WOORDENLIJST

Aartsbisdom

Het eigen bisdom van de aartsbisschop binnen een kerkprovincie.

Aartsbisschop of metropoliet

Hoofd van een kerkprovincie en voorzitter van het bisschoppencollege van een kerkprovincie. Is meer een `eerste bisschop onder de bisschoppen' dan een `bisschoppenbaas'. Heeft binnen kerkprovincie eigen bisdom: het aartsbisdom. Draagt vaak eretitel kardinaal de twee zijn echter geen synoniemen.

Ad limina

Verplicht bezoek van bisschop aan paus en Rome om verslag uit te brengen over gang van zaken in bisdom.

Apocrief

Bijbelboek dat niet tot de canon gerekend wordt.

Apostolaat

Benaming voor de verspreiding van het geloof, op velerlei gebied (voorbeelden: apostolaat des gebeds, apostolaat der hereniging).

Apostolisch:

toevoeging die verwijst naar de apostelen; ter aanduiding dat iets van de apostelen afkomstig is of (indirect) met hen te maken heeft. In de praktijk is apostolisch veelal synoniem voor `pauselijk'.

Apostolische brief

Eenvoudige brief van de paus met bijvoorbeeld een groet, een felicitatie, een vermaning, aansporing, verlening van een privilege.

Apostolische constitutie

Pauselijke verordening met een algemene wet die voor de (gehele) kerk geldt, of de uitvoering bevat van belangrijke zaken zoals het oprichten van een bisdom.

Apostolisch delegaat

Vaticaanvertegenwoordiger in die landen die geen diplomatieke betrekkingen onderhouden met het Vaticaan. Ziet toe op kerkelijke gang van zaken in bewuste gebied.

Apostolische kamer:

onderdeel van de Romeinse curie, namelijk het bureau van de Camerlengo, de kamerheer van de paus die tijdens de sedisvacatie de goederen van de paus beheert.

Apostolische kanselarij

Onderdeel van de Romeinse curie; bureau waar apostolische brieven en bullen worden opgesteld die veelal betrekking hebben op de benoemingen van ambten. Werkt nauw samen met Congregatie van het Consistorie, dat zorg draagt voor het oprichten en wijzigen van kerkelijke gebieden.

Apostolische penitentiarie

Kerkelijke rechtbank voor gewetenszaken.

Apostolisch prefect

Benaming voor priester in een missiegebied waar nog geen bisschoppen zijn benoemd en (dus) nog geen zelfstandige kerkelijke hiërarchie bestaat.

Apostolische signatuur

De hoogste kerkelijke rechtbank, onderdeel van de Romeinse curie. Doet vooral dienst als hof van cassatie tegen uitspraken van de Rota.

Apostolische successie

Ononderbroken opvolging van de apostelen door gewijde opvolgers: de bisschoppen.

Apostolisch vicaris:

direct door paus benoemd leider van een missiegebied dat nog niet als aartsbisdom erkend is. Heeft zelfde bestuursbevoegdheden als een bisschop.

Biecht

Een van de zeven sacramenten; berouwvolle bekentenis van zonden aan een priester, waarop deze in naam van Christus de zonden vergeeft.

Bisdom of diocees

Het kerkelijk gebied waar bisschop hoofd van is, onderverdeeld in verschillende decanaten.

Bisschop

Hoogste rang binnen rooms-katholieke kerk (paus is bisschop van Rome), gedragen door een door de paus benoemd priester. De bisschop wordt gezien als de opvolger van de apostelen. Hij bestuurt een plaatselijke kerk (bisdom of diocees) en is nagenoeg autonoom in dat gebied.

Breve Pauselijk geschrift, bezegeld met vissersring, aangaande gunsten, benoemingen e.d.

Bul Open brief van de paus.

Canon

Woord met meervoudige betekenis; benaming voor: (1) de verzameling door de kerk als officieel erkende bijbelboeken; (2) de regels van een concilie; (3) de lijst met door de kerk erkende heiligen; (4) centrale gedeelte van de eucharistieviering, namelijk de vaste reeks gebeden tussen prefatie (misgebed waarmee eucharistie wordt ingeleid) en Onze Vader.

