Lepel rechts, brood links

Brood en bonen, dat was de kern van de Romeinse keuken. De meeste inwoners van Romeinse steden aten het in de kroeg. Thuis was geen plaats om te koken.

Maar Romeinen aten ook veel vis en prutjes en sausen waarin veel groenten gingen: broccoli, kool, andijvie, prei. Het eten was er dan ook behoorlijk vochtig. Romeinen aten daarom met de lepel in de rechterhand en een stuk brood in de linker, om te soppen, zo vertelt René van Beek. Hij is een van de samenstellers van de tentoonstelling `Aan tafel. Eten en drinken in de klassieke oudheid' die vanaf deze week tot 18 april 2004 te zien is in het Allard Pierson Museum in Amsterdam (Oude turfmarkt 127, ma. gesloten).

Dit visbord, opgegraven in Campanië en 2320 jaar oud, komt uit de eigen collectie. Afgebeeld zijn een sidderrog, een mul en een harder. Er werden stukjes vis op gepresenteerd. In het midden van het bord zit een kuiltje, voor de dipsaus.

En nee, de Romeinse keuken leek niet op de huidige Italiaanse. Want ze hadden nog geen tomaten en nog geen pasta.