Europese top mislukt, referendum uitgesteld

De Europese Unie krijgt, na het mislukken van de Europese top zaterdag in Brussel, voorlopig geen grondwettelijk verdrag. Mogelijk wordt in de tweede helft van volgend jaar, wanneer Nederland voorzitter is van de Europese Unie, een nieuwe poging ondernomen om overeenstemming te bereiken.

Gevolg van het mislukte overleg is dat het Nederlandse plan van de baan is om, tegelijk met de verkiezingen voor het Europese Parlement op 10 juni volgend jaar, een referendum over een Europese grondwet te houden. Ook in verschillende andere landen waren plannen voor zo'n volksraadpleging.

Het grondwettelijk verdrag mikte op hervorming van het ingewikkelde bestuur van de Europese Unie, met het oog op de toetreding van nieuwe lidstaten. De voorgenomen uitbreiding van 15 naar 25 lidstaten per 1 mei volgend jaar gaat gewoon door. Dan komen acht Midden- en Oost-Europese landen alsmede Cyprus en Malta bij de EU.

Het breekpunt bij de Europese top in Brussel was het systeem voor besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in de EU. Polen en Spanje, die maandenlang hadden dwarsgelegen, waren op het laatste ogenblik bereid tot een compromis. Maar daarvan wilde de Franse president Jacques Chirac niets weten. Frankrijk wilde niet afwijken van het voorstel uit het ontwerp-verdrag van de Europese Conventie. Daarin staat dat een gekwalificeerde meerderheid moet bestaan uit ten minste de helft van de EU-landen die ten minste 60 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen.

De regeringsleiders spraken zaterdag af dat Ierland, dat vanaf januari EU-voorzitter is, in maart een rapport presenteert over verdere mogelijkheden voor een grondwettelijk verdrag.

De mislukking van zaterdag betekent dat zaken waarover de regeringsleiders het wel eens waren, zoals de benoeming van een vaste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders en van een Europese minister van Buitenlandse Zaken, voorlopig van de baan zijn. Een ander gevolg is dat de vijf grote EU-landen (Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Spanje) hun tweede Europese Commissaris met ingang van 2005 kwijtraken. Volgens de geldende afspraken hebben alle EU-landen dan recht om elk één lid voor de Europese Commissie voor te dragen.

De Europese regeringsleiders weigerden iemand de schuld te geven van de mislukking van het project waaraan twee jaar is gewerkt. Bij de top van Amsterdam in 1997 konden de regeringsleiders het ook al niet eens worden over hervorming van de Europese instellingen, vooruitlopend op de aanstaande uitbreiding. In december 2000 in Nice werd wel overeenstemming bereikt over aanpassing van onder meer de stemverhouding, maar over die afspraken zijn de meeste EU-lidstaten niet tevreden. Daarom besloten ze twee jaar geleden een nieuwe poging te ondernemen, die uiteindelijk afgelopen zaterdag vastliep.

De Italiaanse premier Berlusconi, die als huidig EU-voorzitter de top in Brussel leidde, zei dat nieuwe besprekingen in ieder geval niet kunnen beginnen vóór de Spaanse parlementsverkiezingen in april en de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni. Premier Balkenende noemde het resultaat van de top teleurstellend. Maar hij zei ook: ,,Het is helaas geen historisch succes, maar ook geen historische mislukking.'' Volgens hem is zaterdag geen tijdpad afgesproken voor nieuwe onderhandelingen. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) zei dat het mogelijk is dat pas in 2005, onder Luxemburgs EU-voorzitterschap, opnieuw wordt geprobeerd een akkoord over het grondwettelijk verdrag te bereiken.

reacties en achtergronden: pagina 6

hoofdartikel: pagina 7