog een tijd geduurd voor hij vrede had met de keuze voor het laatste.

,,Hij is niet compleet blauw,'' zegt onderzoeker Edward van der Torre die korpschefs interviewde voor het boek Blauwe Bazen, het leiderschap van korpschefs. Maar als je zijn carrière van 25 jaar bekijkt, begrijp je waarom hij wel blauw is geworden. Liekje Welten: ,,Bij de krakersrellen hingen we thuis voor de televisie om hem te zien. Hij knipte zelf de boeien door van de ontvoerde Heinekenchauffeur Ab Doderer. Hij overleefde twee parlementaire enquêtes. De Bijlmerramp.''

Bart Driessen, zijn derde man bij de recherche: ,,Elk jaar op 4 oktober, de dag van de ramp, bellen we elkaar:

,,Going down.''

,,Going down.''

,,Weten we het nog?''

,,Ja, we weten het nog.''

    • Rinskje Koelewijn