Hollands Dagboek: Erica Terpstra

Afgelopen dinsdag nam Erica Terpstra (60) afscheid van de Tweede Kamer, omdat ze voorzitter wordt van de sportkoepel NOC*NCF. Ze was 8321 dagen Kamerlid en tussentijds vier jaar staatssecretaris (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Terpstra is gescheiden, heeft twee volwassen zonen en twee kleindochters. `ERICA FELICITAT in chocoladeletters, kadootje van de Nederlandse Studenten Roeibond. Leuheuk!'

Woensdag 3 december

Telkens weer ben ik verrukt over het menselijk brein! En ditmaal bedoel ik niet het bewust aan te sturen deel. Onder het motto `mens sana in corpore sano' leerde ik dat je de mysterieuze krachten in de sport kan activeren door bewust positief denken, ja zelfs – als dat eens nodig is – jezelf een beetje voor de gek te houden door vlak voor een wedstrijd jezelf toe te spreken met groot al dan niet gespeeld optimisme: ,,wat zie ik er vandáág stérk uit!'' En meestal ging het dan goed.

Nee, ik heb het nu over dat deel van het menselijk brein dat kennelijk voor zichzelf is begonnen en zich heeft voorgenomen jou te helpen. Op die ontelbare spreekbeurten bijvoorbeeld, wanneer me een vraag gesteld werd over een onderwerp van een collega dat ik in de fractie niet echt gevolgd had en ik me net even bezig hield met de dagelijkse stapel post. Dan lijkt het of er een klepje openvalt en komt er een ook voor jezelf interessant antwoord uit, waarvan je niet eens wist dat je dat kennelijk toch opgeslagen had. Wonderbaarlijk.

Zo ook vanmorgen: ik rolde gisteravond heel laat en doodmoe mijn bed in, had de wekker op zes uur gezet, vroeger dan gebruikelijk. Voor mijn gevoel word ik midden in de nacht uit mezelf wakker. Ik ontdek dat de wekker om 3 uur 's nachts is blijven stilstaan en dat het bijna zes uur is: tijd om op te staan om alles te doen wat ik moet doen! Wat een hulp, zo'n brein!

Ik zit van tien tot twee een debat voor, over negatieve koopkrachtplaatjes van minima, chronisch zieken, gehandicapten. Negen fracties, gedreven woordvoerders, drie bewindslieden die regeren in zwaar weer en veel betrokkenen op de publieke tribune onder leiding van hun strijdbare voorzitter Jan Troost. Alle ingrediënten voor een debat dat snel uit de hand kan lopen. Een kolfje naar mijn hand.

Naast het voor buitenstaanders onbegrijpelijke jargon (dieptepunt vandaag: `de achilleshiel van de stippenwolk') ook niet mis te verstane verwijten, die `mijn' eerste Kamervoorzitter Anne Vondeling niet zou hebben toegelaten. De mores veranderen zoals de tijdgeest verandert. Maar laten we de waardigheid van het parlement bewaken.

Dat was mijn eerste les, als kersvers Kamerlid in 1977 toen ik mijn opwachting maakte bij Marga Klompé, de voorzitter van de Unesco-delegatie, waarvan ik opeens deel uitmaakte. Toen ik zei dat ik Parijs redelijk kende en wel op eigen gelegenheid naar het hotel zou komen, wees zij mij resoluut terecht: ,,Nee mevrouw, ik sta erop dat de ambassadeur u afhaalt op het station, u komt er niet als Erica Terpstra maar als vertegenwoordiger van het Nederlandse Parlement.''

En zo is het. Reden om wel petities in ontvangst te nemen, maar ons daarbij niet te laten verleiden tot fratsen, die de organisatoren ludiek hebben bedacht. Reden om Minister de Geus te verzoeken niet in hemdsmouwen de Kamer toe te spreken. Reden om in dit debat een collega af te hameren toen zij zich bij een antwoord van Minister de Geus zo liet meeslepen dat ze hem als een straatjongen onderbreekt. Je hebt het wel tegen een dienaar van de Kroon. Dit keer is hij het met me eens. ,,Nu begrijp ik dat colbertje ook beter'', fluistert hij me toe.

