Tbs'ers op de flat

Terwijl de samenleving roofovervallers, moordenaars en ook pedoseksuelen liefst achter slot en grendel ziet, openden tbs-klinieken juist hun deuren. Steeds meer veroordeelden met tbs wonen een groot deel van hun behandeling gewoon buiten de inrichting. Tbs-directeuren vertellen hoe in een paar jaar een grijs gebied ontstond waarvoor wettelijk nauwelijk iets is geregeld. `Je kunt bij tbs'ers nooit volledig uitsluiten dat er wat gebeurt. Dan moeten wij niet het verwijt krijgen dat we iets stiekem zaten te doen.'

Een criminele carrière van twintig jaar had hij al voor de helft in gevangenissen doorgebracht. Toen pleegde hij zijn zwaarste misdrijven: drie gewapende roofovervallen in drie maanden. Een bank, een juwelier, een apotheek. Hij is daarop voor de negentiende maal in zijn leven berecht. Deze keer kreeg hij drie jaar celstraf. En, voor het eerst, terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Johan (40) is klein en vierkant. Zijn schedel is kaal geschoren. De wetenschap dat de rechter zijn tbs nog niet heeft opgeheven, maakt behoedzaam. Maar zelf is hij nog voorzichtiger, ronduit verlegen.

We drinken sinas. Hij rookt. We lachen even om zijn staatslot dat hoopvol is geparkeerd in een zilveren houdertje naast de televisie.

Hij woont hier nu drie maanden, alleen in een flatje niet ver van de stad Utrecht. Smaakvol ingericht, met mooie houten meubels, kunst aan de muur en een volle boekenkast. De voormalige roofovervaller leest graag Nietzsche, Kees van Kooten en Kafka.

Hij is een tbs'er. Hij heeft géén proefverlof. Toch woont hij nu hier op een gewone galerijflat. Hoe kan dat? Waarom zit Johan niet achter slot en grendel in een tbs-kliniek?

Directeuren van tbs-klinieken zijn niet altijd spraakzaam. Dat leert de praktijk ze wel.

Neem januari van dit jaar. Toen vermoordde een tbs-gestelde die niet op tijd was teruggekeerd van een kort onbegeleid verlof een oude man, P. Harpen uit Den Haag. Altijd volgt op dit soort berichten dezelfde reactie. Burgers eisen strengere regels voor tbs'ers. En hun vertegenwoordigers in de Kamer branden zich liever niet aan de vraag of dat wel zinvol is.

Een paar maanden na de moord op Van Harpen onthulde minister Donner van Justitie op Kamervragen dat het jaarlijks gemiddeld negentig keer voorkomt dat tbs'ers niet op tijd terugkeren naar de kliniek bij een verlof om tijdelijk begeleid of onbegeleid naar buiten te gaan. Na deze boodschap kwamen opnieuw de eisen om de hardste maatregelen. Zo beijvert LPF-Kamerlid Eerdmans zich sindsdien voor afschaffing van alle verloven voor tbs'ers.

Dus waarom zouden tbs-directeuren rondbazuinen dat zich in hun klinieken nu juist een ontwikkeling voltrekt die haaks staat op die nieuwe strengheid? Terwijl de samenleving bij wijze van spreken extra sloten op de deuren van de tbs-klinieken vraagt, zijn deze klinieken in alle rust bezig hun poorten voor een grote groep tbs'ers naar buiten te openen.

,,Het is tot nu toe niet beleid geweest om er open over te zijn'', zegt M. Polak, directeur van tbs-kliniek Kijvelanden in Rotterdam.

,,Ik denk dat lang de gedachte was: het is te tricky om het nu al te melden. Het belangrijkste is dat we doen wat nodig is. De rest zien we later wel'', zegt directeur T. de Beer van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in Venray.

Steeds meer tbs'ers mogen sinds een jaar of twee een groot deel van hun behandeling buiten de kliniek wonen. Zó discreet waren de meeste tbs-directeuren er tot nu toe over, dat ze vaak van elkaar niet weten wat de ander toestaat. Zij schatten het totaal op enkele tientallen. Pas bij een rondgang langs alle acht tbs-inrichtingen blijkt hoe hoog het werkelijke aantal is: opgeteld komt het neer op 157 tbs-gestelden in het hele land. Ruim 13 procent van de meer dan 1.200 tbs'ers die de klinieken nu samen tellen, woont al buiten. Omdat de klinieken het beter voor de behandeling vinden om hen niet langer achter slot en grendel te houden.

