Handen af van de Kamer

Tweede-Kamervoorzitter Weisglas heeft ruzie met minister Remkes (Binnenlandse Zaken) omdat deze wil bezuinigen op de begroting van de Kamer. Remkes vindt dat hij verantwoordelijk is voor het budget van de hoge colleges van staat, zoals de Tweede Kamer, en dat hij daar dus ook wat over te zeggen heeft. Hij wil dat Weisglas volgend jaar 1,8 miljoen euro bezuinigt. Dat lijkt een relatieve peulenschil op een jaarlijkse begroting van 100 miljoen euro. Weisglas denkt daar anders over. Hij wil wel bijdragen aan bezuinigingen, maar ziet dat meer als een inspanningsverplichting dan als een resultaatverbintenis. Weisglas vindt dat Remkes met zijn `tengels' van zijn budget moet afblijven. Remkes motiveert zijn ingreep met het argument dat, gezien de deplorabele toestand van 's rijks financiën, alle departementen en hoge colleges hun bijdrage moeten leveren aan de bezuinigingen. Hij vindt dat ,,het algemeen belang'' vereist dat de Tweede Kamer bijdraagt. Die formulering hangt samen met het feit dat Remkes' voorganger, de PvdA'er De Vries, begin 2002 de positie van de Kamers der Staten-Generaal aangaande hun begrotingen had verstevigd. De Vries beloofde dat het kabinet de raming van de volksvertegenwoordiging zonder meer zou overnemen, ,,tenzij dit in strijd is met het algemeen belang''.

De minister van Binnenlandse Zaken lijkt over een sterke zaak te beschikken. Hij speelt in op de gedachte dat veel burgers instemmend zullen knikken als zij horen dat ,,die zakkenvullers aan het Binnenhof'' ook eens de buikriem moeten aanhalen. Dat was waarschijnlijk waarop Weisglas doelde toen hij Remkes betichtte van populisme.

Het verleden heeft echter bewezen dat de Tweede Kamer uiteindelijk een korting op haar eigen begroting eenvoudig kan voorkomen. Toenmalig Kamervoorzitter Dolman (PvdA) verdedigde in 1986 met succes een wijzigingsvoorstel, toen minister Van Dijk (CDA) van plan was 1,1 miljoen gulden te bezuinigen op het budget van de Tweede en Eerste Kamer. Nu ziet het ernaar uit dat het blokkeren van een bezuinigingsvoorstel van de minister van Binnenlandse Zaken niet zo eenvoudig zal gaan als destijds. Financieel woordvoerder De Grave van Weisglas' eigen VVD heeft zich aan de zijde van Remkes geschaard. Andere fracties beraden zich nog. Hierdoor is de positie van de Kamervoorzitter zelf in het geding. Dat verklaart misschien ook de toonhoogte waarop Weisglas het conflict aangaat.

Vice-premier De Graaf (D66) richtte zijn kritiek gisteren vooral op Weisglas' `onparlementaire' taalgebruik. Hij probeerde daarmee de aandacht te verplaatsen van de inhoud naar de vorm. Maar het conflict draait niet om taalgebruik. Het gaat ook niet om een persoonlijke kwestie tussen twee liberalen of om een relletje binnen de VVD. Aan de orde is niets minder dan de staatsrechtelijke positie van de volksvertegenwoordiging. De Tweede Kamer der Staten-Generaal is niet eenvoudig gelijk te stellen aan alle andere departementen en onderdelen van de staat die moeten bijdragen aan de bezuiniging van Binnenlandse Zaken. De Tweede Kamer controleert de regering en niet andersom. Dat is in het algemeen belang.