Fabriek voor unieke meesterwerken

Geen paus heeft zoveel mensen zalig of heilig verklaard als Johannes Paulus II. Mensen willen idolen.

Elk volk zijn heiligen. Dat was een van de doelen die Johannes Paulus II zichzelf stelde toen hij in 1978 aantrad. Hij is ervan overtuigd dat het geloof beter is uit te dragen via levende voorbeelden, dan met abstracte beschouwingen. De tijd van grote verhalen en betogen is immers voorbij. Mensen, zo bewezen voetbal, popmuziek en Lady Di, hebben behoefte aan idolen en helden die hen inspireren.

En dus moest de kerk haar eigen helden in stelling brengen: de heiligen. Ze kregen een belangrijke rol in de nieuwe communicatiestrategie, waarmee de paus als leider van de universele kerk gelovigen direct probeert te bereiken. Enerzijds door zijn honderd pauselijke reizen en anderzijds door nieuwe voorbeelden van goed katholiek leven aan te reiken.

Johannes Paulus strooide werkelijk met heiligen en zaligen. Hij streefde er naar om bij elk bezoek aan een land een heilige als tastbaar bewijs van zijn boodschap achterlaten. In zijn eentje creëerde hij meer heiligen en zaligen dan 23 pausen voor hem. Sinds de oprichting van de congregatie voor de zaken der heiligen in 1588 wisten deze voorgangers samen 302 heiligen en 808 zaligen op te sporen. Karol Wojtyla heeft er vervolgens de turbo opgezet. Hij brak in de 25 jaar van zijn pontificaat met 476 heiligen en 1320 zaligen alle records.

De Paus gaf vrijwel direct na zijn aantreden toestemming om de procedures volgens welke mensen heilig worden verklaard te versnellen. In een poging iets te doen aan het stuwmeer aan vastgelopen zaken, stelde hij meer onderzoekspersoneel aan en volgde hij de suggesties voor vereenvoudiging van de procedures op. De zogenaamde advocaat van de duivel wiens taak het was bewijs tegen de kandidaat-zaligen en -heiligen in te brengen, kreeg een minder oppositionele en meer administratieve functie. En moest een heilige voorheen vier wonderen verrichten, nu volstaan twee mirakels. Een zalige hoeft nog maar één in plaats van twee wonderen te verrichten.

Van devaluatie van de heiligheid is hiermee geen sprake, meent José Saraiva Martins, de prefect van de congregatie voor de zaken der heiligen, het ministerie dat de vanuit de bisdommen aangedragen kandidaat-heiligen beoordeelt. ,,Wat maakt het nu uit of iemand één, twee of vier wonderen verricht. Het bijzondere is dat hij in staat is wonderen te verrichten.''

Wie heilig wil worden moet eerst zalig zijn. Een zalige moet deugdzaam naar het voorbeeld van Christus en de kerk hebben geleefd en moet in zijn eigen omgeving de faam van heiligheid al hebben verkregen. Na zijn dood dient de kandidaat-zalige, ook wel ,,dienaar van God'' genaamd, op verzoek van nog levende gelovigen een wonder te verrichten. Meestal betreft het een wetenschappelijk onverklaarbare genezing. De tweede weg naar zaligheid is het martelaarschap. Martelaars zijn mensen die ondanks vervolgingen hun geloof bleven uitdragen tot de dood erop volgde. Zij hoeven geen wonder te verrichten alvorens zalig te worden verklaard.

De kans is groot dat wie eenmaal zalig is, ooit heilig zal worden. Als degenen die je zaak steunen zich maar hard genoeg voor je inzetten tijdens de vaak tientallen jaren durende, en zeker niet goedkope, procedure. En als jij als zalige er maar in slaagt om postuum nog een wonder te verrichten.

Hoe meer bewonderaars een zalige heeft, des te waarschijnlijker is het dat één van die volgelingen meent dat de zalige weer een wonder heeft verricht. Zo had de oprichter van Opus Dei, Josemaría Escrivá, het relatief makkelijk, omdat hij tachtigduizenden volgelingen heeft. Volgens de postulator of verdediger van zijn zaak, meenden wel veertig personen dat Josemaría voor hen een wonder had verricht. Toen historici, theologen en medici van de congregatie voor de zaken der heiligen twee wonderen hadden erkend, kon Escrivá in oktober 2002 heilig worden verklaard.

Dat geluk heeft de Nederlandse martelaar Titus Brandsma niet. Deze schutspatroon van de journalisten werd op 3 november 1985 zalig verklaard, vanwege zijn verzet tegen de Duitse bezetter en zijn op katholieke principes gebaseerde strijd voor vrijheid van meningsuiting en onderwijs, die hem in het concentratiekamp Dachau noodlottig werd.

Na zijn zaligverklaring is zijn zaak enigszins in het slop geraakt. Een oude Spaanse karmeliet die door de orde is aangesteld om de heiligverklaring van Brandsma bij het Vaticaan te bewerkstelligen, wacht nog immer op een wonder van Titus. En aangezien de zalige niet over zo'n grote schare bewonderaars beschikt als de Opus Dei-oprichter Escrivá, padre Pio of moeder Theresa, duurt het langer. De Spaanse broeder heeft zijn broederkarmelieten die enigszins sceptisch denken over wonderen gevraagd zelf ook meer en harder te bidden om een mirakel van hun ordegenoot Brandsma.

