Hipper nog: blended learning

`Gemengd leren' via computer, in een klas en met levensechte problemen zou tot 163% prestatieverbetering leiden. Dat is overdreven. Uiteindelijk draait het om motivatie

In de wereld van bedrijfsopleidingen, cursussen en trainingen heet alles anders. Een docent is een `coach' en een toets een `assessment'. Een onderwerp heet een `learning objective' en de werkvorm `learning activity'. Boeken zijn goeddeels vervangen door de computer. Het is alles `e-learning' wat de klok slaat. Of, hipper nog: `blended learning'.

In het hoofdkantoor van IT-bedrijf LogicaCMG in Amstelveen geeft Steven Piersma, learning consulent van de Academie die de bijscholingen van alle medewerkers coördineert, een demonstratie van e-learning. Hij klikt de cursus `vergadertechnieken' aan, die blijkt opgeluisterd met een tekenfilmpje. Multimediaal inzichtelijk maken, heet dat. ``When conducting meetings, you have to understand meeting climates'', vertelt een mevrouw aan een vergadertafel. Piersma is zelf ook `gebruiker' zoals dat in jargon heet. ``E-learning is handig, want je kunt achter de computer gaan zitten waar en wanneer je wilt, maar het is ook wel saai, zo in je eentje.''

``E-learning? Daar leven we van'', zegt Marten Jan Kuipers, directeur van de LOI (Leidse Onderwijs Instellingen). Sinds halverwege de jaren negentig is e-learning steeds belangrijker geworden voor de LOI. Momenteel volgt het leeuwendeel van de circa 100.000 cursisten een cursus per computer, al dan niet gekoppeld aan een `Internet-leeromgeving'. Allerlei snufjes moeten het de cursist steeds makkelijker maken. Zoals een testje om te zien of je het volgende hoofdstuk van je E-book (elektronisch boek) al dan niet kunt overslaan. Wat je overigens niet ontslaat van de verplichting er examen in te doen, want ook de LOI moet zich houden aan de landelijke exameneisen.

De LOI claimt dat door e-learning cursisten 25% sneller studeren. ``Wij hebben dat cijfer uit Amerikaans onderzoek gehaald en het als vraag voorgelegd aan onze cursisten'', aldus Kuipers. ``En de meesten zijn het hier mee eens, hoewel juist bij ons de studietijd natuurlijk heel individueel bepaald is. E-learning versnelt het leerproces alleen al omdat je niet op de post hoeft te wachten. Als je je antwoorden mailt, krijg je onmiddellijk reactie. Verder kunnen we op de computer lastige dingen op verschillende manieren uitleggen, met tekst, beeld, en geluid, waardoor cursisten het sneller snappen.''

Een andere speler op deze markt is Thomson NETg, onderdeel van het Amerikaanse bedrijf Thomson Corporation. Zij claimen dat hun methode van `blended learning' (ofwel gemengd leren, met de inzet van verschillende werkvormen en middelen, zoals e-learning, oplossen van levensechte problemen, begeleiding van een docent) tot maar liefst 163% prestatieverbetering leidt. Thomson NETg conludeert dit op basis van eigen onderzoek onder 200 werknemers van verschillende bedrijven op verschillende functieniveau's. Verdeeld in vijf groepen moesten zij een aantal taken uitvoeren. Iedere groep kreeg tevoren een andere training, van de meest uitgebreide vorm van blended learning, tot alleen gebruik maken van een E-book. Eén groep fungeerde als controlegroep en kreeg geen training. Ten opzichte van de controle groep voerde de groep met de meest uitgebreide vorm van blended learning de opdrachten 163% nauwkeuriger uit, in de helft van de tijd die de controlegroep nodig had. De groep met alleen e-learning, werkte 99% nauwkeuriger dan de controlegroep.

Het effect van e-learning en blended learning lijkt dus enorm, maar volgens prof.dr. Betty Collis, verbonden aan de afdeling Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente en benoemd op de leerstoel `Networked Learning' van Shell, is dat een te gemakkelijke conclusie. ``Ik ben ervan overtuigd dat de gegevens die de LOI en Thomson NETg gevonden hebben juist zijn in hun context, maar je moet uiterst voorzichtig zijn met generalisaties. Het is hetzelfde als vragen `wat is het effect van het lezen van een boek?' Dat hangt van vele factoren af: de kwaliteit van het boek, de relevantie van de inhoud, de motivatie van de persoon die het boek leest, de capaciteiten van de lezer. Zo is het ook bij e-learning en blended learning.''

E-learning is niet nieuw, zegt Collis, en ook niet zaligmakend. ``De laatste dertig jaar is er veel geld besteed aan onderzoek naar e-learning, in de veronderstelling dat dit een revolutie zou brengen in het leerproces. Maar dat blijkt niet het geval. E-learning kán voor bepaalde personen die zeer goed gedefinieerde leerdoelen hebben, een goede leermethode zijn. Denk aan bankpersoneel dat moet leren werken met een nieuw computersysteem – hoewel meekijken met ervaren persoon misschien nog beter werkt, maar dat is praktisch niet altijd uitvoerbaar.''

De voordelen van de computer moeten volgens Collis gezocht worden in de extra's die mogelijk zijn, zoals snel iets kunnen opzoeken. De koppeling met Internet – en dat is wel nieuw – heeft volgens haar dan ook zeker een meerwaarde. Collis doet zelf onderzoek naar de mogelijkheden van blended learning bij Shell. ``Blended learning combineert de sterkte en variatie van verschillende leermethodes en als je dat verbindt aan echte problemen waar werknemers mee te maken hebben – en die dus gemotiveerd zijn om iets te leren – kán dit een hele goede manier zijn van kennisoverdracht. Maar het blijft relatief. Want als je écht iets wilt leren, zoek je het nog in het meest afschuwelijke boek op.''

Voor de 7.000 medewerkers van LogicaCMG in Nederland is de drijfveer dat zij altijd een stap voor moeten blijven op hun klanten. ``Als er een nieuwe versie uit is van een applicatie dan moeten onze medewerkers die razendsnel onder de knie hebben'', aldus Ruud de Jong, directeur van de Academie. ``Dan bellen ze ons: `Ik heb dat en dat nodig. Hebben jullie daar al een cursus voor? Want anders koop ik de handleiding.' Een bedrijf als Thomson NETg heeft ontwikkelaars in dienst die zo'n taaie handleiding vertalen in hapklare brokken.''

Overigens zet de Academie, die met 25 trainingsbureau's samenwerkt en ook in huis veel materiaal maakt, een mix van leermiddelen in. Dus zijn er ook nog gewoon lessen in een echte klas, met een echte docent. ``Want in een klassensituatie leer je ook andere dingen'', zegt De Jong. ``Samenwerken, bijvoorbeeld.''

    • Jacqueline Kuijpers