Donderdag

Tussen de `gewone' stapels post , de mails (zo hartelijk, maar bijkans onmogelijk om allemaal te beantwoorden, excuses daarvoor!) en de dagelijkse telefoontjes met Theo Fledderus en al die anderen die me ondersteunen als voorzitter NOC*NSF, heb ik nu momenten dat ik behoorlijk emotioneel word. Het is de week van steeds weer iets voor het laatst doen. Zoals vandaag de laatste procedurevergadering Kamercommissie VWS. Een lange brievenlijst, veel agendapunten, werkafspraken voor straks. Straks, als ik mijn liefde voor het politieke handwerk heb ingeruild voor mijn passie voor de sport. In de rondvraag spreekt Siem Buijs (CDA) hartelijke woorden. Ik ben ontroerd. Ik voel me zo bevoorrecht, kijk reikhalzend uit naar mijn nieuwe uitdaging. Maar wat zal ik de Kamer missen. En vooral de ménsen in de Kamer. Niet alleen de collega's binnen en buiten je eigen fractie, niet alleen de ambtelijke staf van de VVD (Artha voorop!) of de griffiers, ook de beveiliging, de telefonisten (ik blijf hen dankbaar voor de hulp als één van mijn kleine zonen destijds wel eens hun moeder aan de lijn wilden), de bodes en de mensen van het archief tot en met de Kamerrestaurants. Allen even belangrijke radertjes! In de wandelgangen slaat Jeltje een arm om me heen: `hoe gaat het met je?' Mijn oudste maatje uit de fractie, Frans Weisglas, komt even langs en vanzelfsprekend gaat het over dierbare dossiers. Gelukkig kan ik mijn woordvoerderschappen vol vertrouwen overdragen aan zeer talentvolle, grotendeels nieuwe collega's. Voor ontwikkelingssamenwerking bestaat binnen de fractie veel belangstelling, ik ben benieuwd wie eerste woordvoerder gaat worden. Hetzelfde geldt voor dierenwelzijn en bijvoorbeeld biotechnologie, een uitermate fascinerend werkterrein. Mijn dossier Orgaandonatie en onderdelen medisch ethische vraagstukken geef ik door aan Laetitia Griffith, ze heeft er absoluut affiniteit mee. En het gehandicaptenbeleid evenals het ouderenbeleid gaat naar Anouchka van Miltenburg. Geen gemakkelijke klus in deze politiek barre tijden. Ik reken op steun vanuit de fractie voor haar en denk nu al zeker te weten dat ze het, met haar grote talenten van hoofd en hart, zo goed gaat doen dat ze bij de volgende verkiezingen mijn voorkeurstem krijgt. De cocktail bij voormalig zakenvrouw van het jaar Lia van den Berg moet ik wegens een uitlopende Kameragenda afzeggen, net zoals de bijeenkomst in de Witte.

Vrijdag

Wat een gekke Sinterklaas! Ik was vandaag al vroeg in de Kamer, samen met mijn persoonlijke medewerkers Maarten Los en Trudy Stassen, zij hebben een duo-baan, voor mij een experiment dat me heel goed is bevallen. Zij zijn sinds april 2001 bij mij in dienst voor `alle voorkomende werkzaamheden'. Breder bestaat niet. Zij zijn mijn rechterhand, mijn vertrouwenspersoon, beheren mijn agenda, spreken met evenveel gemak met ministers als met een verwarde burger die telefonisch troost komt zoeken, denken mee op mijn beleidsterreinen, houden vakliteratuur en het archief bij, weten als enigen hoe mijn website (gebouwd door lieve vrienden uit Friesland) moet worden bijgehouden, tikken mijn antwoorden op brieven en mails, regelen de groepsbezoeken en moeten dan vervolgens zelf vaak de rondleidingen doen, zijn voorkomend tegen mijn vrienden en lief voor mijn kinderen en kleinkinderen en zijn absolute duizendpoten. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld, ze hebben net als hun voorgangers heel hard moeten werken, maar we hebben ook heel veel samen gelachen. En vandaag helpen ze samen mijn kamer leeg te maken. De dozen staan klaar, de container voor de versnipperaar ook. We schieten niet erg op en dat komt vooral door mijzelf. Ik ben een ekster, wil bijna alles bewaren maar heb geen idee waar ik alles straks laten moet. Aan het eind van de middag, in een half onttakelde kamer, schiet ik echt even vol. Ik ben hier toch maar even bezig afscheid te nemen van een groot deel van mijn leven dat politiek heet. Trudy en Maarten doen of ze het niet merken. Lieve guppen, wat zal ik jullie missen!

Thuis is een doos bezorgd met chocoladeletters die de zin `ERICA FELICITAT' vormen. Origineel kadootje van de Nederlandse Studenten Roeibond. Leuheuk!

De rest van de avond heb ik Sinterklaas wat geholpen. Het werd weer laat.

Zaterdag

Eigenlijk zou dit een KNZB-dag zijn geworden: eerst naar de vrijwilligersdag van de Zwembond (met dankbaarheid denk ik zelf nog steeds aan de vrijwilligers van mijn zwemclub de HZ&PC, die mij het sporten mogelijk maakten) en dan door naar Drachten voor de Olympische kwalificatiewedstrijden van onder meer Pieter van den Hoogenband. In plaats daarvan rijd ik naar Heerlen voor de plechtige uitvaartdienst van Theo Pickée, sinds 1991 indrukwekkend voorzitter van Roda J.C., en bovenal, zoals ik hem gekend heb, een beminnelijk mens. Ik hoop dat het zijn vrouw en kinderen een troost was dat zovelen in de kerk afscheid van hem kwamen nemen en hem de laatste eer bewezen aan het graf, de jeugdspelertjes van Roda JC voorop. Burgemeester Lurvink en ik zijn het eens: sportvrienden zijn er niet alleen om mee te juichen, ook om diep verdriet mee te delen.