Hoewel de kerk officieel zegt dat alle potentiële heiligen gelijk worden behandeld en beoordeeld, is het een publiek geheim dat de paus zijn voorkeuren heeft gehad en dat hierdoor sommige bijna afgeronde zaken in de koelkast zijn gezet, terwijl andere versneld werden. Als herder van alle katholieken in de wereld vond Johannes Paulus II het belangrijk dat de zogenaamde ,,nieuwe katholieke landen'' in Azië en Afrika heiligen van eigen bloed en uit hun eigen geschiedenis kregen, zodat ze meer aan de universele katholieke kerk konden worden gebonden. Tijdens zijn reis naar Korea in 1984 schonk de paus de Koreanen 103 heiligen in één keer, allemaal martelaren die voor hun geloof waren gestorven. Japan kreeg er in 1987 zestien, Vietnam in 1988 zelfs 117 en China in 2000 120. Heel opvallend was de eerste Indiaan die vorige zomer werd heilig verklaard. Deze Guan Diego stierf in 1548. Historici betwijfelen of hij heeft bestaan. Maar de Indianen zijn dolblij met de eerste heilige uit eigen kring.

De afgelopen 25 jaar toonde de paus niet alleen geografische voorkeuren, maar ook maatschappelijke. Er was een schreeuwende behoefte aan meer lekenheiligen en ook meer gelukkig getrouwde vrouwen als heiligen. Vooral die laatste groep is nog immer zwaar ondergewaardeerd. Tijdens het pontificaat van Johannes Paulus zijn gewone mensen als studenten, artsen, kinderen, en een echtpaar heilig verklaard. Hiermee wilde de paus aangeven dat de heroïek van de heilige ook plaats kan vinden in de liefde tussen man en vrouw thuis.

De lawine aan heiligen en zaligen heeft echter niet alleen tot instemming geleid. Zelfs van binnen uit het Vaticaan weerklonk het verwijt dat de kerk was verworden tot een heiligenfabriek.

Volgens Edward Nowak, secretaris van de congregatie voor zaken der heiligen, is dat een onjuiste constatering. ,,Bij een fabriek gaat het om de productie van telkens weer hetzelfde product, terwijl elke heilige uniek is. Heiligen zijn stuk voor stuk unieke meesterwerken van God.''

Volgens hem en veel andere kerkleiders bewijst het grote aantal nieuwe heiligen dat de kerk haar taak goed vervult, dat haar boodschap wordt gehoord. Tegelijkertijd tonen de nieuwe heiligen die uit alle hoeken van de samenleving komen volgens hem aan, dat men op heel veel verschillende manieren volgens het evangelie kan leven. Het mes snijdt dus aan twee kanten. De heilige als bewijs voor het op de goede weg zijn van de kerk, als een teken van hoop, en de heilige als aanjager van nog meer christelijk leven.

Feit is dat de ceremonies niet zonder effect zijn en dat mensen er enorme belangen bij hebben.

Zo was de heiligverklaring van Opus Dei-oprichter Josemaría Escrivá tegelijkertijd de pauselijke en goddelijke goedkeuring van een beweging die in het verleden is beschuldigd van het heulen met de Spaanse dictator Franco, van sektarisch gedrag ten opzichte van afvallige leden en van het samenzweren met conservatieve en machtige facties in de samenleving. ,,Eindelijk'', zo zei pater Cappuci, de man die namens Opus Dei 21 jaar lang de zaak van Josemaría's heiligverklaring behartigde en zesduizend pagina's bewijsmateriaal aanleverde, ,,eindelijk, kan er niet meer worden getwijfeld aan de moraliteit van Sint Josemaría. Deze onfeilbare heiligverklaring bevestigt dat hij heeft geleefd zoals het een christen betaamt. Iedereen die in het verleden kritiek op Escrivá heeft gehad, moet nu de flexibiliteit van geest hebben om de gecodificeerde heiligheid van hem te accepteren.''

De heiligverklaring van padre Pio in juni 2002 speelde niet de sterken der aarde, maar juist de zwakkeren in de kaart. In het stadje San Giovanni Rotondo ten zuiden van Napels waar hij leefde, werkte en werd begraven is het in een klap gedaan met de economische malaise die overal in Zuid-Italië nog immer voortduurt. De werkloosheid is er gedaald tot onder de vijf procent. Bijna iedereen heeft een baan gevonden in de toerisme-industrie, nu dit oord de tweede bedevaartplaats van het katholicisme in de wereld is geworden, en met acht miljoen pelgrims nog meer wordt bezocht dan Lourdes of Assisi.

Maar of de paus met al zijn heiligen daadwerkelijk de nieuwe helden heeft gecreëerd die ook jongeren overal aanspreken, blijft twijfelachtig. De lange procedures zorgen ervoor dat zelfs de jongste heiligen vaak al minstens twintig jaar zijn overleden en dus niet gekend zijn door de jeugd.

Wellicht dat juist de traagheid van de procedures de paus er toe heeft gebracht om voor moeder Teresa van Calcutta, die in 1997 stierf, een uitzondering te maken. Haar verdedigers hoefden niet de gebruikelijke vijf jaar te wachten alvorens een verzoek voor een zaligverklaring in te dienen. Ze werd in oktober na een supersnelle procedure voor honderdduizenden gelovigen zalig verklaard. En de status van heilige zal haar waarschijnlijk niet lang meer worden onthouden. Kroon op het werk van Johannes Paulus II zou natuurlijk zijn eigen heiligverklaring zijn. De dossiers zijn al op orde. Het is slecht wachten op een eerste postuum wonder van zijn hand. Gezien het grote aantal bewonderaars dat hij heeft zal dat mirakel waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten.

    • Bas Mesters