Frankrijk blokkeert compromis grondwet

Fungerend voorzitter Berlusconi van de Europese Unie slaagde erin de dwarsliggers Spanje en Polen in beweging te krijgen. Maar hun concessies gingen Frankrijk niet ver genoeg.

Merkwaardig stil was het zaterdag bij de koude lunch van de Europese top in Brussel. Een groot gezelschap regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken at zwijgend Italiaanse kazen: gorgonzola, taleggio en parmezaanse kaas. Ben Bot, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, constateerde tot zijn ongenoegen dat het brood oud en hard was, maar kauwde zonder een woord te zeggen verder.

Iedereen wachtte tot de Italiaanse premier Silvio Berlusconi in zijn functie van EU-voorzitter het woord zou nemen. Iedereen wist dat hij zou gaan vertellen dat de onderhandelingen over een Europees grondwettelijk verdrag waren mislukt. Maar zolang Berlusconi niet duidelijk had verklaard dat hij had vastgesteld dat de regeringsleiders het niet eens konden worden, was er van een mislukking officieel nog geen sprake. De EU-voorzitter at echter geruime tijd zijn kaas net zo zwijgend als alle anderen aan tafel.

Het duurde zeker tien minuten voordat de Italiaanse premier opstond en meedeelde dat de onderhandelingen op een fiasco waren uitgelopen. Maar daartoe beperkte Berlusconi zich niet. Hij vertelde uitgebreid hoe geweldig hij als voorzitter het afgelopen halfjaar de EU heeft geleid. Hij kreeg daarvoor luid applaus. De Ierse premier, Bertie Ahern, die vanaf januari het EU-voorzitterschap overneemt, dankte later Berlusconi nog eens voor zijn inspanningen, en opnieuw volgde er applaus. De regeringsleiders spraken af dat ze tegenover de buitenwereld niemand de schuld zouden geven van de mislukking.

De regeringsleiders beëindigden om vier uur 's middags de bijeenkomst waarop het niet gelukt was Europa een grondwettelijk verdrag te bezorgen, met een laatste applaus voor voorzitter Berlusconi. Die wees later dan ook iedere verantwoordelijkheid voor de mislukking van de hand. ,,Ik heb altijd grote successen behaald'', zei de ondernemer-politicus en hij beriep zich op collega-regeringsleiders die gezegd hadden dat het aan hem niet had gelegen.

De onderhandelingen waren vrijdag begonnen op basis van een vergaderstrategie van de EU-voorzitter die niemand begreep. Berlusconi begon een korte gezamenlijke bijeenkomst met: ,,Waarover zullen we het hebben? Over vrouwen of over voetbal? Daar weet u toch alles van, mijnheer Schröder?'' (De Duitse bondskanselier is aan zijn vierde huwelijk bezig). De Italiaanse premier kondigde al snel aan tot de zogenaamde biechtstoelmethode te willen overgaan. Eén voor één konden regeringsleiders bij hem of bij de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Franco Frattini, verschijnen om te vertellen wat zij aan het ontwerpverdrag dat de Europese Conventie afgelopen zomer afleverde wel of niet veranderd wilden hebben.

De gesprekken duurden al snel langer dan voorzien. Regeringsleiders die op de afgesproken tijd verschenen moesten uren wachten. De Belgische premier Guy Verhofstadt klaagde luid over ,,de chaotische aanpak'' van Berlusconi. Niemand wist wat de EU-voorzitter deed met wat hem in de biechtstoel werd verteld.

Het essentiële geschilpunt was de machtsverdeling tussen de lidstaten. Polen en Spanje waren de enige landen die niet wilden instemmen met de regel dat in de EU een besluit met een gekwalificeerde meerderheid wordt genomen wanneer het wordt gesteund door ten minste de helft van de landen die tezamen ten minste zestig procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Dit systeem zou voor deze twee landen machtsverlies betekenen ten opzichte van het systeem waartoe in 2000 in Nice is besloten. Het zou vooral moeilijker voor ze worden coalities te vormen om Europese besluiten tegen te houden.

Zaterdagmorgen gingen de ontvangsten in de biechtstoel verder. Voor de meeste regeringsleiders viel er al die tijd weinig te doen, maar ondertussen bereikte Berlusconi wel iets. ,,Spanje en Polen boden openingen'', zei de EU-voorzitter achteraf. De twee landen, die zich maandenlang onwrikbaar hadden getoond, bleken tot concessies bereid.

Verschillende opties kwamen op tafel. De eerste was om het nieuwe systeem voor de besluitvorming, de zogenaamde dubbele meerderheid, pas in 2014 in te voeren. Daarvoor kon niet de benodigde steun van alle landen verkregen worden. De tweede mogelijkheid was om tot 2009 het in Nice afgesproken systeem uit te proberen en daarna te besluiten of op de dubbele meerderheid moest worden overgestapt. Ook daarmee konden niet alle landen instemmen.

Een laatste mogelijkheid was om de percentages van de dubbele meerderheid (50 procent van de lidstaten en 60 procent van de Europese bevolking) te wijzigen. Daarmee gingen wel veel landen akkoord. Ook Duitsland wilde uiteindelijk praten over 54 procent van de lidstaten en 62 procent van de bevolking. Die ogenschijnlijk minimale wijziging zou de mogelijkheid voor Polen en Spanje om EU-besluiten tegen te houden iets vergroten. Maar toen kwam het nee van de Franse president Jacques Chirac.

Berlusconi noemde Chirac niet in zijn officiële verklaring, omdat afgesproken was over schuldigen niet te praten. ,,Het voorstel werd door andere landen afgewezen.'' Bondskanselier Schröder reageerde verontwaardigd op vragen over de houding van Chirac. Hij duldde geen smetje op de Duits-Franse samenwerking en wees erop dat Frankrijk door aanvaarding van het systeem van de dubbele meerderheid getoond had macht op te geven die het in 2000 in Nice had verworven. Maar volgens diplomaten had Chirac berekend dat door de kleine verandering van de getallen Duitsland meer kans zou krijgen om Europese besluiten tegen te houden dan Frankrijk lief was.

Officieel beriep Chirac zich op het principe waarmee Frankrijk en Duitsland naar de top in Brussel waren gekomen: van de voorstellen van de Europese Conventie mag zo weinig mogelijk worden afgeweken. Premier Jan Peter Balkenende zei: ,,Er is geen sprake van schuld, het gaat om een collectieve verantwoordelijkheid. Wij hebben meer tijd nodig om tot elkaar te komen.''

    • Ben van der Velden