Zondag

Zoals iedere zondagmorgen vroeg op. Traditiegetrouw geen radio of tv, maar mooie klassieke muziek. En dan aan het werk. Bij het wisselen van een cd hoor ik het nieuws dat Prinses Máxima is opgenomen in Bronovo. Vanaf dat moment volg ik zappend alle nieuwsberichten op radio en tv en bel ik met mensen van wie ik weet dat ze net zo met Oranje meeleven als ikzelf.

Ik blijf langer thuis dan gepland, hoop tevergeefs dat er op Buitenhof extra nieuws is, rij dan spoorslags naar Zeeland, waar ik verwacht word voor de laatste ronde en de prijsuitreiking van de Wereldkampioenschappen dammen. In de auto hoor ik het nieuws dat we voor het eerst als Nederland een Wereldkampioene Dammen hebben. Háár naam is gelijk bekend, Olga Kamyshleeva, oorspronkelijk uit Wit-Rusland, al jaren wonend in Heerlen. Als ik aankom, is er nog één partij aan de gang. Wat een concentratie! Ik bel vanaf de parkeerplaats nét met Artha, als bekend wordt dat de baby er is. En wat later horen we live dat het een prinsesje is. Niet alleen de aanwezige Nederlanders maar het hele internationale gezelschap is opgetogen. Na de prijsuitreiking en de huldiging ben ik net op tijd weer thuis om de Prins van Oranje met zijn dochter op de arm te zien. Wat een mooi en gelukkig beeld! De zure reactie van het Republikeins Genootschap maakt dat ik me nog meer Oranjegezind ga voelen.

Maandag

Heel vroeg naar mijn nieuwe werkplek op Papendal, waar ik om kwart over acht al mijn nieuwe laptop uitgelegd krijg. Ik zal de heren nog wel een paar keer moeten bellen, voor ik er mee kan lezen en schrijven. Vanaf negen uur in de Olympic Room een presentatie van ons nieuwe concept-marketingplan voor de komende jaren. Naast onze directie (Ton, Ronald, Marcel) zijn ook mijn bestuursleden Ton Nelissen (onder anderen portefeuillehouder marketing) en penningmeester Hans Gerrits Jans aanwezig. In een levendige discussie concluderen we dat het er al steengoed uitziet en dat het conceptplan zeker door kan naar de bestuursvergadering volgende week.

Van Papendal naar Numansdorp, waar ik – mijn laatste handeling als Kamerlid – de eerste paal mag slaan van een dependance van een verpleeghuis. Als staatssecretaris was ik al betrokken bij de voorbereidingen. Ik ben beducht voor wat er mis kan gaan bij een officiële handeling, maar dankzij de instructies van de heibaas, krijg ik de 20 meter lange paal mooi de grond in. Aan het eind van de middag begin ik aan mijn afscheidsbrief aan de Kamer, die morgen voorgelezen zal worden. Heftig allemaal!

Dinsdag 9 december

Het is zover. Voor de laatste keer woon ik de fractievergadering bij. Na 26 prachtige jaren in de politiek, heb ik gekozen (of beter nog bén ik gekozen) om als voorzitter van het NOC*NSF de sport te gaan dienen. Ik popel om die uitdaging aan te gaan, maar het afscheid van de politiek en vooral de mensen in de politiek valt me zwaar.

Ik heb het al die jaren als een voorrecht beschouwd Kamerlid te mogen zijn, zelfs als we weer eens verschrikkelijk moesten bezuinigen. Omdat het niet gaat om de cijfers maar om de mens achter de cijfers. Ik heb het vertrouwen van mijn partij en mijn kiezers nooit vanzelfsprekend gevonden, ik heb er altijd extra aan getrokken om dat vertrouwen ook echt waard te zijn.

Mijn afscheid is gewéldig! Zoveel hartelijkheid, zoveel mensen die zoveel lieve dingen tegen me zeggen! Van de Kamerbodes tot de koks, van de repro tot al die andere mensen die in de Kamer werken, onze eigen fractiemedewerkers, Artha, Sandra, Harrie, enz. enz. bedankt!! Een staande ovatie van mijn collega's in de Kamer, in de wandelgangen de emoties die bij zo'n dag horen, exit-interviews en foto's. Wat bijzonder om dit mee te maken! Het is niet goed voor je ego, maar ik geniet ervan, iedere minuut!

Morgen nog mijn afscheidsreceptie en dan aan het werk. Van de sport in de politiek, van de politiek weer terug in de sport. De cirkel is rond, wat ben ik een bevoorrecht mens!

    • Erica Terpstra