Hij was een schurk maar zijn volk leefde in vrede

Heydar Aliyev (80) moet gisteren met gerust gemoed zijn heengegaan in een ziekenhuis in Cleveland, Ohio, waar hij sinds augustus werd behandeld voor hart- en nierproblemen. Na bijna 35 jaar met tussenpozen de Kaukasische republiek Azerbajdzjan te hebben gedomineerd, mocht hij nog meemaken hoe zijn zoon Ilham op zijn troon werd gehesen. De eerste dynastie in de voormalige Sovjet-Unie was daarmee een feit.

Heydar Aliyev was KGB-generaal, communist, partijbaas, Sovjetleider, nationalist, vader des vaderlands. In al die gedaanten werd hij zelden op een principe betrapt: het ging om de macht en om de rijkdom van zijn clan. Hij laat een land na dat overloopt van olie en gas, maar met een straatarme bevolking; een uitstalkast van corruptie, nepotisme en halfslachtig despotisme. Hoe kan hij zich rechtvaardigen voor zijn Schepper? ,,Ik was een schurk'', zal Aliyev zeggen. ,,Maar mijn volk leefde in vrede.''

Alleen tijdens de late perestrojka en de eerste twee jaar van Azerbajdzjans onafhankelijkheid was Aliyev niet de baas, en het waren jaren van oorlog en chaos. De zesjarige strijd met Armenië over de enclave Nagorny-Karabach kostte het land tienduizenden doden en twintig procent van haar grondgebied; Azerbajdzjan kwam louter met staatsgrepen, muiterijen en rellen in het nieuws. Zelfs verstokte democraten smeekten om de harde hand van de patriarch.

Heydar Alijev (1923), zoon van een spoorwegarbeider, maakte carrière bij de KGB en werkte zich in 1967 op tot chef van de Azerbajdzjaanse geheime dienst. Hij vleide Moskou door jacht te maken op nationalisten en islamieten, werkte rivalen weg met rumoerige anticorruptie-campagnes. Twee jaar later werd hij partijbaas en eerste man in zijn Sovjetrepubliek, maar Aliyev wilde méér. Zaak was dus om bij Sovjetleider Brezjnev in het gevlei te komen. Journalist David Remnick schreef hoe de partijbons in 1978 de ijdele Brezjnev verraste met een dikke gouden ring, een handgeweven tapijt dat nauwelijks in een treinwagon paste en een portret ingelegd met zeldzame edelstenen. Het werkte: Brezjnev benoemde Aliyev in 1976 als eerste moslim tot kandidaat-lid van het politburo. In november 1982 werd hij volwaardig lid en vice-premier.

Tijdens de perestrojka volgde een diepe val. In 1987 zette Gorbatsjov Aliyev uit het politburo. Twee jaar later verdween hij helemaal uit beeld en maakte de Pravda er niet langer een geheim van waarom: corruptie, nepotisme en verkwisting van staatsgelden. Toen Remnick hem in 1990 sprak, had zijn gelaat na een serie licht hartaanvallen ,,de kleur van een offerkaars''. Aliyev reed in een Wolga zonder chauffeur en bewoonde een kleine staatsdatsja. Tijd om naar huis te gaan.

In Azerbajdzjan had zijn reputatie nauwelijks geleden. Daar zag men Gorbatsjovs strijd tegen de corruptie vooral als een uiting van Russisch chauvinisme. Want wie moesten het steeds ontgelden in de perestrojka-pers? De etnische elites in de buitengewesten. En wie zou hun plaats innemen? Russen. Geen wonder dat oude Brezjnev-kaders na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zo gemakkelijk kwamen bovendrijven als nationalisten. En in de eerste jaren na zijn come-back trad Aliyev voortvarend op. In 1994 bereikte hij een bestand met Armenië over de enclave Nagorny-Karabach. Lokale clans en krijgsheren zette hij naar zijn hand of manoeuvreerde hij van het bord. In het buitenland neutraliseerde hij de dreiging van zuiderbuur Iran en het stokende Rusland. Steun zocht hij in Turkije en de VS, zonder Moskou en Teheran al te zeer voor het hoofd te stoten. Intussen liet hij westerse oliemaatschappijen toe en stimuleerde hij de aanleg van een oliepijpleiding naar de Turkse havenstad Ceyhan, buiten Rusland en Iran om.

Heydar Aliyev bracht eerst stabiliteit, daarna stagnatie. Zijn bewind was geen bloedige tirannie, eerder een `dictatuur getemperd door incompetentie'. Zelfs in de rekkelijke normen van de post-Sovjet-ruimte geldt het land nu als extreem corrupt. De Azeri wachten nog altijd op hun aandeel in de olierijkdom, maar kijken lijdzaam toe hoe de Aliyev-clan alvast een royaal voorschot neemt. ,,Beter de duivel die je kent'', zo lijkt voorlopig het motto.