Let wel: het gaat grotendeels om een andere groep dan de tbs'ers die de allerlaatste fase van hun terbeschikkingstelling vanouds al buiten mochten wonen tijdens een proefverlof, of die in groepsverband op een resocialisatie-dependance van de kliniek verblijven. De nieuwe groep van 157 mocht al wel eens onbegeleid naar buiten, maar bevindt zich meestal nog in het stadium vóór het formele proefverlof. Wordt de kans op herhaling van een misdrijf niet groot geacht, dan komt voor de nieuwe verlofvorm in principe iedere tbs'er in aanmerking: de roofovervaller, moordenaar, en ook de pedoseksueel. Voor al deze 157 tbs'ers huren de tbs-klinieken appartementen of flatjes in de stad. Of woonruimte bij stichtingen voor begeleid wonen. Of plaatsen in psychiatrische ziekenhuizen.

Het ministerie van Justitie geeft toestemming. Alleen, zal blijken, bestaat daarvoor nauwelijks een wettelijke basis. De tbs-klinieken hebben de nieuwe verlofvorm zelf uitgevonden. Nu moeten alleen de regels nog aan de praktijk worden aangepast. Zo denken althans het ministerie en de tbs-directeuren erover.

Tbs-klinieken gebruiken er tot nu toe zo niet de meest verhullende dan toch de meest verwarrende termen voor. Hetzelfde principe heet in de ene kliniek woonverlof, in de andere transmuraal verlof en in de volgende pré-resocialisatie. In Nijmegen spreken ze gewoon van `open plaatsen'.

Twee tbs-directeuren vormen de voorhoede en zijn ook als eersten bereid mee te werken aan dit verhaal: J. Poelmann van de Pompekliniek in Nijmegen, en H. Wiertsema van de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. Als de anderen dat horen, doen ze ook mee. Soms zelfs enigszins opgelucht. ,,Ik denk dat we allemaal in de tbs-wereld weten dat er een grijs gebied is gegroeid'', verklaart Poelmann. ,,Tot nu toe is er nog niet één incident voorgekomen met tbs-gestelden die in deze nieuwe vorm buiten wonen. Maar je kunt bij tbs'ers nooit volledig uitsluiten dat er wél wat gebeurt. En dan moeten wij niet het verwijt krijgen dat we iets stiekem zaten te doen.''

Poelmann begint er zelf terloops over. Dat, overigens, tientallen van `zijn' 170 tbs'ers hun behandeling sinds ruim twee jaar helemaal niet meer binnen de muren van de Pompekliniek volgen, zegt hij, maar op ,,open plaatsen''.

Open plaatsen? Wat zijn dat? ,,Plaatsen buiten.''

Waar wonen die tbs'ers dan? Een paar in de maatschappelijke opvang of in psychiatrische ziekenhuizen, zegt Poelmann. Losjes: ,,En een paar bij hun ouders of een partner. De meesten wonen gewoon in appartementen in de stad.''

Voor zover Poelmann op dat moment zeker weet, doet alleen de Van der Hoevenkliniek in Utrecht het ook. Directeur H. Wiertsema van de Van der Hoevenkliniek zegt een paar dagen later: ,,Maar natúúrlijk doen wij dat. Wij zijn er als eerste mee begonnen!'' Van zijn 140 tbs-patiënten wonen er op het moment 36 zonder proefverlof buiten de muren van de kliniek, berekent hij. Een aantal woont op het terrein van een psychiatrisch ziekenhuis, een aantal deelt gewone rijtjeshuizen, een aantal woont geheel zelfstandig in een appartement of een flat. Zoals Johan, de voormalige roofovervaller.

De weken daarna blijkt dat alle acht tbs-klinieken al tbs'ers zonder proefverlof buiten laten wonen. De meeste klinieken zetten hun deuren pas sinds een jaar of twee verder open, vaak nog op bescheiden schaal, voor zo'n 10 tot 20 tbs-gestelden. Alle tbs-directeuren verwachten dat dit aantal de komende jaren zal toenemen. Dat over een paar jaar een 30 procent van alle tbs'ers in staat is een groot deel van de tbs-behandeling buiten de kliniek te genieten – liefst middenin de samenleving. Omdat dat de behandeling van tbs'ers, volgens de nieuwste inzichten in de forensische psychiatrie, juist hélpt.

