Iedereen wil baas over het internet worden

Wie beheert internet? De deelnemers aan de top over de informatiesamenleving van de Verenigde Naties in Genève kwamen er vorige week niet uit. `Ook niemand is de baas van de wereldeconomie.'

,,Geen enkele organisatie kan alle aspecten van internet in z'n eentje beheren.'' Bescheiden, bijna verlegen zat Bob Kahn vorige week achter een tafel in een enorme beurshal in Genève. Hij sprak tijdens de VN-top over de informatiesamenleving over een heet thema, het beheer van internet. Kahn is voorzitter van de Internet Society, een organisatie van internetprofessionals, maar bovenal een van de `vaders' van het net. Samen met Vinton Cerf schreef hij de taal TCP/IP, waarin computers met elkaar praten.

Kahn reageerde op een controversieel plan van de VN-organisatie voor telecommunicatie, de International Telecommunications Union (ITU), om het beheer van internet onder VN-vlag te brengen. De ITU, op zoek naar bestaansrecht in een wereld waarin de meeste telefoonzaken inmiddels zijn geregeld, wil dolgraag hét platform zijn waar de spelregels voor internet worden bepaald. Kahn ziet niets in het plan van de ITU. ,,Overheden moeten zich alleen bemoeien met zaken waarvoor overheden zijn, zoals rechtshandhaving, de bestrijding van kinderporno en spam. Niemand is toch ook de baas van de wereldeconomie?''

Op dit moment is niemand de baas op internet. Enkele publiek-private organisaties beheren een aantal technische aspecten van de digitale snelweg, ongeveer zoals de ANWB-verkeersborden langs de snelweg. De International Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) regelt de internetdomeinnamen. De organisatie houdt zich bezig met vragen als wie de uitgifte verzorgt van .nl-domeinen, zoals www.nrc.nl. De Internet Engineering Task Force (IETF) en het World Wide Web Consortium (W3C) beheren de communicatiestandaarden, zoals de taal van Kahn en Cerf.

Maar dat moet allemaal anders, vindt een aantal landen. Met name China wil meer zeggenschap over internet. Het land zoekt volgens diplomaten in Genève een internationaal excuus om in eigen land websites te blokkeren en andere vormen van online censuur toe te passen. Maar, zegt China: ICANN is een van oorsprong Amerikaanse organisatie met een contract met de Amerikaanse overheid. Het kan toch niet zo zijn dat de Verenigde Staten bepalen wat er op het Chinese internet gebeurt?

China, maar ook Saoedi-Arabië, Tunesië en andere landen staan hierin lijnrecht tegenover de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan. De laatste willen de huidige situatie in grote lijnen behouden en hebben vertrouwen in de structuur van ICANN. De organisatie kent onder meer een adviesorgaan waarin regeringen zitten. China is overigens geen lid.

Het bedrijfsleven vindt eveneens dat het huidige systeem voldoet, stelde Richard D. McCormick van de Internationale Kamers van Koophandel in Genève. ,,Het succes van internet komt vooral door zijn decentrale karakter. De infrastructuur – de architectuur en de protocollen – bestaat dankzij een losse samenwerking van diverse technische organisaties.''

De verklaring en het actieplan, vrijdagavond aangenomen door de cybertop, waren doordrenkt van compromissen. Er komt een werkgroep onder leiding van secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, die internetbeheer gaat onderzoeken ,,in een open en toegankelijk proces, met regeringen, bedrijven en maatschappelijke organisaties, uit rijke en armere landen''. Het onderzoek moet klaar zijn voor de tweede fase van de VN-top over de informatiesamenleving die in november 2005 zal worden gehouden in Tunesië. In dat land kwam overigens vorige maand een internetdissident vrij na een gevangenisstraf van meer dan een jaar. Zouhaïr Yahyaoui zou `misleidend nieuws' op zijn website hebben gepubliceerd over het slechte functioneren van justitie in zijn land.

De financiering van informatie- en communicatietechnologie is vrijdagavond eveneens gesmoord in een compromis. Er komt voorlopig geen speciaal fonds om het gebruik van computers en internet in armere landen te stimuleren. Wel stellen de VN naar dit onderwerp een studie in. Met name de Afrikaanse landen waren naar Genève gekomen om meer geld te krijgen voor ICT.President Wade van Senegal had voor de top voorgesteld een Digitaal Solidariteitsfonds in te stellen. ,,De ontwikkelingslanden komen altijd met de wens om een nieuw fonds op te richten'', aldus de Nederlandse delegatieleider, minister Brinkhorst (Economische Zaken). ,,Dat is een bekende reactie. Voor goede plannen die zijn gericht op vernieuwing is altijd geld.'' Nederland participeert onder meer in een ICT-fonds van de Wereldbank.

Brinkhorst is tevreden over de uitkomst van de top in Genève. ,,Meestal stranden dergelijke conferenties op ideologische gronden. Deze top had een pragmatisch karakter. Het actieplan moet nog verder worden uitgewerkt. De grote slag volgt in Tunesië.''

    • Jan Benjamin