Canonisatie

Heiligverklaring.

Camerlengo

Kamerheer van de paus, bekleed met waardigheid van kardinaal. Draagt zorg voor de administratie van goederen en rechten van het Vaticaan. Tijdens de `sede vacante' beheert hij de kerk in naam van de komende paus.

Catechismus

Katholiek leerboek waarin de leer van de kerk wordt uiteen gezet, veelal in vraag en antwoord vorm: `Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om hier en in het hiernamaals gelukkig te worden.'

Codex

Het wetboek van de katholieke kerk.

Communie

Het nuttigen van het gewijde brood en wijn tijdens de eucharistieviering.

Concilie

Officiële kerkvergadering. Kan zowel algemeen (oecumenisch; met vertegenwoordigers van gehele kerk onder leiding van paus) als provinciaal (binnen een kerkprovincie) gehouden worden.

Conclaaf

Woord met tweeledige betekenis: het verblijf waar de als pauskiezers gemachtigde kardinalen die niet ouder zijn dan tachtig jaar na het overlijden van de paus een nieuwe paus uit hun midden kiezen (traditiegetrouw de Sixtijnse kapel), alsmede deze kardinalenvergadering zelf. Iedere deelnemer naast de kardinalen mogen dat ook leken (bijvoorbeeld artsen) zijn; zij hebben echter geen stemrecht legt een eed van geheimhouding af: al het besprokene blijft tijdens en na de vergadering geheim. Het conclaaf vindt plaats tussen de zestiende en de negentiende dag na het overlijden van de paus en duurt net zolang totdat er een nieuwe paus gekozen is.

Concordaat

Verdrag tussen katholieke kerk (paus) en een staat.

Congregatie

Pauselijk bestuurslichaam, onderdeel van de Romeinse curie vergelijkbaar met een ministerie dat zorgt draagt voor bepaald aspect van de kerk. Tevens benaming voor bepaalde kloostergemeenschappen en kerkelijk goedgekeurde verenigingen van leken, zoals de Mariacongregatie, die verering van de maagd Maria tot doel heeft.

Consecratie

Het tijdens de mis uitspreken van de woorden van de eucharistie (`want dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed') ter verandering van het brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Tevens de aan een bisschop voorbehouden wijding van een persoon of zaak.

Curie

Het ambtelijk bestuursapparaat van paus of bisschop. Adviseert en assisteert, maar is volledig ondergeschikt. Een curie is opgedeeld in verschillende congregaties, die te vergelijken zijn met de ministeries van een overheid. Elke congregatie draagt zorg voor bepaald beleidsterrein van de kerk.

Decanaat of dekenaat

Benaming voor rechtsgebied van een deken.

Decretalen

Verzameling pauselijke uitspraken, besluiten en wetten uit Middeleeuwen; onderdeel van het middeleeuwse kerkrecht.

Deken

Pastoor die tevens van bisschop leiding heeft gekregen over een groep parochies in het bisdom. Staat in kerkelijke hiërarchie tussen pastoor en bisschop.

Diaken

Drager van laagste kerkelijke rang of wijding (diaconaat). Staat onder de priester; vaak een priester in opleiding of iemand (man of vrouw) die de pastoor bij zijn werkzaamheden assisteert. In tegenstelling tot de priester is een diaken niet tot celibaat verplicht.

Dogma

Vastomlijnde, aan geen discussie meer onderworpen, geloofsstelling (voorbeeld: het dogma van de onbevlekte ontvangenis).

Encycliek

Pauselijke zendbrief, gericht aan bisschoppen en/of leken, waarin hij richtlijnen geeft betreffende een bepaald geloofsonderdeel, zoals abortus, anticonceptie e.d.

Eucharistie

(Grieks: dankzegging), altaarsacrament waarbij brood en wijn gewijd worden middels de woorden die Jezus bij Laatste Avondmaal sprak: `Want dit (brood) is mijn lichaam en dit (wijn) is mijn bloed'. Uitgesproken tijdens de eucharistieviering ter nagedachtenis van Jezus' offer aan het kruis. Volgens de kerk is Christus na de wijding in dit sacrament aanwezig. Het nuttigen van de wijn en het brood (hostie) versterkt de band tussen Christus en gelovigen en tussen gelovigen onderling.

