`Ik zie hoofden die klaar zijn om geplukt te worden'

Je zou willen weten hoe het voelt. Tientallen jaren een ongenaakbare dictator; wie hem tart of misschien zelfs alleen maar die indruk wekt, sterft een gruwelijke dood. En dan op de vlucht, en uiteindelijk ontdekt, weggedoken in een soort schuttersputje. Ontluisd worden voor de camera. Hoe voelt dat?

Zou Saddam Hussein spijt hebben gehad? Spijt dat hij zich niet iets deemoediger heeft opgesteld? Dat hij niet (even) het hoofd heeft gebogen voor supermacht Amerika? Dat hij niet een tikje minder opvallend meedogenloos is geweest tegen zijn onderdanen? Of heeft hij tot het laatst gedacht zich ook uit deze crisis te kunnen redden, zoals hij de Golfcrisis van 1990-'91 overleefde – hij alleen tegen de agressie van 42 landen, zoals hij vorig jaar nog triomfantelijk memoreerde. En dan weer langzaam, langzaam, op de oude voet voort te gaan, op weg naar de onsterfelijkheid.

Vermoedelijk het tweede. Saddam heeft uiteindelijk nog de pensioengerechtigde leeftijd bereikt in een regio die van oudsher met smaak zijn leiders eet. Hij had al zoveel binnen- en buitenlandse samenzweringen overleefd. ,,Ik weet dat tientallen mensen complotten smeden om me te vermoorden'', zei Saddam kort nadat hij in 1979 president was geworden tegen een vertrouweling (in Saddam Hussein van Efraim Karsh en Inari Rautsi). ,,En dat is niet moeilijk te begrijpen. Hebben wij niet de macht gegrepen door samen te zweren tegen onze voorgangers? Maar ik ben veel slimmer dan zij. Ik weet dat ze moordcomplotten smeden nog voor ze hun plannen gaan maken. Daardoor kan ik hen te pakken krijgen voor ze de kleinste kans hebben om mij te treffen.''

Was deze Amerikaanse uitdaging voor hem anders dan al die eerdere, behalve in schaal? Een Saddam Hussein, de Leider-President, de nieuwe Nebukadnezar, de Saladin van de moderne tijd, weet wel raad met uitdagingen. ,,U zult de revolutie niet verslaan'', zei hij tot de Amerikanen. ,,Zelfs wanneer u samen komt van alle delen van de wereld en alle duivels ook uitnodigt naast u te staan.''

Ongetwijfeld heeft zelfoverschatting zijn zicht op zijn laatste crisis vertroebeld. Zoals iedere tiran leed Saddam daar in ernstige mate aan. ,,Irak is Saddam en Saddam is Irak'', scandeerde zijn parlement kort voor president Bush' ultimatum afliep en het oorlog werd. En lees voor Irak de hele Arabische Natie. Wie waagde het de Glorieuze Natie zelve tegen te spreken? En welke man, hoe glorieus ook, is daartegen bestand?

Die zelfoverschatting leidde al eerder tot verschrikkelijke vergissingen, zoals Saddams besluit om in 1980 erfvijand Iran aan te vallen toen dat kwetsbaar leek in de greep van de Islamitische Revolutie. Acht jaar oorlog ruïneerde de economie die in de tien voorgaande jaren was opgebloeid dankzij de hervormingen onder Saddams Arabisch-nationalistische Ba'ath, oorspronkelijk een seculiere, socialistische en moderne partij die ,,een Nieuwe Arabische Mens, bevrijd van de kluisters van het verleden'' wilde scheppen. De economische noodsituatie plus die zelfoverschatting leidden twee jaar na de oorlog tot de roofoverval op het rijke Koeweit.

Maar zelfoverschatting of niet, vanuit zijn perspectief zag zijn laatste crisis er aanvankelijk niet onoverkomelijk uit. Saddam heeft zijn vele vijanden altijd weten uiteen te spelen door hun vijanden weer te bevrienden – en dezen lieten dat steeds weer gebeuren. Zijn Koerden, beurtelings gekoesterd en tot de dood vervolgd, weten ervan mee te praten. Koerdenleider Barzani vroeg hem in 1996 om militaire hulp tegen zijn rivaal Talabani (en kreeg die) ook al had de Iraakse leider in de jaren '80 honderden leden van zijn eigen clan laten vermoorden, duizenden Koerdische dorpen ontruimd en de bewoners gedeporteerd of vermoord, en vervolgens gifgas tegen het Koerdische volk gebruikt. En nu zag Saddam de hele wereld splijten, zonder dat hij er iets aan hoefde te doen. Verenigde Naties, Europese Unie, NAVO en zelfs de Nederlandse kabinetsformatie: geen forum bleef een verscheurend conflict over Irak bespaard. Honderdduizenden betogers gingen de straat op in protest tegen oorlog en de Iraakse media verlustigden zich erin: allemaal steun voor de grote Saddam, Ridder van het Arabisme, etcetera.

