Nogmaals pest en bioterreur

Op 18 oktober schreef ik over prof. Thomas Butler, een Amerikaanse internist en pestdeskundige die 30 buizen met pestbacteriën kwijt was. Texas Tech University, waar Butler werkt, waarschuwde de FBI, die met 60 mensen Butler's lab en huis doorzochten. Na een lange ondervraging (zonder advocaten) werd de uitgeputte, 62-jarige Butler van leugens beschuldigd, in de boeien geslagen en 5 dagen in de gevangenis opgesloten. Sindsdien stapelen de aanklachten tegen Butler zich op.

De wetenschappelijke wereld reageerde furieus: hoe kon de FBI een gerespecteerd pestonderzoeker als een boef opsluiten, alsof zo iemand zich ooit in zou laten met bioterreur? En dat om een paar zoek geraakte bacteriën. In een lab met vrieskisten vol bacteriebuizen raakt wel eens een buis weg. Iemand maakt een fout en mikt de verkeerde buizen weg (waarbij de bacteriën altijd vernietigd worden). Dat mag toch niet de aanleiding worden voor een Kafkaverhaal?

Van meet af aan bleef de aanleiding voor dit drama schimmig. Butler had aan de universiteit gemeld dat hij pestbacteriën kwijt was, maar waarom hij dat dacht werd niet duidelijk. Onder druk van de FBI heeft Butler later verklaard dat hij zich vergist had: hij had de pestbacteriën vernietigd. Die verklaring heeft hij echter weer ingetrokken. Hoe zit dat nu?

Bij het proces tegen Butler in november zijn nu een paar pikante details naar voren gekomen, die ik u niet wil onthouden: Butler had al meer dan een jaar ruzie met zijn universiteit, die vond dat hij zich onvoldoende hield aan geldende regels. Een klinisch onderzoek van Butler was om die reden gestopt door de universiteit, maar ook daar lichtte Butler de hand mee. De ruzie had een persoonlijke kant gekregen, doordat Butler een klacht had ingediend bij de universiteit tegen een van de mensen die hem op de vingers hadden getikt.

Toen Butler door de FBI werd ondervraagd, opperde hij de mogelijkheid dat de bacteriecultures gestolen zouden zijn, mogelijk door een van de drie mensen van de universiteit met wie hij ruzie had, een vrij absurde beschuldiging. De FBI vond geen spoor van inbraak of diefstal en kwam tot de conclusie dat Butler iedereen een streek had geleverd: om de universitaire toezichthouders een hak te zetten had hij de diefstal van niet-bestaande pestcultures gemeld. De FBI moest wel in actie komen, omdat de CIA over inlichtingen meende te beschikken dat er een terreuraanslag met pest in voorbereiding was (althans dat heeft de Amerikaanse televisiezender CBS gemeld).

Als dit allemaal juist is, wordt het ook begrijpelijker waarom Texas University niet stond te springen om Butler in bescherming te nemen. Zij vonden hem een lastpak, die zich niet aan de regels hield. Het is nu ook duidelijk waarom de aanklager spreekt over een vuurtje dat Butler heeft willen stoken voor zijn tegenstanders, waarna hij zelf op de brandstapel terecht is gekomen. Of het echt zo gegaan is, zullen we nooit weten, want Butler houdt wijselijk zijn mond over de aanleiding voor dit drama.

Op 2 december heeft de jury in het Butler proces uitspraak gedaan: op het punt waar alles mee begonnen is, de weggeraakte pestbacteriën en de ``leugens'' tegen de FBI, is Butler volledig vrijgesproken. De FBI had echter Butler's leven volledig omgespit en daarbij ook andere ongerechtigheden gevonden. Voor een paar van die bijkomende zaken is Butler wel veroordeeld. Zo vond de jury dat Butler Texas University had opgelicht door geld van de farma-industrie in eigen zak te steken. Dat staat uiteraard los van de pestbacteriepaniek en deze veroordeling zal in hoger beroep worden aangevochten.

Blijft de vraag hoe gevaarlijk pestbacteriën anno 2003 zijn. Is het redelijk om pestbacteriën met een atoombom te vergelijken, zoals de FBI tijdens het proces deed? De Amerikaanse werkgroep voor burger-biodefensie heeft een consensusverklaring gepubliceerd (JAMA, 2000; 283: 2281-90) met de conclusie dat pest een van de meest serieuze bioterreurwapens is: makkelijk te verkrijgen, makkelijk te kweken en dodelijk in aërosolvorm. Die verstoven bacteriën geven longpest en zelfs bij tijdige behandeling met antibiotica gaan daar nog mensen aan dood. De Wereld Gezondheids Organisatie heeft berekend dat een aërosol van 50 kilogrammen pestbacteriën, verspreid boven een stad van 6 miljoen inwoners, 36.000 mensen zou kunnen doden.

