Minimale bagage

Kees schuyt wijdde vorige week zijn column in de Volkskrant aan een beschouwing over de basisvorming. Die diende, aldus Schuyt, antwoord te geven op de fundamentele vraag: `Over welke minimale bagage moet iemand op vijftien- of zestienjarige leeftijd beschikken om redelijk te kunnen functioneren in onze heterogene en vrij gecompliceerde samenleving?' Vervolgens schrijft hij het mislukken van de basisvorming toe aan politieke miskleunen, maar, vervolgt hij, het heeft geen zin om in wrok om te kijken.

In wrok, dat hoeft voor mij ook niet, maar omkijken, dat lijkt mij wel zinnig, al was het maar om ervan te leren dat het een volgende keer zo niet moet.

Schuyt was de voorzitter van de commissie die in 1986 een advies uitbracht waarin werd gepleit voor de invoering van een basisvorming en wel op twee niveaus. Toen staatssecretaris Wallage in 1993 overging tot de invoering ervan, waren de oorspronkelijke voorstellen op talloze punten zo zeer gewijzigd dat Schuyt het geestelijke vaderschap ervan niet langer voor zijn rekening wilde nemen.

De basisvorming is dus nooit ingevoerd op de wijze waarop Schuyt dat wilde. Een van de belangrijkste verschillen betreft het principe van twee niveaus. Daar wilde Wallage niet aan. Logisch eigenlijk, want voor hem was de basisvorming een compromis voor wat zijn partij onder aanvoering van Jos van Kemenade al jaar en dag bepleitte: de middenschool als instrument ter realisering van het ideaal van spreiding van kennis en macht.

Voor de Partij van de Arbeid was de basisvorming dus geen doel maar een middel: een opstap in de richting van de middenschool. Om zoveel mogelijk leerlingen van alle niveaus in de onderbouw bij elkaar te krijgen – een soort van middenschool binnen het bestaande onderwijs – verklaarde Wallage de oorlog aan de kleine scholen. Die werden gedwongen dan wel met hoge premies ertoe verleid om te fuseren. En zoals iedereen weet leiden dergelijke reorganisaties tot veel persoonlijk verdriet, boosheid om het verlies van een instelling waar je jarenlang hebt gewerkt, verlies van het karakter van de school, overplaatsing van personeel naar andere locaties, en, niet te vergeten, de existentiële angst voor verlies van je baan, want in die tijd was er nog een teveel aan leraren. Afgezien van alle menselijke ellende die dit met zich meebracht voor het personeel, afgezien ook van de onpersoonlijke omgeving die daarmee werd gecreëerd voor de leerlingen, hiermee werd natuurlijk een klimaat geschapen waarin geen enkele vernieuwing kan gedijen. Het is triest te moeten constateren dat het onderwijs is gebruikt voor een ideologisch fata morgana waarvan iedereen met enige affiniteit met het onderwijs op voorhand wist dat het een zinsbegoocheling was.

Blijft overigens de vraag of een basisvorming op twee niveaus, zoals Schuyt die wilde, bestaansrecht had gehad. In Schuyts al eerder geciteerde woorden gaat het daarbij om de vraag `Over welke minimale bagage moet iemand op vijftien- of zestienjarige leeftijd beschikken om redelijk te kunnen functioneren in onze heterogene en vrij gecompliceerde samenleving?' Die minimale bagage kun je niet formuleren op twee niveaus, in termen dus van meer of minder, want zodra je dat doet is het geen minimale bagage meer. Behalve als je meent dat voor de ene helft van de Nederlandse bevolking een halve minimale bagage genoeg is. Of, andere mogelijkheid, als je meent dat voor de andere helft een dubbele minimale bagage minimaal is. Hoe je het ook wendt of keert, een minimaal noodzakelijke bagage op twee niveaus is per definitie iets onzinnigs.

prick@nrc.nl