De Pompekliniek, legt directeur J. Poelmann gedreven uit, is onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten sinds een paar jaar geheel anders over opsluiting gaan denken: ,,Het `Gij zijt in de kliniek tot gij eruit mag' is hier veranderd in `Je kunt naar buiten tenzij je delictgevaarlijk bent'.''

Verlof met het doel de tbs'er geleidelijk weer aan de maatschappij te laten wennen, bestond altijd al. Dat wordt in de forensische psychiatrie als onontkoombaar gezien om recidive te voorkomen.

Begeleid verlof is de eerste stap op weg naar het einde van een tbs-behandeling. De patiënt doet eens een boodschap met een medewerker van de kliniek, of zoekt bijvoorbeeld familie op. Onbegeleid verlof komt daarna. Sommige tbs'ers mogen de kliniek maar voor een uur verlaten. Anderen kunnen gaandeweg langer wegblijven. Sommigen mogen een nacht elders doorbrengen of kunnen al buiten de kliniek aan het werk. ,,Je ziet ze hier 's morgens met broodtrommeltjes op de fiets vertrekken'', zegt Poelmann. ,,Ik schat dat ik hier overdag nog maar zo'n 80 van de 170 man binnen heb. De rest zit overal verspreid.''

Proefverlof is vanouds de laatste verloffase voor het einde van een tbs-behandeling. Wie met toestemming van de minister van Justitie ,,met proefverlof is'', woont soms al jaren buiten, en dat kan tientallen kilometers ver van de kliniek zijn. Wie met proefverlof is, is eigenlijk uitbehandeld. Niet de kliniek, maar de reclassering begeleidt de tbs'er tijdens een proefverlof.

,,Proefverlof, dat is een onzinnig iets'', zegt directeur H. Wiertsema van de Utrechtse Van der Hoevenkliniek. ,,Het is een verhullende term die suggereert dat men even buiten is. Maar eigenlijk komt het neer op einde oefening.'' Wiertsema liet ooit onderzoeken hoe het proefverlof zijn tbs-patiënten beviel. ,,De meesten voelden zich uit de kliniek gekegeld.'' Toen tien jaar geleden bovendien steeds forser werd bezuinigd op de reclassering, die daardoor minder vaak bij tbs'ers met proefverlof op controlebezoek kon komen, is Wiertsema voor zichzelf begonnen. ,,In essentie komt het op hetzelfde neer. Alleen houden we ze nu zelf in de gaten, en niet de reclassering. Dat durfden we niet meer aan.''

Meer recente veranderingen in het denken over tbs-gestelden speelden in de andere klinieken een grote rol bij de introductie van de `open plaatsen'.

Ten eerste groeide de groep tbs'ers met een psychotische stoornis de laatste jaren. Psychotische stoornissen, zoals schizofrenie, worden beschouwd als een ziekte die over het algemeen, met medicijnen en therapie, goed te behandelen is. Maar toen steeds meer psychiatrische klinieken hun deuren sloten onder invloed van de `vermaatschappelijking' van de geestelijke gezondheidszorg, kwamen psychoten vaak domweg op straat te staan. Een aantal van hen pleegde daar een delict en werd veroordeeld tot tbs.

Vroeger zouden psychotische tbs'ers hun leven in een gewoon psychiatrisch ziekenhuis hebben doorgebracht. Nu maken ze zo'n 30 procent uit van alle tbs-gestelden. Sommigen zullen de rest van hun leven begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld om te controleren of ze hun medicijnen slikken. Maar dat hoeft niet noodzakelijk in een tbs-kliniek, is de redenering. Juist omdat zij vaak goed behandelbaar zijn, kan dat dan evengoed in een project voor begeleid wonen. Of in een psychiatrische kliniek.

Een tweede belangrijke verandering voltrok zich in de behandeling van de rest van de tbs'ers, de tbs'ers met persoonlijkheidsstoornissen. Voor hen was de terbeschikkingstelling van oorsprong bedoeld. ,,Het gaat meestal om mensen die dusdanig gekwetst of verwaarloosd zijn in hun jeugd, dat ze een heel laag gevoel van eigenwaarde hebben'', zegt J. Poelmann. Zulke mensen ontwikkelen bijvoorbeeld een permanente angst om afgewezen te worden. ,,En gebeurt dat toch, dan kunnen ze extreem reageren door bijvoorbeeld te moorden of te verkrachten.''

