Onbevangen Veldhuis wijst zwemsters de weg

Onder aanvoering van Marleen Veldhuis (24) verbeterde de estafetteploeg gisteren bij de Europese kampioenschappen kortebaan twee keer het wereldrecord op de 4x50 meter vrije slag.

Vol ongeloof staarden vier in het donkerblauw gestoken zwemsters gisteren naar het scorebord. Wereldrecords zijn doorgaans voorbehouden aan de gevestigde namen uit het internationale zwemcircuit. Niet aan vier Hollandse meiden, die slechts in eigen land enige faam genieten.

Toch loog het scorebord niet in het National Aquatic Centre van Dublin: `1. Netherlands 1.37,52 WR'. Beduusd over het eigen machtsvertoon sloegen Hinkelien Schreuder, Chantal Groot, Annabel Kosten en Marleen Veldhuis de hand voor de mond na hun gouden race op de 4x50 meter vrije slag. Om niet veel later ten overstaan van de camera stamelend hun relaas te doen over Nederlands eerste gouden medaille bij de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter).

Maar zo verrassend was de krachtsexplosie niet. Had het viertal eerder die dag vriend en vijand niet verbaasd door nota bene in de series de mondiale toptijd aan te scherpen tot 1.38,13? In de finale herhaalde het jeugdige kwartet (gemiddelde leeftijd 22,5 jaar) die stunt. Bondscoach André Cats had hier op basis van ,,een simpel rekensommetje'' al stiekem op gehoopt. Het meer ervaren Zweden (1.37,68) en Duitsland (1.38,68) eindigden op respectievelijk de tweede en de derde plaats.

Een glansrol was andermaal weggelegd voor slotzwemster Veldhuis. Kort nadat de ex-waterpoloster uit Borne als tweede was geëindigd op de individuele 100 meter vrij, loodste de ingenieur bedrijfskunde de ploeg met opnieuw verfrissend elan naar de eindstreep. Haar split-tijd (met vliegende start) wekte andermaal hoge verwachtingen: 23,50. Mocht coach Fedor Hes erin slagen Veldhuis in te wijden in de geheimen van de trackstart met de ene voet schuin voor de andere en dus een krachtiger afzet dan schuilt een potentiële winnares van de 50 vrij in de nuchtere Twentse.

Toch passen enkele kanttekeningen bij Nederlands eerste wereldrecord sinds 1967 (Butler/Biemolt/Kok/Bos op de 4x110 yards wisselslag). Het is slechts kortebaan en geen (olympische) langebaan. Bij de Spelen van Athene staat het nummer komende zomer niet op de agenda. Bovendien staat de 4x50 vrij pas sinds het eerste officiële EK kortebaan in 1996 op het programma. Bij de WK kortebaan wordt het nummer niet gezwommen.

De grootste winst schuilt niet zozeer in de medaille en het wereldrecord, maar in het vuur dat klaarblijkelijk is ontstoken. Het lijkt alsof de ramen binnen de vrouwenploeg wagenwijd zijn opengezet, na een zomer waarin het gebrek aan teamgeest intern aan de kaak werd gesteld. De indringende gesprekken lijken hun uitwerking niet te hebben gemist. Van afgunst, in het verleden vaak spelbreker in het vrouwenzwemmen, is geen sprake.

Het wervelende optreden in Dublin was vooral van mentale betekenis. Schreuder, Groot, Kosten en Veldhuis weten nu wat winnen is op het allerhoogste niveau. Heeft een topsporter die psychologische horde eenmaal genomen, dan staat hij of zij voortaan zelfverzekerder aan de start, zo wil een aloude sportwet.

Daar weet Pieter van den Hoogenband alles van. Zijn eerste gouden medaille bij een groot internationaal toernooi won het boegbeeld van de nationale ploeg vijf jaar geleden bij de EK kortebaan in Sheffield. Het bleek de opmaat voor een uiterst succesvol pre-olympisch seizoen (vijf gouden medailles bij de EK langebaan in Istanbul), dat vervolgens in Sydney in twee gouden races (100 en 200 vrij) resulteerde.

Van belang was verder de constatering dat de estafetteploeg zich ook zonder Inge de Bruijn weet te mengen in de strijd om de medailles. Dat bleek anderhalf jaar geleden al bij de EK langebaan in Berlijn (brons op de 4x100), en werd gisteren nog maar eens bevestigd. Dat is goed nieuws, zeker voor Cats. Al ontweek de bondscoach gisteren wijselijk de vraag wat deze prestatie betekent in het licht van de Spelen, en dus op de 50-meterbaan. ,,Ik ben hier niet bezig met het olympisch perspectief van de vrouwenestafette. Eén ding is zeker: de ambitie en de potentie zijn voorhanden.''

Met dank vooral aan Veldhuis, een zwemster die onbevangen in het leven staat en al even zorgeloos door het water raast. Wie haar ziet zwemmen, beseft dat het plezier nooit ver weg is. Schouderophalend incasseerde ze gisteren haar nederlaag op de 100 vrij, na een spectaculaire eindsprint van de ontketende Française Malia Metella, terwijl Veldhuis ,,een beetje dood'' ging in de laatste 25 meter.

Waarom zou ze treuren? Het zilver is vooral een aanmoedigingsprijs, op weg naar meer. Topzwemmen Amsterdam prijst zich gelukkig met het talent, wier no-nonsense-houding en ongecompliceerde topsportopvattingen een aanstekelijke werking hebben op de overige zeven leden van de niet-clubgebonden stichting uit het Sloterparkbad.

Geruststellend was ook het optreden van Hinkelien Schreuder. Twee jaar geleden nog werd het 19-jarige studente fysiotherapie beschouwd als Nederlands grootste zwemtalent, maar sinds haar overstap naar de Philips-profploeg, juni vorig jaar, is de eveneens bij zwemclub De Whee uit Goor opgeleide Twentse ver teruggevallen. In Dublin heeft Schreuder zichzelf langzaam maar zeker hervonden.

Daarmee kreeg het veelzijdige talent de bevestiging die ze zocht. In het `jongensachtige' collectief van trainer Jacco Verhaeren kon Schreuder haar draai niet vinden. Na de voor haar teleurstellend verlopen WK van afgelopen zomer besloten coach en pupil daarom ,,in goed overleg en tot nader order'' uiteen te gaan. Schreuder traint sindsdien bij PSV onder leiding van Mandy van Rooden. Gisteren bleek dat een juiste keuze.