`Hof buitenspel bij europact'

Het Stabiliteitspact is geschonden maar een gang naar het hof heeft geen zin. Dat is in een eerdere fase door de politiek en de bankwereld met opzet buitenspel gezet, meent P. Kapteyn, voormalig rechter bij het Europese Hof van Justitie.

Nederland is kansloos met zijn pogingen bij het Europese Hof van Justitie te klagen over de gang van zaken rondom het europact. Dat zegt P. Kapteyn, voormalig rechter bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg en momenteel bijzonder hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam.

De afgelopen weken is de nodige commotie ontstaan rondom het Stabiliteits- en Groeipact voor de euro. Het besluit van de Europese ministers van Financiën van de Europese Unie (Ecofinraad) eind november om geen verdere stappen te ondernemen tegen Frankrijk en Duitsland ondanks het schenden van het pact is in Nederland hard aangekomen.

De Europese Commissie had in haar aanbevelingen aan de Raad juist gevraagd maatregelen te nemen tegen Duitsland en Frankrijk, omdat gevreesd wordt dat beide landen in 2005 voor het vierde achtereenvolgende jaar nog een begrotingstekort zullen hebben dat de Europese norm van 3 procent overschrijdt. Volgens prognoses van de OESO zal dat ook het geval zijn.

,,Vaststaat dat het Stabiliteitspact is geschonden'', zegt Kapteyn. Het pact eist van de Raad (EU-ministers van Financiën) dat binnen bepaalde termijnen maatregelen worden genomen als de overtreders van het pact hun leven niet beteren. Zodra buitensporige overheidstekorten worden vastgesteld, komt de Europese Commissie in geweer met aanbevelingen aan de Raad, die uiteindelijk tot forse financiële boetes kunnen leiden.

Zover heeft de Raad niet willen gaan. Ondanks verschillende aanbevelingen van de Europese Commissie, besloten de ministers van Financiën tijdens hun vergadering van 25 november dit jaar niet tot actie over te gaan. De Raad besloot zelfs de procedure, die volgens het Stabiliteitspact wordt gevolgd ten aanzien van beide landen, op te schorten omdat Frankrijk en Duitsland beloofden hun tekorten in 2005 onder de magische 3-procentsgrens te zullen hebben gebracht.

,,Het is een grote teleurstelling om te merken dat de grote landen het pact naar hun hand zetten'', zegt Kapteyn. Desondanks zijn de mogelijkheden voor de Commissie of lidstaten om het besluit van de Raad aan te vechten minimaal. Een gang naar het Europese Hof is volgens de bijzonder hoogleraar uitgesloten. Hij verwijst naar artikel 104, lid 10 van het Europese Verdrag, waarin expliciet wordt gezegd dat het recht om een klacht in te dienen bij het Hof van Justitie ,,niet kan worden uitgeoefend''.

Wel kan op grond van een ander artikel, 230, geprobeerd worden de Raad in gebreke te stellen, zegt Kapteyn. De Raad heeft immers misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid door de procedure ten aanzien van Frankrijk en Duitsland op te schorten. De vraag is of je daaraan moet beginnen, zegt Kapteyn.

Belangrijker is dat de opstellers van het hele hoofdstuk over de Economische en Monetaire Unie (EMU) in het Europees Verdrag hun uiterste best hebben gedaan de gang naar het Hof onmogelijk te maken. ,,Bankiers en ministers van Financiën, die nauw bij het opstellen van het EMU-verdrag betrokken waren, zagen er niets in het Hof van Justitie een grote rol toe te bedelen waar het gaat om de souvereiniteit over het geld en de begroting.'' De hele procedure rond het Stabiliteitspact bevestigt volgens Kapteyn de idee dat grote landen niet aan hun nationale bevoegdheden laten tornen als het erop aan komt. Ze willen zo min mogelijk last hebben van de Europese Commissie en van rechters.

,,Voor veel kleine landen als Nederland is de hele gang van zaken een koude douche'', zegt Kapteyn. Maar de inspanning van Nederland om alsnog het Hof een positie te geven in het verdrag kan hoogstens een Pyrrusoverwinning opleveren. Toetsing door het Hof neemt minimaal één tot twee jaar in beslag. Om zo laat nog eens vast te stellen dat Duitsland of Frankrijk de eurocriteria overschrijden, lijkt een zinloze exercitie.

Kapteyn: ,,Het gaat erom dat de lidstaten elkaar onder druk weten te houden om verplichtingen na te komen''. Als Duitsland en Frankrijk in 2005 daadwerkelijk hun begrotingstekorten hebben teruggebracht tot onder de 3 procent, is er toch íets bereikt, stelt Kapteyn. ,,Toen het Stabiliteitspact er nog niet was, hoefde je niet eens te hopen op enige financiële discipline.''

    • Michèle de Waard