R. Welten, coördinator behandelzaken in de Pompekliniek, legt uit hoe tbs-klinieken er lang van uitgingen dat ze mensen met een persoonlijkheiddstoornis konden helen. ,,We probeerden aan hun karakter te sleutelen. Maar dat, weten we tegenwoordig, heeft niet zoveel zin. Die mannen zijn niet echt veranderbaar.'' De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar recidive. Naar schatting 20 procent van alle persoonlijkheidsgestoorden blijkt echt onverbeterlijk te zijn. Daarvoor openen klinieken nu long stay-afdelingen. Hun tbs wordt vermoedelijk nooit meer door de rechter opgeheven. Een long stay-plaats is goedkoper dan een gewone tbs-plaats, omdat er minder intensief wordt behandeld. Voor een gewone tbs-plaats betaalt de overheid circa 300 euro per dag, voor een long stay-plaats 200 euro. J. Poelmann: ,,Ik krijg veel adhesiebetuigingen over mijn long stay-afdeling. Terwijl die mensen óók naar buiten gaan. Begeleid en onbegeleid. Want een aantal van hen pleegt echt niet à la minute een delict. Die hebben daarvoor een context nodig, zoals wij dat noemen, zoals alcoholgebruik. Dus die kun je best naar de Edah sturen met de afspraak dat ze over een uurtje weer terug zijn.''

Vervolg op pagina 26

Tbs'ers op de flat

Vervolg van pagina 25

Met de persoonlijkheidsgestoorden die niet op de long stay belanden, is in de regel ,,overeenstemming te bereiken'', zoals behandelcoördinator Welten in de Pompekliniek het uitdrukt sinds ze niet meer van `genezen' spreken. Deze groep ligt tegenwoordig niet meer langdurig op de divan, maar leert meer pragmatisch hoe het plegen van een nieuw delict te vermijden. Vaak heeft dat te maken met gestructureerd leven. Poelmann: ,,Dat geeft ze eigenwaarde. In hun eigen woorden: een huisje, een baan en dan een wijf. Dus ik help ze beter met een woning en een opleiding tot lasser dan met de zoveelste therapeut.''

En dat wijf? ,,Dat is aan hen natuurlijk. Maar om ze te leren hoe je leuk contact legt, zijn we wel eens met een paar van die jongens naar de discotheek gegaan'', zal later W. te Grotenhuis vertellen, coördinator in de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. ,,Dan spraken we af dat ze allemaal één keer een meisje ten dans moesten vragen. Dan bespraken we tevoren hoe je zoiets doet en na afloop hoe het ging.''

,,Vroeger deden we ze hier binnen in een soort pressure cooker in een poging hun persoonlijkheid te reconstrueren'', zegt directeur behandelzaken C. Bruinsma van de Groningse Van Mesdagkliniek. ,,Die inzichten zijn dus veranderd. Door wetenschappelijke resultaten, maar ook door eigen ervaring. Je zag hier gewoon hoeveel beter het plotseling ging met patiënten die we naar buiten lieten gaan. Hoe patiënten die wat meer armslag kregen, helemaal opleefden. Eentje zat hier zes jaar tevergeefs. Toen hij naar buiten mocht heeft hij een hoogstaande ICT-opleiding gevolgd, een zeer goede baan gevonden en nu gaat het uitstekend.''

Een persoonlijkheidsgestoorde tbs'er, zegt R. Welten in de Pompekliniek, die moet je als het ware leren leven met een handicap. Binnen de kliniek kan dat niet, omdat daar het echte leven niet bestaat. Om te voorkomen dat de kloof straks te groot is als de tbs'er vrijkomt, moet de persoonlijkheidsgestoorde dus niet alleen in de laatste fase van tbs maar liefst eerder naar buiten. Om te oefenen.

En misschien ook omdat dat buiten wonen goedkoper is? Beslist niet, zeggen de tbs-directeuren. De begeleiding en controles buiten zijn zo intensief dat buiten wonen net zo duur is als een tbs-plaats. En duurder dus dan een plaats op de long stay.

