Markteconomie betekent vrije concurrentie, geen Darwinisme

,,De prijzen voor staal gaan de komende zes maanden zo snel omhoog dat het opheffen van de importtarieven niet meer ter zake doet'', zegt geldmanager Jeff Gendell in gesprek met het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Hij heeft recht van spreken, vindt het blad, want ,,hij heeft zo vaak gelijk dat je er bang van zou worden''. Bovendien zijn de inkomsten van zijn onderneming Tontine Financial Partners alleen dit jaar al 75,3 procent gestegen.

Gendell voorspelt nu niet alleen pijlsnelle stijging van de staalprijzen, maar ook een complete wederopstanding van de zware industrie die een tanend bestaan leidt in de zogenoemde roestgordel, het gebied tussen Pennsylvania en de rivier de Mississippi. Het belooft volgens Gendell ,,het sterkste herstel te worden van de laatste 25 jaar''.

De verklaring is dat het allemaal gaat om de scheepvaarttarieven. ,,Als een grote economie als de Chinese 8 tot 9 procent per jaar groeit in vijf tot zeven jaar dan moet de scheepvaartcapaciteit ook groeien.'' Als voorbeeld noemt Gendell het vervoer van ijzererts van Australië of Brazilië naar China. De prijs daarvoor is gestegen van 7 dollar tot ruim 20 dollar per ton. ,,Het transport kost nu meer dan het erts zelf.''

De wederopstanding van de zware industrie in de roestgordel betekent ook, zo voorspelt Gendell, dat ,,de overheidsinkomsten door het dak zullen gaan''. Immers, zo legt hij uit, veel van de overheidstekorten zijn ontstaan in het Midden-Westen waar de economie niet sterk genoeg was om de stijgende uitgaven te dekken. En juist in dat gebied zal de werkgelegenheid groeien met zo'n 200.000 banen per maand. En het bruto binnenlands product zal er stijgen met 4 tot 6 procent. Volgens Gendell gaat het de Chinezen niet om de kwaliteit van gespecialiseerde staalsoorten maar om doorsnee materiaal in zo groot mogelijke hoeveelheden. Daarom ,,zal er volgend jaar een tekort zijn aan staal''.

Nee, zegt het tweewekelijks Amerikaanse zakenblad Fortune, er komt juist een overschot aan staal. Het blad prijst het besluit van president Bush om de importtarieven op staal op te heffen, maar vindt dat de staalproducerende landen jaarlijks 100 miljoen ton te veel maken. China bijvoorbeeld heeft volgens het blad erkend dat het in 2005 67 miljoen ton staal meer zal produceren dan het nodig heeft voor binnenlands gebruik. Als bron voor de gegevens noemt het blad een programma van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, OESO, waarin alle 38 staalproducerende landen, inclusief alle Europese producenten, hebben afgesproken de productiecapaciteit met 140 miljoen ton te zullen verminderen. Vertegenwoordigers van de OESO zijn volgens het blad al twee jaar bezig om de staalproducenten te bewegen hun importtarieven op te heffen. Maar aan ontwikkelingslanden als China en Brazilië vragen om dat te doen, is vechten tegen de bierkaai, gezien het slechte voorbeeld dat Amerika tot voor kort heeft gegeven.

Vrijheid van handel en globalisering zijn goed en protectionisme is uit den boze maar het moet niet te dol worden, vindt het Duitse weekblad Wirtschaftswoche. Dat geldt niet nu 's werelds grootste bank, de Amerikaanse Citigroup, het oog heeft laten vallen op het kroonjuweel van het Duitse bankwezen, de Deutsche Bank. Daarmee zijn voor het blad de grenzen van de vrijheid wel bereikt. Immers, ,,de markteconomie betekent niet Darwinisme maar vrije concurrentie, zij het met gelijke kansen''. En dat is hier niet het geval. Citigroup heeft een marktkapitalisatie van bijna 200 miljard euro, terwijl de Deutsche Bank het moet doen met 37 miljard euro. Het blad stelt de overheid ervoor verantwoordelijk dat het Duitse bankwezen internationaal nauwelijks meer meetelt. ,,Citigroup heer en meester bij de Deutsche Bank – dat zou een volledig capitulatie zijn'', zo vreest het blad.

Angst voor de vrijheid op de markt beheerst ook de handelsrelatie tussen de VS en Mexico, schrijft het Amerikaanse weekblad BusinessWeek naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de North American Free Trade Agreement (NAFTA). Het verdrag heeft echter niet gebracht wat de Mexicaanse bevolking ervan verwachtte. Want de vrijheid betekende in dit geval dat het Amerikaanse bedrijfsleven niet Mexico heeft gekozen als productieplaats nummer één, maar China.

Natuurlijk heeft de NAFTA wel wat opgeleverd voor de Mexicanen. De buitenlandse investeringen in Mexico groeiden in tien jaar van 52 miljard dollar tot 161 miljard. Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg in dezelfde periode 24 procent, tot 4.000 dollar per jaar. Dat is tien keer zoveel als in China.

De Amerikanen op hun beurt zijn volgens het Britse weekblad The Economist bang dat ze hun banen, vooral die in de dienstverlening, zullen verliezen aan slimme Chinezen en Indiërs. Die angst is niet irreëel, want volgens het bekende onderzoeksbureau Forrester zullen in de komende jaren tot 2015 3,3 miljoen banen verdwijnen uit Amerika, waarvan 500.000 in de sector informatietechnologie. Uit cijfers van het Institute for International Economics blijkt dat in de periode van 1979 tot 1999, 69 procent van de Amerikanen die hun baan verloren als gevolg van goedkope import nieuw werk hebben gevonden. Een grote minderheid slaagde daar niet in.

    • Herman Frijlink