Groot-Nederland

Typerend toch dat het elke keer weer de Vlamingen zijn die met hun groot-Nederlandse gedachte het nieuws halen. Deze keer is het staatssecretaris Van Quickenborne (Administratieve Vereenvoudiging), een verklaard republikein nota bene, die oude wetgeving uit 1830 overboord wil zetten, waarin is bepaald dat telgen van het Belgische koningshuis zich niet echtelijk mogen verenigen met een Oranje-Nassau (NRC Handelsblad, 8 december).

Destijds bestond in België de angst om via die dynastieke achterdeur alsnog te worden ingelijfd bij Nederland, waar de zuiderburen zich juist net van hadden afgescheiden. Als veel meer dan een historisch curiosum zal deze daad van Van Quickenborne in Nederland niet worden opgevat. Boven de Moerdijk heeft nooit veel enthousiasme bestaan voor staatsrechtelijke toenaderingspogingen van Vlaamse zijde. Veel te bang om zich te branden aan de eeuwige stammenstrijd met Wallonië.

Bovendien hebben we ons lesje allang geleerd na de Tiendaagse Veldtocht van 1831 (en niet 1839, zoals abusievelijk in het bewuste artikel staat vermeld). Een relatief militair succes leidde niet tot de gehoopte hereniging, maar tot acht jaar dure volhardingspolitiek, met als enige resultaat een berooide schatkist. Het zou me niet verbazen wanneer Nederland de Belgische wet tegen echtvereniging van de twee koninklijke huizen binnenkort integraal van de Belgen zou overnemen. Ook zonder Belgische kwestie is het momenteel immers al lastig genoeg om de nationale begroting niet te laten ontsporen.

    • Dr. O.C.W. Westers