Hoe losjes een tbs-kliniek de teugels viert, heet tegenwoordig een kwestie van risicomanagement. Dat betekent dat klinieken per tbs'er een behandelplan opstellen dat de kans op herhaling van een delict moet minimaliseren. Risicomanagement stoelt op risicotaxatie. Die maken tbs-klinieken door middel van een uitgebreide vragenlijst over risicovolle factoren in verleden en toekomst van een tbs-gestelde, en over zijn stoornis. Is de patiënt bijvoorbeeld in zijn jeugd mishandeld? Heeft hij psychoses? Heeft hij buiten een vangnet van vrienden of familie? Pleegde hij zijn delict toen hij zijn baan verloor, of toen hij verslaafd raakte? De vragenlijst bestaat pas een paar jaar en vergemakkelijkte de weg naar buiten voor een groeiende groep tbs'ers.

Het ministerie van Justitie vindt de vragenlijst bruikbaar genoeg om hem, naar verwachting in de loop van volgend jaar, verplicht te stellen. Dat zegt J. Martini, sectordirecteur tbs bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het ministerie: ,,We gaan precies voorschrijven op welke punten risicotaxatie moet worden ingezet, voordat wij nog een machtiging tot verlof geven.''

Maar dat betekent niet dat risicotaxatie een garantie tegen recidive van tbs'ers buiten de kliniek zou zijn. ,,Het is nog te riskant om geheel te vertrouwen op de meetinstrumenten'', meent de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die constateert dat op het moment per kliniek ,,op zeer verschillende wijze'' is geregeld hoe ,,de leefomgeving c.q. de samenleving'' wordt beschermd.

De Inspectie schrijft dat in het in oktober gepresenteerde rapport Tbs-klinieken in beweging, waarvoor alle tbs-inrichtingen zijn doorgelicht. De verschillen tussen tbs-klinieken zijn nog groot, stelt de Inspectie. Ze zouden ,,minder zelf het wiel'' moeten uitvinden, moeten ,,streven naar samenwerking'', en aan de meeste valt nog veel te verbeteren. Alleen de Pompekliniek en de Van der Hoevenkliniek worden zonder voorbehoud geprezen in termen als `hoogwaardige forensische zorg', `uitstekend' en `uniek'. Bij de andere klinieken staat bijvoorbeeld dat de ,,behandelvisie nog extra aandacht'' behoeft, dat ,,verwachtingen zijn achtergebleven'' of dat er nog niet ,,voldoende borging van kwaliteitseisen'' is.

Scherp gesteld: de door de Inspectie toch al niet even positief beoordeelde tbs-klinieken bepalen nu dus ieder voor zich of het verantwoord is een tbs'er buiten te laten wonen. En dat advies neemt het ministerie van Justitie bij het verlenen van toestemming vrijwel zonder uitzondering over.

Over het buiten wonen zelf meldt ook de Inspectie overigens weinig meer dan dat de doorstroming van tbs'ers in de klinieken nog problemen oplevert. En dat een oplossing onder meer wordt gezocht in ,,de opzet van meer transmurale plaatsen''. Toch weet hoofdinspecteur voor de Gezondheidszorg J. Lucieer wat er gaande is, zegt hij desgevraagd. ,,De Pompekliniek had vorig jaar zelfs bedden in de kliniek leegstaan, omdat er zoveel mensen buiten de voorziening woonden.'' Dat hij er verder weinig woorden aan besteedde, zegt hij, komt doordat hij in de eerste plaats over de behandeling van tbs'ers rapporteerde, niet over hun beveiliging. Dat buiten wonen, aldus Lucieer, maakt wat hem betreft vanzelfsprekend deel uit van die behandeling. ,,En ik denk dat het goed werkt.'' Toch erkent ook hij dat de klinieken en de ministeries van Justitie en VWS ,,niet bepaald reclame hebben gemaakt'' voor de komst van tbs'ers in het maatschappelijk leven. Zelfs in zijn vakliteratuur is er opvallend weinig over geschreven, vindt Lucieer. ,,Ik denk dat men het eerst eens wilde uitproberen.''

