Bieden op bloot

Het Amerikaanse tijdschrift Playboy bestaat vijftig jaar. Oprichter Hugh Heffner laat bij Christie's een deel van zijn archief veilen.

Op een foto uit 1965 poseert Ursula Andress voor de film What's New, Pussycat in decente bodystocking wat oubollig met een staart tussen haar vingers. Vinden wij nu. Maar destijds leidden de suggestieve openingen in haar pakje nog tot veel opwinding. Die verandering in perceptie typeert de vijftigjarige geschiedenis van Playboy en – parallel daaraan – de beschouwing en commercialisering van vrouwelijk bloot in de afgelopen vijftig jaar. Een blad dat niet kon bestaan in de preutse jaren van oprichting, bracht het tot een instituut toen het spaarzaam geklede vrouwenlichaam een verkoopmiddel werd.

Nu is de ontwikkeling van het 50-jarige blad nauwkeurig na te slaan in de catalogus van de veiling waarmee Playboy deze week in New York de inhoud van zijn archieven uitvent. Christie's laat in vogelvlucht zien wat eerst niet mocht, daarna voorzichtig kon en vervolgens expliciet moest worden gezien.

Bestudering van de richtprijzen leert, dat van werk uit de preutse jaren financieel verreweg het meest wordt verwacht. Vooral de nu brave, maar destijds pikante prenten van Alberto Vargas (1896-1983) uit de jaren zestig zijn de prijskanonnen van het Playboy-archief: richtprijzen tussen de twintig- en veertigduizend dollar. Vrouwen werden door Vargas bij voorkeur als stoeipoes getoond en steevast voorzien van het soort de zwaartekracht tartende borsten waarmee nu de beautychirurg adverteert.

Originelen van de cartoons waarmee het blad een reputatie vestigde zijn te koop voor tussen de duizend en drieduizend dollar. Eenvoudige maar doeltreffende grappen blijven goed. Neem een Francis Wilford Smith (1927), van een patiënt die, terwijl een vrijwel blote vrouw angstig onder zijn divan ligt, aan zijn aandachtig noterende psychiater bekent: ,,En dan krijg ik altijd die haast paranoïde jaloezie waardoor ik denk dat mijn vrouw mij met iedereen bedriegt.''

Ook komt een collectie manuscripten onder de hamer van auteurs die verhalen aan Playboy leverden of interviews aan het blad toestonden. ,,Veel dank voor de aankoop van mijn verhaal'', heft bijvoorbeeld in 1967 Kurt Vonnegut een twee kantjes tellende brief aan, ,,en voor het buitengewoon goede honorarium.'' Blijkbaar had het blad op dat gebied toen al een goede naam.

Op de veiling zijn – voor een paar duizend dollar – handgeschreven brieven of typoscripts te koop van onder meer Hunter Thompson, Norman Mailer, Lenny Bruce, Jack Kerouac en Woody Allen. Geïnterviewden werd blijkbaar gelegenheid gegeven drukproeven te corrigeren, getuige de geannoteerde zetstroken van vraaggesprekken met Salvador Dali, Orson Welles en Jean-Paul Sartre. Begerenswaardig is een als vlinder vermomd bunnyhoofd getekend door Vladimir Nabokov (15.000-20.000 dollar).

Samen met de Hugh Hefner-parafernalia, foto's, strips, omslagen, tekeningen en voorbeelden van het Bunny-pakje door de decennia heen wordt misschien niet de meest prestigieuze verzameling ooit bij Christie's geveild. Wel valt een verhelderend overzicht uiteen op de verhouding tussen de seksen in de tweede helft van de vorige eeuw.

Veiling: `Playboy at 50' op woensdag 17 december, Christie's New York. Catalogus bekijken en online bieden: www.christies.com