Weg met hoofddoek, davidster en kruis

Scheiding tussen kerk en staat impliceert geen afzijdige, maar een actieve opstelling van de overheid, zo schrijft de Franse Stasi-commissie. Zij heeft in opdracht van president Chirac aanbevelingen gedaan over de vraag hoe de overheid moet reageren op politieke en godsdienstige tekens en kleding op bijvoorbeeld scholen. De commissie bepleit een wettelijk verbod. Hieronder volgen gedeelten uit het rapport.

De laïcité (scheiding van kerk en staat) omvat meer dan alleen de neutraliteit van de staat. Eerbied, waarborgen, verplichtingen en samenleven zijn de voornaamste pijlers ervan, die een geheel van rechten en plichten vormen voor de staat, de religies en de mensen.

De laïcité veronderstelt de onafhankelijkheid van de politieke macht en van de diverse spirituele of religieuze richtingen. [...] Binnen het niet-confessionele domein is geen enkel politiek ingrijpen op het gebied van geestelijke oriëntatie gewettigd. De staat schrijft niet voor en dwingt tot niets; geen enkel credo is verplicht, geen enkel credo verboden. De laïcité impliceert neutraliteit

van de staat; zij mag geen enkele geestelijke of religieuze optie bevoorrechten. [...]

Evenzo dienen het geestelijke en het religieuze zich te onthouden van iedere invloed op de staat en af te zien van een politieke dimensie. De laïcité is onverenigbaar met iedere opvatting van de godsdienst die op grond van de uitgangspunten van die religie de maatschappelijke of politieke orde de wet zou willen voorschrijven. [...]

De religies en de staat profiteren beide van deze scheiding. De eerste concentreren zich weer op hun geestelijke taak, en vinden daarin hun vrijheid van meningsuiting. De tweede – vrij van alle confessionele banden – is van alle burgers. [...]

Door eenieder vrijheid van meningsuiting te garanderen en tegelijkertijd allen zo op te leiden dat zij leren zelfstandig en vrij te oordelen, plaatst de staat de laïcité in het kader van de rechten van de mens. Het is voor de staat niet voldoende om zich verre te houden van religieuze en geestelijke zaken. [...]

De laïcité garandeert alle geestelijke en religieuze richtingen een wettelijk kader waarbinnen zij zich kunnen uiten. Zonder het historisch erfgoed – met name dat van het Griekse rationalisme, het jodendom en het christendom – te loochenen, staat zij de confessionele richtingen toe hun plaats te vinden.

De onkerkelijke staat, die garant staat voor de gewetensvrijheid en de vrijheid van geloof en van meningsuiting, beschermt het individu; hij staat iedereen toe om al dan niet een geestelijke of religieuze keuze te doen, van keuze te veranderen of ervan af te zien. Hij zorgt ervoor dat geen enkele groep, geen enkele gemeenschap aan wie dan ook, met name met het oog op zijn oorsprong, een confessioneel lidmaatschap of identiteit kan opleggen. [...]

Deze eis betreft allereerst de school. De leerlingen moeten, om tot een zelfstandig oordeel te komen, leren en zich ontwikkelen in een klimaat van geestelijke rust. De staat moet voorkomen dat zij geestelijk te lijden hebben van het geweld en de woelingen van de samenleving: een steriel oord behoeft de school te zijn, maar zij mag geen echokamer van de hartstochten van de wereld worden, want dan zou zij tekortschieten in haar educatieve taak.

Als de school zich met betrekking tot de religieuze of geestelijke cultuur houdt aan een beperkte opvatting van de neutraliteit, draag zij ertoe bij dat de leerlingen op dit gebied geen recht wordt gedaan en laat zij hen weerloos, zonder intellectueel gereedschap, tegenover de druk op hen, en het gebruik dat van hen wordt gemaakt, door de politiek-religieuze activisten die gedijen op de vruchtbare grond van die onwetendheid. Dat dat onvermogen wordt verholpen, is een sociale noodzaak. [...]

De laïcité legt de staat een verantwoordelijkheid op. Als de leerlingen op school een brede, kritische kennis van godsdiensten verwerven, kan dat de toekomstige staatsburgers helpen zich intellectueel en kritisch te ontwikkelen. Dan kunnen zij in geloofszaken vrij denken en kiezen. [...]

