Vliegdroom te Dakota

De gebroeders Wright hadden vele concurrenten. Eén daarvan was de Amerikaan Ringert Jongewaard, zoon van Nederlandse emigranten. Zijn ontwerp uit 1885 was kansloos.

DECEMBER 1885 meldt The Globe, de lokale krant voor wat toen nog Dakota Territory heette (Noordwest-Iowa), dat ``Ringert Jongewaard, bekend van zijn vliegmachine'' persoonlijk naar het dorp Mitchell zal afreizen om toezicht te houden op de bouw van zijn uit oude ploegonderdelen samengestelde vliegmachine. ``Een deel van het werk in de smidse was niet naar behoren uitgevoerd en moet grotendeels opnieuw worden gedaan.'' Jongewaard, aldus de krant, is van plan in Mitchell te blijven tot het werk af is. Daarna zal hij de losse stukken mee naar huis nemen, het apparaat in elkaar zetten en een proefvlucht maken.

Jongewaard, zoon van Nederlandse immigranten, had zich begin jaren tachtig in Dakota Territory gevestigd. Hij was in de leer geweest bij een smid en zou het idee voor zijn vliegmachine hebben gekregen toen een plank uit zijn handen woei en op de wind werd meegevoerd. Wanneer dat precies was, en wat Jongewaard bezielde, is onbekend: bronnen zijn onvolledig en anekdotisch. De proefvlucht – misschien zelfs vluchten – zullen kort na het krantenbericht van december hebben plaatsgevonden. Verslagen in de lokale pers zijn niet bewaard gebleven. Nabestaanden van `Uncle Ring', zoals Ringert werd genoemd, maken melding van pogingen vanaf een hooiberg af te dalen. Enkele aldus uitgevoerde `vluchten' zouden twee seconden hebben geduurd, terwijl de piloot zich het leplazarus trapte. Fred Breukelman, oud-hoofdredacteur van The Globe en geboren in 1906, zegt een verhaal te hebben gehoord over hoe Jongewaard vanaf het dak van een winkel in het dorp Harrison heeft gevlogen en a block verder is geland. De afstandsaanduiding `a block' kan in het Amerikaans een meter of vijfenzeventig zijn.

Ringert Jongewaard geloofde in zijn ontwerp en verkocht paard en ploeg om naar Washington D.C. te kunnen reizen. Daar verkreeg hij een patent op zijn apparaat (No. 338.173; aangevraagd 15 augustus 1885, toegekend 16 maart 1886). Scientific American van april 1886 maakte melding van de uitvinding. Maar tot luchtvaartpionier schopte Jongewaard het niet. Geen handboek vermeldt zijn naam, zijn vliegmachine is niet bewaard gebleven en Jongewaard stierf min of meer anoniem in 1939 in de staat Washington. De machine zou zijn weggeroest en een foto, die Jongewaard aldus een bericht in de Globe aan de hoofdredacteur heeft laten zien, is ook verloren gegaan.

Dat Jongewaards vliegmachine is vergeten is weinig verwonderlijk. Het toestel was niet vliegwaardig en ontbeerde essentiële elementen waarmee pioniers op luchtvaartgebied, zoals Cayley, Henson, Stringfellow en anderen, eerder op de proppen waren gekomen. Th. van Holten, in Delft hoogleraar Prestatieleer aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek, laat geen spaan heel van de vliegmachine van Ringert Jongewaard. ``Dat hij hier een patent voor kreeg zegt helemaal niets'', aldus Van Holten. ``Als we kijken naar de onderdelen van zijn ontwerp, dan is het in één oogopslag duidelijk dat hij niet op de hoogte was van wat er technisch op dat moment al bereikt was.''

Van Holten heeft kritiek op praktisch alle onderdelen uit Jongewaards ontwerp: de propellorbladen deugen niet, de vorm van de vleugel levert geen lift, de stabiliserende staartvlakken functioneren niet en de sturing is ook al mis. In vogelvlucht neemt hij de belangrijke uitvinders in de luchtvaartgeschiedenis van de 19de eeuw door die Jongewaard heeft genegeerd. George Cayley die al in 1809 vleugel, stabilisator en peddels voor de voortstuwing in een ontwerp incorporeerde, William Henson die een op stoom aangedreven vliegtuig ontwierp, de driedekker (1868) van John Stringfellow en de experimenten met de welving van de vleugels door Otto Lilienthal vanaf 1880.

Waar Jongewaard volgens Van Holten zich totaal op verkeek, was de aandrijving. De menskracht waarmee hij zijn vliegmachine hoopte voort te stuwen, was ten enen male ontoereikend. ``Het is zo goed als onmogelijk dat het toestel ooit heeft gevlogen'', zegt Van Holten. ``Hoogstens functioneerde het zaakje als een soort parachute. En dan nog alleen als de vleugeloppervlakte groot genoeg was.''

    • Lucas Ligtenberg