De dictator gepakt

Met zijn arrestatie komt een einde aan een tijdperk – zíjn tijdperk. De dictator die paleizen en moskeeën voor zichzelf liet bouwen, werd aangetroffen in een hol onder de grond. Zonder slag of stoot gaf hij zich over, opmerkelijk voor een man die in het openbaar met vuurwapens zwaaide en Koerden met gifgas bestookte. Zijn aanhouding is het beste nieuws uit Irak sinds het neerhalen van zijn standbeeld in Bagdad op 9 april van dit jaar. Het spel is uit, luidden toen de woorden van de Iraakse ambassadeur bij de Verenigde Naties. Maar Saddam Hussein was verdwenen. Gisteren zei Paul Bremer, de hoogste Amerikaanse bestuurder in Irak: ,,We hebben hem.''

Met die ene simpele, gedenkwaardige zin kwam officieel een einde aan een schrikbewind van jaren. Saddams aanhouding geeft hoop op een nieuw begin. Alleen al het vermoeden dat hij nog leefde en wellicht ooit in zijn oude functie kon terugkeren, ondermijnde de politieke en bestuurlijke opbouw van Irak.

De vangst van de schoppenaas, de belangrijkste troefkaart in het kaartspel van gezochte personen dat de Amerikanen hadden doen uitgaan, geeft president Bush weer even vleugels. De pacificatie van Irak dreigde te mislukken; dagelijks sneuvelden Amerikaanse militairen bij aanslagen. Bush was in een tv-toespraak realistisch. Door Saddams arrestatie zal de terreur niet stoppen, voorspelde hij. Nieuwe aanslagen met autobommen bewezen vanochtend zijn gelijk. Saddam was een belangrijk symbool voor het verzet, maar het is onwaarschijnlijk dat hij dit zelf vanuit zijn schuilhol bij Tikrit leidde. De alledaagse werkelijkheid in Irak blijft ook zonder zijn invloed of bemoeienis mede door bommen bepaald. Buiten Saddam bestaat er nog een keur aan boosdoeners. Niettemin: in de visie van de publieke opinie heeft Bush geleverd. Dat zal hem geen windeieren leggen. Nu Osama nog, die andere voortvluchtige.

Dat Saddam leeft en zal worden berecht is een probleem en een uitdaging tegelijk. Hij kan antwoord geven op duizend vragen, waarvan de belangrijkste luidt of hij over massavernietigingswapens beschikte, en welke en hoeveel en waar die dan wel verstopt zijn. Maar zijn fysieke aanwezigheid en berechting kan ook tot jarenlange nationale opwinding en internationale controverse leiden. Daar ligt nu juist de uitdaging. Het zou zowel de Irakezen als de Amerikanen sieren als ze aansturen op berechting voor een internationaal Irak-tribunaal onder supervisie van de Verenigde Naties. Het valt overigens te betwijfelen of dit gebeurt. In Irak zal men zeggen: Saddam is voor ons – een begrijpelijk sentiment na de jaren van onderdrukking. En in de VS klinkt nu al de roep om de doodstraf.

Het eerste doet geen recht aan Saddams internationale misdaden – de oorlogen tegen Iran, de Koerden, Koeweit – en het laatste is onverenigbaar met de rechtspraak van een VN-tribunaal. Een onafhankelijk proces volgens het model van de straftribunalen voor Joegoslavië en Rwanda is een krachtig signaal aan de wereldgemeenschap. Het zou de geloofwaardigheid en rechtsgeldigheid ten goede komen. Een internationale aanpak ondervangt het nijpende gebrek aan onpartijdige rechters in Irak. En het stelt op een belangrijk punt de unilaterale koers van de Amerikanen bij.