Klinieken handelen naar eigen inzicht. Ze zoeken zelf woonruimte voor hun tbs'ers en stellen per persoon een begeleidingsplan op. Zo heeft Johan, de voormalige roofovervaller, wekelijks nog therapie bij de Van der Hoevenkliniek. Twee keer per week komt er een begeleider in zijn flat langs. En iedere avond kan Johan telefoon van de kliniek verwachten, met het verzoek onmiddellijk naar Utrecht te komen om urine te brengen voor een drugstest. Johan, die zwaar verslaafd was toen hij zijn delicten pleegde, weet nooit wanneer het telefoontje precies komt. Maar ten minste één keer per week is het raak. Ook moet hij iedere vrijdag per dagdeel zijn plannen voor de komende week opschrijven en aan de kliniek geven. Als hij zijn plannen wil wijzigen, moet hij dat doorgeven. En de kliniek belt onverwacht om te controleren waar hij is.

Overal noemen tbs-directeuren voorbeelden van vergelijkbaar risicomanagement, die aantonen hoe dicht de kliniek de tbs'er ook buiten op de huid blijft zitten. Maar de omgeving van die tbs'er buiten? Wie weet daar precies wat er speelt?

Buren worden ,,vanzelfsprekend'' nauwelijks ingelicht. Met uitzondering van de Van Mesdagkliniek zeggen alle tbs-directeuren dat niet wordt verteld dat ergens tbs'ers wonen. Voor je het weet leidt dat in het huidige klimaat tot een volksgericht. Soms weten buren wel dat in een huis één of meer mensen met een psychische stoornis wonen, die daar worden behandeld. Maar nooit dat het tot tbs veroordeelden zijn.

Een aantal tbs'ers volgt een opleiding buiten, bijvoorbeeld aan regionale opleidingscentra, ROC's. Daar is vaak een contactpersoon op de hoogte, maar weten de afzonderlijke leerkrachten die de tbs'er in de klas krijgen niets.

Tbs'ers vinden werk buiten. De werkgever wordt in de regel op de hoogte gebracht. Directe collega's weten niets.

Andere tbs'ers zetten zich in als vrijwilliger. Bijvoorbeeld bij een buurthuis in Utrecht. Daar is een contactpersoon, maar de andere bezoekers weten niets.

Eén tbs-gestelde uit dit verhaal wandelde mee in de vierdaagse van Nijmegen. Met zijn begeleider, die het naar vond als dat werd opgeschreven. Dat zou het beeld maar versterken dat ,,ze overal zitten''.

Maar dat ís ook zo. En dat is nu juist de bedoeling. Wie een tbs-gestelde wil laten wennen aan de samenleving, moet hem van die samenleving niet isoleren, is de gedachte. En moet er dus ook niet te veel over vertellen. Dat zou maar overdreven paniek veroorzaken, waardoor de tbs'er alsnog in een isolement raakt.

Wie houdt het overzicht? De politie? In Utrecht weten wijkagenten waar tbs'ers wonen, maar niet wat voor een delict ze pleegden – en dus niet welk gedrag in het kader van risicomanagement gevaarlijk zou kunnen zijn. In Rotterdam weet ook de wijkagent niets. ,,Dat druist in tegen ons sociaal-medisch beroepsgeheim'', zegt directeur M. Polak van kliniek Kijvelanden. Maar volgens J. Martini, sectordirecteur tbs van het ministerie, is ,,helemaal geen sprake'' van het moeten naleven van zo'n ethische code. Al zijn er ook geen regels die bepalen wie geïnformeerd móét worden, zegt Martini. ,,Dat is de verantwoordelijkheid van de kliniek, die dat zelf met de politie moet regelen.''

,,Wij vragen de politie eerst of ze het wíllen weten'', zegt T. de Beer, directeur van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in Venray. ,,En soms willen ze dat niet.'' Ook elders zegt de politie soms al genoeg te doen te hebben, en dat het controleren van tbs'ers buiten geen politietaak is. De burgemeester van Venray wil per huis weten welke tbs'er er woont. Maar niet alle woningen staan in zijn gemeente.

Zijn er ook categorieën tbs'ers uitgesloten van het buiten wonen? Alle tbs-directeuren zeggen ,,dat het in principe na elk delict kan''. Pedoseksuelen vormen door hun hoge kans op recidive zeker de moeilijkste categorie, zeggen zij, en het komt onder seksuele delinquenten hoe dan ook het minst voor dat ze buiten wonen. Maar je moet er volgens de meeste directeuren oog voor hebben dat ze niet allemaal hetzelfde zijn.