Naar de Franse opvatting is de laïcité niet alleen maar een `grensbewaking', die zich zou beperken tot toezicht op de scheiding van staat en geloof, van politiek en geestelijke of religieuze sfeer. De staat maakt de consolidatie mogelijk van de gemeenschappelijke waarden die onze samenleving tot een geheel maken. Eén van die waarden – de gelijkheid van man en vrouw – mag dan een recente verworvenheid zijn, zij bekleedt daarom in ons rechtsstelsel een niet minder belangrijke plaats.

Zij is onderdeel van het huidige republikeinse pact. Bij inbreuken op dat beginsel mag de staat nooit werkloos toezien. Hierbij wil de laïcité niet de plaats innemen van andere geestelijke of religieuze behoeften. Wel dringt zij erop aan dat de staat opkomt voor de gemeenschappelijke waarden van de samenleving waaruit hij is voortgekomen. De laïcité – geschraagd door een uitgesproken visie op het burgerschap, die uitstijgt boven het feit dat iemand deel uitmaakt van een gemeenschap, een geloofsrichting of een volk – schept voor de staat verplichtingen jegens zijn burgers.[...]

De geschiedenis laat zien hoezeer de geloofsrichtingen zich in het verleden hebben moeten inspannen om zich aan het niet-kerkelijke kader aan te passen. De katholieke kerk was aanvankelijk zeer terughoudend en meende dat zij alles te verliezen had. Dat zij zich in het niet-kerkelijke kader heeft geschikt, dat zij dit heeft aanvaard en dat zij er ten slotte een aanhangster van is geworden, is voor de vrede in onze samenleving van essentieel belang geweest. [...] Van de islam, de godsdienst die het meest recent in Frankrijk is gevestigd en die tal van aanhangers telt, wordt weleens gesuggereerd dat hij onverenigbaar zou zijn met de scheiding van kerk en staat. Dat neemt niet weg dat de islamitische theologie in haar glansrijkste periode een vernieuwend inzicht in de betrekkingen tussen de politiek en het geloof heeft voortgebracht. De rationeelste stromingen binnen de islam zagen geen aanleiding tot verwarring tussen de politieke en de geestelijke macht. De islamitische cultuur kan in haar verleden de middelen vinden die haar in staat stellen zich te schikken in een niet-religieus kader, terwijl de laïcité van haar kant het islamitische gedachtegoed de mogelijkheid biedt om zich, vrij van enige inperking door de macht, intellectueel volledig te ontplooien.

De Franse samenleving is veranderd: het gezag van de katholieke kerk wordt niet meer gevoeld als een dreiging. De laïcité blijkt ten slotte, in een nieuwe formulering, in het hart van het republikeinse pact te staan.

Frankrijk heeft een eeuw van radicale veranderingen achter de rug. Het is veelsoortig geworden op het geestelijke vlak. [...]

De opvattingen hebben trouwens een ontwikkeling doorgemaakt. Onze politieke filosofie was gegrondvest op de verdediging van de eenheid van het maatschappelijk organisme. Dat streven naar uniformiteit was sterker dan alle uitingen van verscheidenheid, die als bedreigend werden ervaren. Tegenwoordig wordt de verscheidenheid soms als iets gunstigs voorgesteld: eerbied voor culturele rechten wordt opgeëist door sommigen die deze rechten beschouwen als een essentieel aspect van hun identiteit. Het behoud van cultuur, geloof, herinnering – hetzij werkelijk of verbeeld – wordt ervaren als een vorm van bescherming voor wie deelneemt aan een door uitwisseling steeds veranderende wereld. Het zou zinloos zijn de kracht van de gemeenschapszin te loochenen. Maar de oplaaiende culturele identiteit mag zich niet opwerpen als voorvechtster van het verschil, als vehikel van onderdrukking en uitsluiting. In een niet-kerkelijke samenleving moet iedereen de traditie afstandelijk kunnen bezien. Dat is geen zelfverloochening, maar een persoonlijk streven naar bevrijding, dat de mens in staat stelt zijn houding ten aanzien van zijn culturele of geestelijke uitgangspunten te bepalen zonder zich eraan te onderwerpen.

