Excellente Higgins in tragische Shaw

Ze zullen elkaar nooit krijgen, bloemenmeisje Eliza Doolittle en professor Henry Higgins in het blijspel Pygmalion (1914) van Shaw. In alles zijn ze aan elkaar tegengesteld; hij ouder, academisch, gevoelloos; zij een kind uit de goot, dom, gevoelig. Higgins koestert een wrede obsessie: hij wil haar naar zijn beeld scheppen. Alsof hij God is. Voor hem is beschaving niet meer dan een dressuur. Met fijnzinnig taalgebruik en goede manieren kun je hogerop komen in de klassenmaatschappij. My fair lady heette de musicalversie, die eindigt met een gelukkig huwelijk.

Een `blijspel' noemde Shaw zijn toneelstuk, dat toch meer een tragedie is, zeker in de uitvoering van het Noord Nederlands Toneel. Hard en onwrikbaar staat Lotje van Lunteren tegenover Martijn de Rijk. Met verschrikte ogen en scherp-snijdende stem richt ze zich wanhopig tot de zaal of tot de zo gevreesde, maniakale professor. Hij leert haar het abc; hij onderhoudt haar over de `taal van Vondel en Vestdijk'. Van Lunteren reageert als een opgejaagde vogel op Higgins' taalwetenschappelijke hoogstandjes.

Alles is smetteloos wit; de kostuums, vloer, wanden, de nep-Griekse zuilen. Alleen Martijn de Rijk als Higgins is in een safarigeel pak gekleed. Dat maakt hem tot een buitenstaander. Met diens pogingen dit `stegekind' te verheffen tot `society dame' levert Shaw kritiek op de harteloze kringen waar een voos superioriteitsbesef overheerst. Cabaretier Viggo Waas zorgde voor de soms doldrieste, kernachtige vertaling, waarin Eliza in plat-Amsterdams ratelt: `tering' en `doe effe normaal'.

Regisseur Koos Terpstra had beloofd dat de rollen per avond ingevuld worden door andere acteurs. Met dit plan wil hij spelers alert houden. Als het goed gaat, merk je daar als toeschouwer echter niets van. De doorsnee toeschouwer komt namelijk maar één keer kijken. En het idee blijkt minder extreem uitgevoerd dan mogelijk. Van Lunteren is bijvoorbeeld in alle bezettingen Eliza. Ik zag de versie met Martijn de Rijk als Higgins; een avond eerder nam Yorick Zwart de professor voor zijn rekening. Dit betekent dat Zwart nu in enkele bijrollen figureert. Wat ik hoopte was dat bijvoorbeeld Higgins' moeder opeens de rol van Eliza Doolittle zou spelen. Of Van Lunteren als huishoudster en dan Aafke Buringh als Eliza. Want Higgins is zowel met zijn moeder als de huishoudster sterk verbonden. In al hun hooghartige kilte zijn ze hem de meerdere. Dat kan hij niet verdragen en dat maakt hem wreed.

De Rijk is trouwens een excellente Higgins, onberekenbaar dubbelhartig in zijn leermeesterij over Eliza. Zijn overtuiging heeft de glans van het oprechte. Maar hij maakt haar kapot. Nadat Eliza zich op een ambassadefeest voorbeeldig heeft gedragen, dankt hij haar af. Waar moet zij naartoe? Zij kan onmogelijk terug naar de goot, naar haar vorige leven. Zijn technische onderneming heeft voor haar dramatische gevolgen. Van Lunteren fluistert tegen het slot verweesd: ,,En ik dan, waar moet ik heen?''

Hiermee had de voorstelling moeten eindigen. Maar nog ruim een half uur ontspint zich een trekkerige dialoog tussen Eliza en Higgins, waarin elk standpunt nog eens tien keer wordt herhaald. In deze beruchte, uitleggerige Shaw-dialogen veranderen de personages in karikaturen. Opeens timmeren de acteurs dicht wat open en raadselachtig had moeten blijven: waaraan ontleent iemand het recht zich de meerdere van een ander te voelen? Deze essentie van Pygmalion moet kort en messcherp gebracht worden. Tot vlak voor het laatste halfuur is Pygmalion een bijzondere, schitterende voorstelling over de dodelijke kracht van misplaatst superioriteitsbesef.

Voorstelling: Pygmalion van G.B. Shaw door Noord Nederlands Toneel. Regie: Koos Terpstra. Gezien: 10/12 Machinefabriek, Bloemstraat, Groningen. Tournee: t/m 10/4. Inl. 050 311 3388 of www.nnt.nl