`Ik mag geen contact zoeken met de buren'

In een rijtjeshuis in Utrecht-Noord heeft Frank (37) koffie en chocolaatjes klaargezet. Een verzorgde man aan wie je niets zou opmerken.

Op een dag pleegde hij een levensdelict – het mag hier, in verband met slachtoffers, niet precies omschreven worden.

Hij was verslaafd in die tijd. Dat hij schizofreen is, wist hij nog niet of wilde hij niet weten. Dat begon hij pas door te krijgen toen de rechter hem wegens doodslag naast een celstraf tbs oplegde. Op zijn zestiende was hij al eens veroordeeld wegens een poging tot doodslag op een agent, wiens kaak hij had gebroken. Hij zat al sinds zijn elfde in jeugdgevangenissen, maar volgens Frank is hem daar nooit iets over schizofrenie verteld.

Drie jaar bracht hij door in de gevangenis, toen begon zijn tbs. Eerst twee jaar in de Utrechtse Van der Hoeven-kliniek. Afgekickt. Langzaamaan begeleid verlof, toen onbegeleid verlof, toen steeds langduriger onbegeleid verlof. Medicijnen tegen zijn schizofrenie, die goed werken. Alles liep nu voorspoedig. Dus in september mocht hij hier komen wonen. In een huis met nog drie andere tbs-gestelden, dat van de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht (SBWU) is.

De SBWU en de tbs-kliniek delen de begeleiding van de bewoners. Frank krijgt vijf keer per week iemand op bezoek. Die praat een uurtje met hem, peilt hoe het gaat. Hij werkt nog op de boomkwekerij van de kliniek. En in een eetcafé in een buurtcenrum in de stad. Daar weet alleen een contactpersoon dat hij tbs'er is. De buren hiernaast, die weten alleen dat in dit huis mensen met een psychische stoornis onder begeleiding worden behandeld. Niet dat ze tbs hebben.

Hij mist de tbs-kliniek wel. ,,Daar leef je in een gemeenschap en ken je elkaars zwakke plekken. Hier weet ik niet wat de buurman verderop in de straat gedaan heeft.''

Dat weet de buurman dus ook niet van hem. Kan Frank zich voorstellen dat die het zou wíllen weten?

,,Ik weet het niet'', weifelt hij eerst. ,,In de huisregels staat dat ik niet actief contact mag zoeken met de buren. En als ik het hem zou vertellen, zou dat ook voor hem negatief kunnen uitpakken. Misschien kan hij zich dan niet beheersen.''

Later zegt hij het zelf ,,het moeilijkst'' te vinden dat hij een gewoon huis met andere tbs'ers moet delen. ,,Het maakt me een soort van bezorgd. Ik leg mijn adresboekje hier niet in een la of kast. Ik vind het niet nodig dat sommige mensen hier in huis weten waar mijn moeder woont.''

Als hij, als tbs-gestelde, zélf de tbs'ers in dit huis al moeilijk vertrouwen kan, hoe moeten anderen hun aanwezigheid dan vertrouwen? Frank lacht verontschuldigend. Denkt even na. En stelt zijn mening bij. ,,Nu we er zo over praten, kan ik me eigenlijk wel voorstellen dat de mensen in de buurt willen weten wie wij zijn. Zodat afwijkend gedrag meteen zou opvallen.'' Maar, vraagt hij retorisch, echte sociale controle, bestaat die nog? ,,De mensen zullen ons eerder wegjagen, verwacht ik, dan dat ze gewoon een beetje op ons letten.''

    • Margriet Oostveen