Patroon in gebruik rode oker wijst op symbolisch gedrag

De 71 stukken oker die in de prehistorische grot in Qafzeh (ca. 93.000 jaar oud) zijn gevonden, zijn door de daar levende Homo sapiens duidelijk uitgekozen om hun rode kleur. Gecombineerd met het feit dat de stukken oker het vaakst vlak bij graven in de grot zijn gevonden, concludeert een team van archeologen hieruit dat de in Qafzeh levende mensen beschikten over een symbolische cultuur (Current Anthropology, augustus-oktober). De oudste onomstreden aanwijzing voor symbolische cultuur is een 72.000 jaar oud Zuidafrikaans stuk oker met een ingekrast lijnenpatroon, dat vorig jaar in Science werd gepubliceerd.

Symbolisch denken wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste kenmerken van moderne mensen, maar het begin ervan vormt een groot antropologisch en archeologisch probleem. Anatomisch moderne mensen doken al al 150.000 jaar geleden op in Afrika, maar de oudste directe bewijzen voor symbolisch denken zijn nog geen 40.000 jaar oud: de beroemde rotstekeningen en `kunstvoorwerpen' uit Europa. Met een zeer zorgvuldige analyse van de precieze vindplaats en de herkomst van de tot nu nauwelijks bestudeerde stukken oker uit Qafzeh-grot hopen de vier Israëlische, Franse en Amerikaanse archeologen nu meer klaarheid te scheppen.

Zo is duidelijk dat de stukken oker in de grot gemiddeld veel roder zijn dan de nabijgelegen ijzeroxidelagen waaruit ze afkomstig zijn. Ook de positie in de nabijheid van begrafenissen is opvallend. Bij de graven werden ook resten van voor mensen oneetbare mosselsoorten gevonden, waardoor de archeologen gebruik van de oker en de mossels in een verder onbekend begrafenisritueel vermoeden.

In een reeks commentaren in Current Anthropology laten de meeste archeologen zich lovend uit over de zeer systematische manier waarop de okervondsten geanalyseerd zijn, maar over de kracht als bewijs voor symbolisch denken is men verdeeld. Richard Klein, zelf een groot voorstander van de theorie dat de `symbolische revolutie' zich pas ca 50.000 jaar geleden voltrok, vraagt zich bijvoorbeeld af waarom er dan niet ook veel meer andere, meer directe bewijzen van symbolisch gedrag zijn aangetroffen, zoals afbeeldingen of decoraties.