La Fenice uit de as herrezen

In januari 1996 brandde het wereldberoemde Teatro La Fenice in Venetië totaal af. Gisteravond werd de zaal heropend: `Waar het was, zoals het was'.

La Fenice, het wereldberoemde, in 1996 afgebrande Venetiaanse operatheater waar Verdi's La Traviata in première ging, heeft zijn naam gisteravond eer aangedaan. Op de tonen van Beethovens ouverture De inwijding van het huis is de Feniks uit zijn as herrezen.

Alle zinnenstrelende registers zijn opengetrokken om het feest te vieren. Agenten zijn gekleed in lange zwarte capes met driehoekige steken op het hoofd en dragen kleurrijke lantaarns in de hand. Op de theatertrappen zweven de exquise parfums van jonge vrouwen, die naast grijzende maar machtige mannen naar de zaal lopen. Handtasjes blikkeren in de schijnwerpers, net als de duizenden velletjes bladgoud in de zaal aan de muren en de plafonds.

De ,,belmondo'' van Italië is uitgelopen, terwijl de gewone Venetianen het sprookje van hun theater achter de dranghekken volgen. Het sprookje van de vuurvogel die op 29 januari 1996 door een verwoestende brand bijna volledig in de as werd gelegd. Twee elektriciens hadden geoordeeld dat de vernietiging van een van de mooiste theaters van de wereld gerechtvaardigd was, om zo een boete van enkele duizenden euro's te voorkomen. Een boete die ze moesten betalen, omdat ze de restauratiewerkzaamheden te laat hadden voltooid.

Er volgden vijf jaar van polemieken, juridische procedures, bouwstarts en bouwstops. Pas in 2001 ving de restauratie echt aan. In 650 dagen slaagde een team van tweehonderd vaklieden, stuc-kunstenaars, kunstschilders en houtbewerkers erin het geheel volgens een plan van de inmiddels overleden Italiaanse architect Aldo Rossi te herstellen. Na Rossi's dood in 1997, de man die ook het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft ontworpen, namen zijn studiogenoten het werk over. Het project kostte 90 miljoen euro.

De grote vraag na de brand was hoe het verdwenen operahuis herbouwd moest worden. Als adagium gold: ,,Waar het was, zoals het was'', zodat het theater het nieuwe huis kon worden voor de nostalgie en de fantasma's uit het verleden; krachtbronnen waaraan Venetië een groot deel van de aantrekkingskracht ontleent die jaarlijks 14 miljoen toeristen naar de stad trekt.

Maar aan welk verleden zou dan moeten worden gerefereerd? Aan het neoklassieke van het gebouw dat in 1792 door Giannantonio Selva werd gecreëerd? Of aan het verleden van na de de brand van 1836, toen de Feniks ook al tot de grond toe afbrandde en na een korte neoklassieke revival in 1854 door Giambattista Meduna werd gedecoreerd in eclectische, romantische rococostijl?

Massimo Scheurer, een van de kantoorgenoten van wijlen Rossi, illustreert in de zalm- en karamelkleurige ontvangstzaal de visie van zijn baas Rossi. ,,Rossi wilde de stad een monument voor de muziek teruggeven om de verbroken relatie met het verleden te herstellen. Maar door dat te doen waar het was, was het niet helemaal mogelijk dat te doen hoe het was.''

Rossi voegde nieuwe zalen toe. De belangrijkste is de Sala Rossi, waar het koor kan repeteren. In deze zaal is tegen een muur in Paladiaanse stijl een geveldecoratie geplaatst, refererend aan het werk van de beroemdste Italiaanse architect Paladio, die afkomstig is uit deze streek.

In de grote ovale theaterzaal die plaats biedt aan duizend personen is de methodiek van de `filologische reconstructie' gebruikt, zegt Scheurer: ,,Aan de hand van foto's en tekeningen hebben we gelezen hoe het was en de zaal weer in de oude stijl hersteld.''

En zo zweven de muzen weer als vanouds in het hemelsblauw geverfde plafond. Het goud spettert van de gigantische kroonluchter, de vijf etages galerijen zijn rijkelijke gedecoreerd met bloemstillevens, componistenbustes en cherubijntjes. En de vergulde feniks pronkt weer trots boven het podium.

In de pauze toont muziekcriticus Enrico Cavallotti van de Italiaanse rechtse krant Il Tempo zich tevreden. ,,Voor een zaal in de klassieke stijl is het geluid mooi compact. De kleuren zijn nog wat fel, maar met de tijd trekt dat wel weg en wint de Feniks zijn geschiedenis wel weer terug.''

Minder mild is zijn collega Dino Villatico van de linkse krant La Repubblica. Volgens hem biedt de zaal `te weinig resonantie' en doen de kleuren pijn aan de ogen. Villatico vindt het ,,kitsch, een vervalsing van het verleden, en nog een slechte vervalsing ook. Venetië had na het afbranden van het theater meer lef moeten tonen en een volstrekt nieuw theater moeten bouwen. De stad heeft haar inventieve verleden verraden door het te negeren.''

Helemaal tekenend voor het gebrek aan lef is volgens hem dat voor het openingsfeest geen nieuw muziekstuk is gecomponeerd, maar werd gekozen voor het verleden: Beethoven, Stravinsky, Wagner.

Een mevrouw buiten achter het dranghek, is echter blij dat La Fenice is teruggeven aan de stad. ,,Toen hij afbrandde voelden we ons allemaal leeg van binnen. Die leegts is nu weer opgevuld.''

Dat de nieuwe Fenice veel weg heeft van een bonbondoos of een gigantisch Amsterdams draaiorgel, hoort gewoon zo, meent architect Scheurer. ,,Buitenlandse bezoekers moeten niet schrikken van het goud, de pracht en de praal. We zijn hier in Venetië, de stad van de maskerades en versieringen. Dit theater is hier op zijn plaats.''

Wie het wil bezoeken moet nog even geduld hebben, omdat la Fenice na de openingsceremonie opnieuw dicht gaat. Pas in november 2004 is het theater klaar voor het grote publiek. Op het openingsprogramma staat dan La traviata van Verdi.