Amsterdam krijgt Gerard Reve Museum

In de hoofdvestiging van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam komt volgend jaar een Gerard Reve Museum. Dat is gisteren, op de tachtigste verjaardag van de schrijver, door de betrokkenen bevestigd.

De basis van de collectie wordt gevormd door de verzameling die docent en Reve-vriend Peter van Bergen gedurende dertig jaar heeft aangelegd. De Amsterdamse Cultuurwethouder H. Belliot schaarde zich dit weekeinde achter het circa één jaar oude initiatief. Door de exploitatie van het museum aan de bibliotheek over te laten, werd een spoedoprichting mogelijk.

Het museum opent in het voorjaar van 2004 zijn deuren in de huidige hoofdvestiging van de Openbare Bibliotheek aan de Prinsengracht 587. Vanaf 2005 wordt de collectie wellicht tentoongesteld in de vestiging Betondorp in de Watergraafsmeer, waar Reve opgroeide. In 2007 verhuist de collectie naar de nieuwe hoofdvestiging van de bibliotheek naast het Centraal Station.

Naast vele honderden eerste drukken, bibliofiele uitgaven, manuscripten, brieven en boeken met opdracht, bevat de collectie ook foto's, knipsels, beeld- en geluidsopnamen en persoonlijke attributen van de schrijver. Er zijn dozen met fanmail en er is een brief van Pim Fortuyn, waarin hij Reve verzoekt om een inleiding te schrijven voor zijn boek Babyboomers. Het geheel werd voor 100.000 euro aangekocht door de stichtingen Ecliptica en Eleusis, die de collectie in bruikleen geven aan het Reve Museum. Volgens de huidige beheerder, antiquaar Piet van Winden, werd Van Bergen door Reve gezien als ,,apostel en exegeet''. ,,Reve stuurde hem plechtige verklaringen bij de stukken'', aldus Van Winden.

Joop Schafthuizen, vriend van de zieke schrijver, verklaarde gisteren ,,zeer verrast en vereerd'' te zijn met het museum. De collectie is nog tot eind december te zien in antiquariaat AioloZ te Leiden.