WOLF EN PORNO 2

De extrapolatie van het schoonheidsideaal-denken van schrijfster Naomi Wolf (Hoe meer je ziet, hoe minder je wilt, Leven &c 22 nov) naar de invloed van pornografie op de mens is wel erg van de koude grond. Het deed mij terugdenken aan `Nijverheid en seksuele onderdrukking in een maatschappij in de Povlakte' van Umberto Eco. Daarin verslaan antropologen van een Melanesisch natuurvolk het veldonderzoek naar westerse `primitieve volken'. De gevolgtrekkingen over de westerse maatschappij door de `inboorling' zijn simplistisch en hilarisch. Wolf kan er ook wat van. Ze schrijft dat `de orthodox gelovige vrouw die zich bedekt en directe blikken van andere mannen mijdt, zó exclusief voor haar man is, dat zij zich wel erg sexy moet voelen'. Het feit dat juist de vrouw zich geheel moet verbergen voor de buitenwereld komt eerder voort uit een behoefte de vrouw volledig dienstbaar te houden aan de man, de voortplanting en het huishouden. Het houdt juist een ontkenning in van de vrouwelijke seksuele behoeften. Wolf stelt dat de man niet meer opgewonden raakt van echte vrouwen door gewenning aan `cyber-sekslavinnen'. Maar de porno-acteurs die in de late avonduren op de commerciële netten zich aan de zapper presenteren zijn in het algemeen helemaal niet van onwerkelijke schoonheid, maar eerder van getatoeëerde doorsnee tot ronduit lelijk. De pornografie-bijsluiter van Naomi Wolf is: `hoedt u voor te veel zinnenprikkeling en fantasie, want anders stelt de werkelijkheid teleur'. De man als inboorling. De Melanesische doctor Pao Kilipak uit het verhaal van Eco zou er wel pap van lusten.

    • Stephan Mantel