Zo bezien dreigen er twee gevaren. Wanneer het gemeenschapsgevoel ontaardt in een verstard gemeenschapsdenken, lopen onze moderne samenlevingen gevaar uiteen te vallen. Anderzijds is het een illusie om alle verscheidenheid of veelsoortigheid te loochenen door ritueel te blijven hameren op een van de werkelijkheid vervreemd republikeins pact. De laïcité van nu staat voor de uitdaging een eenheid te smeden en toch de verscheidenheid van de samenleving te respecteren.

Het niet-kerkelijke kader kan de plaats zijn waar die twee eisen kunnen worden verzoend. Het dient zich de middelen te verschaffen om in één territorium individuen te laten leven die niet dezelfde overtuigingen zijn toegedaan, in plaats van hen naast elkaar te zetten in een mozaïek van in zichzelf besloten, elkaar wederzijds uitsluitende gemeenschappen. Het is een middel om personen die niet noodzakelijkerwijs dezelfde opvattingen huldigen, te laten samenleven.

Zo bezien kan de laïcité de desem zijn die de integratie van heel de samenleving totstandbrengt: zij schept een evenwicht tussen erkenning van het recht op een eigen identiteit enerzijds en het noodzakelijke streven om de indivuele overtuigingen met het sociale netwerk te vervlechten anderzijds. De opleiding tot burgerschap in onze door mensen van verschillende culturen en herkomst gevormde samenleving houdt in dat men leert samen te leven. [...]

Op school is het dragen van een opzichtig religieus teken – een groot kruis, een keppeltje of een sluier – al voldoende om de rust te verstoren. Maar achter de huidige moeilijkheden steekt meer dan alleen die kwestie, die door de media is opgeklopt.

De normale gang van zaken op school wordt ook verstoord door systematische verzoeken op één dag per week te mogen verzuimen, of om lessen en examens te mogen onderbreken om te gaan bidden of vasten. Wie hele lappen van de lessen in de geschiedenis of in de kennis van de wereld afwijst, ondermijnt het leren van die vakken. Sommige meisjes proberen door middel van uit de lucht gegrepen medische verklaringen te worden vrijgesteld van sport en gymnastiek. Examens worden verstoord door de weigering van vrouwelijke leerlingen zich te onderwerpen aan een identiteitscontrole of om door een mannelijke examinator te worden ondervraagd. Het gezag van sommige leerkrachten of directies wordt, enkel en alleen omdat zij vrouwen zijn, door leerlingen of hun ouders in twijfel getrokken. Door zulke gevallen van mensen die zich op religieuze gronden aan de scholing onttrekken, wordt voor iedereen de toegang tot de school in gevaar gebracht. [...]

Iedereen, ongeacht zijn religieuze keuzes, moet kunnen profiteren van gewetensvrijheid, rechtsgelijkheid, en de neutraliteit van de politieke macht. Maar de staat dient er ook voor te zorgen dat de regels strikt worden nageleefd, opdat het gemeenschappelijke leven in een veelsoortige samenleving wordt gewaarborgd.

De Franse scheiding van kerk en staat brengt thans mee dat de beginselen waarop zij is gegrondvest moeten worden geconsolideerd, dat de publieke diensten moeten worden versterkt en dat het respect voor de geestelijke verscheidenheid moet worden gewaarborgd. Daarom dient de staat te bedenken dat het overheidsapparaat de verplichting heeft om discriminerende praktijken in het openbare leven te bestrijden, en in het kader van een wet op de scheiding van kerk en staat strenge, heldere regels in te stellen. [...]

Voor de scholen dient de volgende bepaling te worden aanvaard: ,,Met respect voor de gewetensvrijheid en voor het bijzondere karakter van de particuliere instellingen wordt het op basis- en middelbare scholen verboden kleding of tekenen te dragen die van een religieuze of politieke richting getuigen. Alle maatregelen hiertegen zullen in verhouding staan tot de overtreding, en zullen pas worden genomen nadat de leerling de kans heeft gekregen om zich naar de voorschriften te schikken.'' Deze bepaling mag niet los worden gezien van de verantwoording die erop volgt: ,,De verboden kleding en tekens zijn opzichtige tekens, zoals een groot kruis, een sluier of een keppeltje. Als tekens van een religieuze richting worden niet beschouwd discrete tekens, zoals penningen, kruisjes, davidsterren, handjes van Fatima of kleine korans''. [...]

Link naar volledige tekst: www.nrc.nl/opinie