Dat is niet mis, maar voor een lokale bioterrorist is een dergelijke operatie niet uitvoerbaar. Alleen het Russische leger was daar indertijd toe in staat, zoals door Alibek en Handelman in Biohazard (New York, Rondom House, 1999) is beschreven. Legers hebben echter handigere methoden om mensen om te brengen. De Japanners hebben weliswaar in de Tweede Wereldoorlog met pest besmette vlooien over China uitgestrooid, maar hoeveel slachtoffers daarbij zijn gevallen is nooit duidelijk geworden. Grote aantallen vlooien produceren, die ook nog besmet zijn met pest, is voor de amateurbioterrorist uiteraard geen optie.

Een bijkomend `nadeel' van pest voor kleinschalige bioterreur is dat de bacterie nog geen uur overleeft in aërosolen. Schoonmaak van besmette ruimten is overbodig. Pest is ook niet per brief rond te sturen, want de bacteriën zijn dood bij aankomst. Wie bioterreur wil bedrijven is beter af met anthrax-bacteriën. Die bacteriën vormen sporen, die door de natuur geperfectioneerd zijn voor overleving onder ongunstige omstandigheden. Die sporen stuiven goed en kunnen makkelijk ontkiemen in de long. Een anthrax-longontsteking kan dodelijk zijn, zoals in Amerika is gebleken. Ontsmetting is niet simpel: het postkantoor in Washington moest luchtdicht worden afgesloten en vol worden gepompt met chloordioxidegas om de rondgestoven anthraxsporen te doden.

Het lijkt mij ook veelzeggend dat bij kleinschalige bioterreur tot nu toe alleen zenuwgas en anthrax zijn gebruikt, nooit pest. De FBI-vergelijking van pest met atoombommen slaat dus nergens op. Het is dan ook niet zo schandelijk dat Butler pestmonsters uit Afrika meenam in zijn binnenzak (in een goed afgesloten, stevige plastic buis). Mocht niet meer, maar hij had het zijn hele leven gedaan en hij wist wat hij deed. Om voor zo'n overtreding nu gevangenisstraf te eisen is absurd, en de jury is daar ook niet in meegegaan.

De regels voor het hanteren van gevaarlijke micro-organismen zijn sinds 11 september 2001 aanzienlijk aangescherpt. De Patriot Act eist dat zulke organismen alleen gehanteerd worden door FBI-gewaarmerkt personeel. Elk beestje moet geregistreerd worden en de laboratoria moeten worden omgebouwd tot forten waar geen onbevoegde in kan komen. De kosten en rompslomp zijn enorm en in de praktijk is het haast onuitvoerbaar: op 12 november hadden 9.000 microbiologische werkers door de FBI geregistreerd moeten zijn, inclusief vingerafdrukken. Dit lukte niet en de deadline is verschoven.

Een serieuzer probleem is dat academische laboratoria vaak niet in staat zijn aan de regels te voldoen. Een luchthartige toepassing van regels is na het geval Butler niet aantrekkelijk en dus zijn deze laboratoria bezig om hun collecties van echt gevaarlijke micro-organismen te vernietigen. Zo bijt deze slang zich in eigen staart: het onderzoek dat nodig is om bioterreur snel te herkennen en de getroffen mensen goed te kunnen behandelen – onderzoek waarbij ook Butler betrokken was – wordt door de Patriot Act bemoeilijkt.

De Patriot Act heeft ook een meer principiële discussie in gang gezet: welke inperking van burgerlijke vrijheden is nog acceptabel om ons te weren tegen de linkse of rechtse fundamentalisten die het op die vrijheden hebben voorzien? De Patriot Act geeft de FBI vergaande opsporingsbevoegdheden; wie van bioterreur wordt verdacht kan lang worden vastgezet, zonder veel kans op verhaal; openbare bibliotheken kunnen worden gezuiverd van microbiologieboeken. Het is dan ook niet vreemd dat er binnen de Amerikaanse Senaat pogingen worden gedaan om de gerechtelijke toetsing van acties onder de Patriot Act te verbeteren, indachtig Benjamin Franklin in 1759: ``They that can give up essential liberty to obtain a little temporary safety deserve neither liberty nor safety.''