Saddam beoordeelde de situatie in die zin goed dat de Veiligheidsraad inderdaad niet tot een besluit kon komen om oorlog tegen hem te voeren. Alleen had de Amerikaanse president Bush allang besloten dat oorlog ook zonder machtiging van de internationale gemeenschap mocht. Daarin had de Iraakse leider buiten de waard gerekend.

Uit zijn activiteit van de laatste maanden voor de oorlog, zeg maar na de aanvaarding van Veiligheidsraadsresolutie 1441 die hem na twaalf jaar tegenstribbelen een laatste kans gaf volledige opening van zaken te geven over zijn massa-vernietigingswapens, is ook niet af te leiden dat Saddam zich dodelijke zorgen maakte. De Onovertroffen Mujahid [islamitische strijder] Leider, God moge hem bewaren, reisde gewapend met een sigaar legereenheden in het land af om wijze raad te geven, de boodschap uit te wisselen dat het moreel hoog was, een kopje thee te drinken en samen op de foto te gaan. Heel af en toe sloop een spoortje angst voor verraad in zijn toespraken binnen, want niet iedereen, zelfs onder de dappere Irakezen, is sterk. Maar steeds was daar de verzekering dat het Iraakse volk, dat immers voor gerechtigheid en vrijheid vocht, de overhand zou hebben op de vijanden van God, Irak, de Arabische Natie, de islam en de menselijkheid.

Dat waren natuurlijk woorden. Maar Saddams daden spraken dezelfde niet al te grote bezorgdheid. Het was voor een onpartijdig waarnemer van het begin af aan overduidelijk dat het deze Amerikaanse regering ernst was met de ontwapening van Irak (en trouwens ook met regimewisseling in Bagdad). Toch getuigden de verslagen van de VN-wapeninspecteurs aan de Veiligheidsraad van een slechts onwillige medewerking van de zijde van de Iraakse autoriteiten. Er moest wel wat gebeuren, was de teneur van die medewerking, maar Saddam ging niet op de knieën.

Hoewel de Amerikaanse en Britse troepen in Irak ondanks acht maanden zoeken niet op massavernietigingswapens zijn gestuit, is het nog steeds moeilijk te geloven dat Saddam helemaal niets meer had, al waren het maar recepten voor biologische en chemische wapens. Voor later, als ook deze crisis zou zijn overwonnen. Massavernietigingswapens zijn altijd Saddams levensverzekering geweest: in dit geval kennelijk blufpoker met massavernietigingswapens.

Hoe dan ook vergiste hij zich, eens te meer. Maar in tegenstelling tot de Iraanse oorlog van 1980 en de Koeweitse invasie van 1990 werd deze vergissing hem noodlottig.

Het is ironisch dat uiteindelijk zijn ideologische vijand, de moslimextremist Osama bin Laden, Saddam de das heeft omgedaan. In de jaren tachtig gold de seculiere Saddam, genieter van sigaar en goed glas whisky, nog als vriend van het westen tegen de gevaarlijke horden van de Iraanse imam Khomeiny met zijn islamitische wereldrevolutie. Het westen, van Nederland tot en met Amerika, leverde hem zijn massavernietigingswapens en keek weloverwogen de andere kant op toen hij deze tegen Iran en zijn eigen Koerden gebruikte. Maar in 1990 stelde hij zijn vrienden teleur met zijn invasie van het buurland Koeweit. De eerste president Bush liet Saddam niettemin lopen nadat zijn grote coalitie in 1991 het Iraakse leger Koeweit had uitgeslagen. Shi'ieten en Koerden die in opstand waren gekomen tegen Saddams regime wachtten vergeefs op steun van de Amerikanen die toen puntje bij paaltje kwam het aanblijven van een verslagen en door sancties gekooide Saddam prefereerden boven de onzekerheid van het ernamaals. President Clinton had andere prioriteiten dan Saddam Hussein.

Maar Bin Ladens aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington veranderden alles. Een Arabische moslimextremist spotte met de enige overgebleven supermacht en Amerika moest terugslaan. De naaste medewerkers van president Bush jr., van wie velen in 1991 in dienst van zijn vader al pleitten voor Saddams verwijdering, zagen in 11 september een door God gegeven kans om af te rekenen met de man die al zó lang zó openlijk de wil van de internationale gemeenschap en met name de supermacht Amerika tartte, en zo Amerika weer sterk te maken. Wat als Saddam massavernietigingswapens in handen zou spelen van terroristen?, was het argument.