M. Polak, directeur van Kijvelanden in Rotterdam: ,,Neem de heel geperverteerde seksuele delictpleger met een psychopatische stoornis. Als zo iemand nooit zo'n delict pleegde zonder alcoholgebruik, en je bent in staat dat én alle andere factoren te controleren, dan vind ik dat het zelfs voor hem mogelijk moet zijn zo'n stap te zetten.''

Ook in Utrecht wonen enkele pedoseksuele tbs'ers buiten. Hier wijst tbs-directeur Wiertsema er fijntjes op dat landelijk tegenwoordig 25 poliklinische therapiegroepen bestaan voor pedoseksuelen. Die zijn lang niet allemaal veroordeeld tot tbs. ,,Maar de meeste pedoseksuelen wonen dus hoe dan ook buiten. En veel minder goed gecontroleerd dan bij ons.''

De Utrechtse Van der Hoevenkliniek heeft op het moment nog maar acht tbs'ers voor wie proefverlof is aangevraagd. Die wonen te ver om intensief door medewerkers van de kliniek te kunnen worden begeleid. Zij zijn overgedragen aan de reclassering ter plaatse. In de stad Utrecht of in de nabije omgeving konden zich 36 tbs-gestelden vestigen: 10 op het terrein van een psychiatrische kliniek, 12 in woningen van de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht en 14 in gewone appartementen en woningen. Voor het verhuizen van iedere tbs'er vroeg directeur Wiertsema het ministerie een machtiging. En die kwam iedere keer.

Als het gaat om het buiten wonen van tbs'ers voor wie geen proefverlof is aangevraagd, rept de Beginselenwet tbs alleen van een woonverlof. Dus dát is de machtiging die Wiertsema bij het ministerie aanvraagt? ,,Beslist niet'', zegt hij. ,,Wij noemen het transmuraal verlof of transmurale voortzetting van de behandeling.''

Woonverlof mag volgens de Beginselenwet namelijk maximaal twee keer drie maanden duren. Dat is vaak veel te kort, vinden de meeste tbs-directeuren. Zo ontstond een `transmurale' variant, waarover de wet niets zegt. Transmuraal betekent `binnen of buiten de muren'.

,,Alle klinieken weten dat een woonverlof maar zes maanden kan duren'', zegt J. Martini, sectordirecteur tbs van het ministerie. ,,Daarom vragen de meesten een machtiging tot overplaatsing naar buiten.''

,,Dit soort verlof is niet wettelijk verankerd'', zal M. Polak, directeur van tbs-kliniek Kijvelanden in Rotterdam opmerken.

,,De transmurale machtiging bestaat formeel helemaal niet'', zegt ook J.Poelmann van de Pompekliniek.

Desondanks blijkt het ministerie zich soepel aan te passen aan de behoeften in het veld.

Poelmann: ,,Hoe we dat precies moeten noemen als we het ministerie een machtiging vragen?'' Hij laat zijn afdeling behandelzaken de precieze tekst mailen: ,,Wij hanteren in onze aanvraag de term `open plaats'.'' En hoe reageert het ministerie? ,,In de toestemmingsbrief van het ministerie van Justitie hanteert zij de term `machtiging open plaats op de wijze die door u is voorgesteld'.''

,,Formeel is er een onderscheid met het woonverlof dat in de regelgeving is vermeld'', erkent sectordirecteur Martini uiteindelijk namens het ministerie.

Het Meerjarenbeleidsplan Sectordirectie TBS van het ministerie meldt zelfs letterlijk: ,,De huidige verlofregeling vereist aanpassing omdat ze geen transmurale plaatsing toelaat.'' Dus Justitie leeft de wet niet na?

Martini: ,,Zoals de klinieken verschillend omgaan met verloven, dat is iets dat we moeten stroomlijnen.''

Er is daarom een commissie aan het nadenken over nieuwe verlofvormen, zegt Martini. ,,Met transmuraal verlof is veel intensiever toezicht mogelijk dan met het proefverlof. Maar we moeten ook dezelfde begrippen gaan gebruiken. Wat ons betreft gaat dit resocialisatieverlof heten.''

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam

De namen van de tbs'ers zijn op verzoek van de Van der Hoevenkliniek veranderd, mede vanwege de mogelijkheid van herkenning door slachtoffers.

    • Margriet Oostveen