Kritiek op onderzoek schade visserij

Het is onjuist om te beweren dat niet alleen de schelpdiervisserij verantwoordelijk is voor de daling van de vogelstand in Waddenzee, maar in het algemeen de ,,draagkracht'' van dit gebied.

Dat stellen onderzoekers van het NIOZ, het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, op Texel. Zij reageren hiermee op de langverwachte evaluatie van het schelpdiervisserijbeleid die deze week verscheen. Bij deze evaluatie was het NIOZ niet betrokken, hoewel het veel onderzoek doet naar de Waddenzee en de Tweede Kamer daar eerder wel op had aangedrongen. Onderzoeksleider Bruno Ens: ,,Ik vind het jammer dat het NIOZ er niet bij zat.''

Een belangrijke conclusie van de evaluatie is dat de mechanische kokkelvisserij voor een ,,kleiner deel'' verantwoordelijk is voor de afname van de vogelstand, maar dat ook andere factoren de ,,draagkracht'' van de Waddenzee hebben verkleind. ,,Dat verhaal over de draagkracht van de Waddenzee heeft ons verbaasd'', zeggen de onderzoekers Jaap van de Meer en Anne Dekinga van het NIOZ. Dekinga: ,,Eerst vissen ze de Waddenzee leeg zodat er minder vogels zijn. En als er minder vogels zijn, zeggen ze dat dit komt door de draagkracht. Dat is dan weer een reden om niet te hoeven stoppen met vissen.''

De evaluatie noemt als belangrijke oorzaak voor de teruggang van scholeksters in de Waddenzee het verdwijnen van de mosselbanken rond het jaar 1990, toen deze grootschalig werden leeggevist. Later werd de mosselvisserij op droogvallende mosselbanken beperkt en de recente terugkeer van die droogvallende banken is een belangrijk succes van het nieuwe beleid. Het herstel van de mosselbanken heeft lang op zich laten wachten. Het verdwijnen van de mosselbanken is vermoedelijk ,,versterkt'' door de afnemende hoeveelheden voedingsstoffen in het water, dit door het milieubeleid om minder fosfaat, nitraat en stikstof te lozen in de rivieren. Minister Veerman (LNV) trekt de conclusie dat de schelpdiervisserij niet hoeft te verdwijnen uit de Waddenzee, maar wel ,,duurzamer'' moet gaan werken.

Het NIOZ stelt dat het water weliswaar schoner en wat minder voedselrijk is geworden, maar dat dat hoeveelheid algen in de Waddenzee sinds de jaren tachtig niet is gedaald. Het is dan ook een ,,onhoudbare stelling'' dat deze daling van dit voedsel voor kokkels en mosselen een belangrijke oorzaak is voor het teruglopend aantal schelpdieren in de Waddenzee en, indirect, van de daling van het aantal scholeksters en eidereenden die deze schelpdieren eten. Van der Meer: ,,Als je het over de draagkracht van de Waddenzee hebt, dan gaat het vooral over chlorofyl, zeg maar de hoeveelheid algen, die de mosselen en kokkels voor hun bek krijgen. Die is niet minder geworden.'' De onderzoekers van de evaluatie bestrijden dat. De maximale hoeveelheid schelpdieren die in de Waddenzee kan leven is volgens hen met ongeveer veertig procent gedaald, en dat is volgens hen maar ten dele te zien aan de hoeveelheden chlorofyl. Onderzoeksleider Ens: ,,Waar wij de nadruk op leggen is dat als de draagkracht van het systeem daalt, er ook minder plaats is voor vogels en vissers.'' Hoe groot elk jaar opnieuw de werkelijke hoeveelheden schelpdieren zijn, los van de maximale ,,draagkracht'', wordt volgens het evaluatieonderzoek bepaald door de reproductie ofwel de zaadval, stormen, ijsgang, predatie door vogels en visserij. ,,Van die oorzaken is visserij de enige die via vergunningen en dergelijke kan worden gereguleerd'', aldus de onderzoekers van de evaluatie.

Het NIOZ acht het ,,niet mogelijk'' dat een duurzamer visserij zal leiden tot herstel van de natuur, zoals minister Veerman hoopt. Uit de evaluatie blijkt dat op korte termijn voedselrijk slib van de zeebodem verdwijnt na het omwoelen door de de mechanische kokkelvisserij. Op langere termijn is die suggestie er ook, maar daarvoor bestaat geen hard bewijs. Uit onderzoek van NIOZ-onderzoeker Theunis Piersma bleek eerder dat de bodemvisserij wél een verwoestende invloed heeft op het bodemleven, met of zonder slib. Bruno Ens: ,,Wij hebben minder ernstige effecten gevonden.''

    • Arjen Schreuder