Eucharistieviering

Mis op zondagochtend en -middag en zaterdagavond.

Excommunicatie

Kerkelijke ban. Een geëxcommuniceerde mag geen deel meer nemen aan de sacramenten of het kerkelijk verkeer; zijn lidmaatschap van de kerk blijft echter gehandhaafd.

WOORDENLIJST (VERVOLG)

Famiglia Pontificia

De pauselijke hofhouding, bestaande uit o.a. de kardinalen en prelaten van het pauselijk paleis, de pauselijke ceremoniemeesters, de lijfarts van de paus en de Zwitserse garde.

Flabella

De twee grote waaiers met witte struisvogelveren die in de pauselijke stoet meegedragen worden naast de pauselijke draagstoel. Overblijfselen uit oud hofceremonieel, zonder liturgische betekenis.

Heiligverklaring

(Ook wel: canonisatie) pauselijke verklaring dat persoon, gestorven na een heilig leven of als martelaar, door God met bijzondere gaven is bedeeld. Deze heilige mag in het openbaar vereerd en aangeroepen worden. Heiligverklaring volgt op zaligverklaring en kan alleen uitgesproken worden als is bewezen dat de zalige, na aanroeping, tenminste drie wonderen heeft verricht.

Heilige Stoel of Apostolische Stoel

Benaming voor de bisschopszetel van de paus, leider van de gehele kerk, te Rome.

Hoogmis

Plechtige eucharistieviering waarbij de gebeden gezongen worden.

Hostie

Het ongedesemde brood dat tijdens de eucharistieviering wordt geconsacreerd.

Kapelaan

Hulppriester; priester die pastoor helpt in parochie. Tevens benaming voor priester die zorg draagt voor de kapel van een hof of een inrichting.

Kanunnik

priesterlid van een kathedrale kerk.

Kapittel

Benaming voor de vergadering van kanunniken of de bijeenkomst van afgevaardigden van een (klooster-) orde of congregatie.

Kathedraal

De kerk van een bisschop, in die hoedanigheid de hoofdkerk van een bisdom.

Kardinaal

Door de paus verleende eretitel. Veelal gegeven aan een aartsbisschop of aan priester/diaken die aan het hoofd staat van een van de pauselijke departementen in Rome. Benoeming is volledig afhankelijk van de wil van de paus: alleen hij bepaalt wie de titel toekomt. In kerkelijke hiërarchie staat de kardinaal net onder de paus en is, mits jonger dan tachtig jaar, kiezer en potentieel opvolger van de paus.

Kazuifel

Mouwloos zijden of halfzijden opperkleed van het misgewaad dat tijdens de eucharistieviering gedragen wordt door een pastoor of een bisschop. Kent vijf verschillende kleuren met elk aparte religieuze betekenis: wit of goud worden gedragen tijdens het paasfeest of het kerstfeest; zwart en tegenwoordig ook grijs, paars of blauw worden gedragen tijdens rouw- en uitvaartdiensten; paars wordt gedragen in de periode van de voorbereiding op de feesten, zoals de adventtijd (de voorbereiding op het kerstfeest), de vastentijd of de veertigdagentijd; rood wordt gedragen met pinksteren en op `feestdagen' ter nagedachtenis van martelaren, bijvoorbeeld 29 juni; de dag waarop Petrus en Paulus de dood vonden. Tot slot: groen, gedragen op de `gewone' eucharistiedagen, de dagen waarop niets in het bijzonder te vieren valt.

Kerkprovincie

Verzameling bisdommen, onder leiding van een aartsbisschop.

Lateraan

Enclave van de staat Vaticaanstad te Rome. Omvat het oude pauselijk paleis en de kathedraal Sint Jan-van-Lateranen de bisschopskerk van de paus, de eerste in rang van alle r.k. kerken.

Leek

Gelovige die geen functie in een kerkelijke bestuursregio heeft en die geen priesterwijding heeft ondergaan.

Liturgie

Het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen die een eredienst vormen.

Motu proprio

(Latijn: uit eigen beweging) direct persoonlijk schrijven van de paus, gaat buiten de procedures van de apostolische kanselarij om.