Harde bewijzen van contacten tussen Saddam en Al-Qaeda zijn nooit gegeven. Het zou ook wel heel opmerkelijk zijn als Saddam zou samen werken met een ongrijpbare superterrorist die een bedreiging voor hemzelf vormde. Bin Laden staat immers ook de verwijdering van alle `schijnheilige' Arabische leiders voor, en in die categorie nam Saddam, de socialist, liefhebber van whisky en magisch-realistische schilderijen, een vooraanstaande plaats in.

Aan de andere kant: hoe toepasselijk is het dat Saddams regime te gronde ging in een offensief ,,van een kracht en omvang en schaal groter dan ooit eerder gezien'', in de woorden van de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld. Want Saddam was in zijn meedogenloosheid onder de uitzonderlijksten in de zeer bloedige geschiedenis van Irak.

Ieder Iraaks schoolkind kent de volgende regels, vertelt de Iraakse balling Kanan Makiya in zijn boek Republic of Fear, dat hij in 1989 onder het pseudoniem Samir al-Khalil schreef. ,,Ik zie hoofden voor me die rijp zijn en klaar om geplukt te worden, en ik ben degene die ze gaat plukken, en ik zie bloed glinsteren tussen de tulbanden en de baarden. Bij God, o volk van Irak, volk van tweedracht en huichelarij en kwaadaardig karakter! [..] Lange tijd bent u vlot in opstand gekomen [..] Bij God, ik zal u afstropen als schors, ik zal u opbinden als een bundel twijgen, ik zal u slaan als afgedwaalde kamelen. Bij God wat ik beloof, vervul ik; wat ik beoog, volbreng ik; wat ik afmeet, snij ik af [..] Ik zweer bij God dat u strikt het juiste pad zal volgen of ik zal elke man onder u op deze bijeenkomst straffen.''

Saddam zelf had het niet beter kunnen zeggen – en daarom moest ook elk Iraaks kind deze regels kennen – maar het was in 694 Al-Hadjadj ibn Yusuf al-Thaqafi die deze woorden sprak. Al-Hadjadj was door de kalief in Damascus tot gouverneur benoemd van wat nu Irak is. Ten koste van 120.000 levens bracht hij het roerige gebied onder controle en legde er de basis voor een latere culturele opbloei.

De opstandigheid van het gebied, mozaïek van volkeren en godsdiensten, is in de loop der eeuwen steeds in zeeën van bloed gesmoord. De Mongolen van Hulago Khan moordden in de 13de eeuw veertig dagen lang in Bagdad en regen honderdduizenden inwoners aan het zwaard. Perzen en Ottomanen vochten om het land, de Britten drukten er in de twintigste eeuw met geweld hun stempel op: het was minister van Oorlog Winston Churchill die er in de jaren '20 chemische wapens introduceerde om stammen te bedwingen die rebelleerden tegen de Britse methoden van nation building. Na de onafhankelijkheid in 1932 als koninkrijk Irak volgde coup op coup. Stammen vochten hun vetes uit; Koerden hun clanstrijd.

Zo vergoot ook Saddam Hussein bloed. Kijk hoe volstrekt meedogenloos hij in 1979 definitief zijn wil oplegde aan zijn Ba'athpartij, nadat die Ba'athpartij eerst, met Saddam nog in de coulissen, haar wil aan Irak had opgelegd. Said Aburish geeft een bloedstollend verslag in zijn Saddam Hussein, The politics of Revenge: Saddam, die voor 400 hoge partijfunctionarissen het bestaan van een complot bekendmaakt en dan een van de (vermeende) complotteurs vanachter een gordijn naar voren laat komen om de andere verraders aan te wijzen. Die worden weggevoerd, terwijl Saddam daar zit, trekkend aan een grote sigaar, tranen in de ogen. De rest van de aanwezigen – de overlevenden – staat op om Saddam toe te juichen.

Amerikaanse regeringswoordvoerders hebben Saddam de ergste dictator in de wereldgeschiedenis genoemd – erger dus dan Hitler, Mao en Stalin. Maar dat is een categorie waar Saddam ook weer niet in thuishoort. Rond de 20 miljoen slachtoffers maakten deze dictators; maximaal twee miljoen haalt Saddam er – alles bij elkaar opgeteld: de slachtoffers van zijn gruwelijke repressie, de doden van de oorlogen tegen Iran en tegen de geallieerden over Koeweit, en ook de doden van de internationale handelssancties. In het Midden-Oosten, ja, daar steekt hij boven iedereen uit. Saddam, die niet alleen massavernietigingswapens had – net als iedereen in de buurt – maar ze ook gebruikte, zelfs tegen zijn eigen bevolking, was een klasse apart. En nu zit hij als de eerste de beste straatschender vast. Saddam Hussein, de Beschermer van Irak.