Nuntius

Ambassadeur van de paus in een bepaald land. Onderhoudt in naam van Vaticaan contacten met de desbetreffende regering. Ziet tevens toe op doen en laten van de kerk in dat gebied.

Pallium

Wit wollen schouderband met zwarte kruisjes, onderdeel van het pauselijk en bisschoppelijk gewaad; persoonlijk ereteken van paus en bisschop en symbool van de priesterlijke macht en de verbondenheid met de Heilige Stoel.

Papabili

De kardinalen die grote kans hebben om paus op te volgen.

Paramenten

Naam voor de gewaden die in de liturgie worden gebruikt.

Parochie

Deelgebied van een bisdom, onder leiding van een pastoor.

Pastoor

Priester die de geestelijke leiding heeft over een parochie.

Pastor

Moderne benaming voor pastoor, tevens benaming voor priesters die belast zijn met de zielzorg van een bepaalde groep of inrichting en voor al wie (priester, niet-priester of vrouw) pastoor assisteert bij zijn werkzaamheden.

Pater

Benaming voor mannelijke kloosterling die bekleed is met priesterambt ter onderscheiding van `frater' of `broeder': kloosterlingen die geen priester zijn.

Patriarch

Eretitel van een aartsbisschop.

Pauslijst

De ononderbroken reeks van Romeinse bisschoppen die Petrus opvolgden als paus.

Pausmis

Oorspronkelijk de eucharistieviering van de bisschop van Rome met zijn gelovigen, in loop der tijd versoberd; tegenwoordig is ritueel van pausmis gelijk aan die van de `reguliere' mis.

Pontificaat

Benaming voor zowel het ambt als de regeringsperiode van een paus.

Prelaat

verzamelnaam voor de hoge geestelijken die rechtsmacht hebben over bepaald kerkelijk gebied, zoals bisschop, patriarch, primaat, aartsbisschop etc.

Priester

Door bisschop gewijd geestelijke, bevoegd tot het toedienen van de sacramenten en het verkondigen van het geloof; verplicht tot celibaat. Het priesterschap is de `basisrang' in de kerk: pastor, bisschop, paus hebben allen priesterwijding ondergaan.

Primaat

Titel van zowel hoofd van een kerkprovincie (aartsbisschop) als de paus.

Rota

Kerkelijke rechtbank voor kerkjuridische geschillen.

Sacrament

Elk van de zeven wijdingen, of tekenen van zege of bijzondere genade, die door Jezus zijn ingesteld en door de kerk zijn vastgelegd in rituelen: doopsel, vormsel, eucharistie (ook wel `sacrament des altaars' of Heilig sacrament'), biecht, oliesel, priesterwijding en huwelijk.

Sacra rota

Het kerkelijke tribunaal dat echtscheidingen kan uitspreken.

Sede vacante of sedisvacatie

(Latijn: `de Stoel is leeg') benaming voor de pausloze periode, de tijd tussen het sterven van de zittende paus en de verkiezing van diens opvolger.

Sedia gestatoria

De draagstoel van de paus waarmee hij de Sint Pieter wordt binnengedragen.

Syllabus

Overzicht van de door de kerk veroordeelde stellingen, met in het bijzonder de stellingen van het negentiende-eeuwse modernisme.

Synode

Bisschopppenvergadering, al of niet onder leiding paus. Vaak over specifiek onderwerp in een bepaald kerkelijk gebied.

Tiara

Pauselijke kroon van witte zijde, met drie boven elkaar geplaatste gouden kronen, die elk één van de drie functies van de paus symboliseren: priester, koning, leraar.

Vissersring

Zegelring van de paus, met daarop afbeelding van de vissende Petrus, stichter van de kerk.

Vormsel

Sacrament waarbij gelovige middels handoplegging en zalving van de bisschop de kracht krijgt om het geloof te belijden.

Zaligverklaring

Pauselijke verklaring dat persoon, na uitzonderlijk leven in dienst van de kerk, in hemelse zaligheid is opgenomen. Een zalige komt in aanmerking voor een heiligverklaring en mag in beperkte mate vereerd worden.